HET NIEUWE, OUDE PORTUGAL

Alvaro Siza Vieira heeft gebouwd in heel Europa. Flatgebouwen met vreemde, vloeiende vormen in Berlijn, strakke musea in Spanje, woningen van witte en rode baksteen in Den Haag. Hij ontwierp ijle, high tech-lampen en een stoel van blank hout die bijzonder ongemakkelijk zit. Maar toen hem twee jaar geleden werd gevraagd een plan te maken voor het afgebrande Chiado, een wijk in het hart van Lissabon, zette hij iedere gedachte aan een eigentijdse oplossing overboord. 'Wat er verloren is gegaan, was architectonisch gezien van weinig waarde', zegt Siza, tijdens een rondleiding langs de geblakerde, holle gevels van het Chiado. 'De twee grote warenhuizen die hier stonden waren niet alleen ouderwets maar eigenlijk ook allang failliet. Na de brand bestond de kans om een belangrijk stuk van Lissabon in een klap een nieuw, twintigste-eeuws gezicht te geven. Maar deze wijk was een mythe. De nostalgische betekenis is enorm. En daar hechten wij in Portugal nogal aan.' Siza besloot de twintig gebouwen die verloren waren gegaan weer precies zo op te bouwen als ze er voorheen hadden uitgezien. Beter gefundeerd, van binnen opnieuw ingedeeld en voorzien van parkeergarages, maar compleet met de grauwe negentiende-eeuwse gevels en de standaard-ornamenten uit de steenfabriek. De meeste dingen gaan langzaam in Portugal, maar in dit geval waren alle toestemmingen en vergunningen binnen de kortste keren geregeld. 'Er was geen andere oplosssing', glimlacht de architect. Over drie jaar is zijn nieuwe, oude Chiado klaar.

Restauratie

Het is verleidelijk om de manier waarop Siza het Chiado restaureert te zien als een metafoor voor de behoedzame wijze waarop Portugal bezig is zichzelf Europa binnen te loodsen. De EG-staat die zich pas halverwege de jaren zeventig tot de democratie bekeerde en korte tijd in vuur en vlam stond voor de idealen van de Anjerrevolutie, bouwt inmiddels alweer drie jaar onder leiding van een rechts-liberale premier aan een nieuwe maatschappelijke en economische orde. En ook daarbij gaan modernisering en restauratie hand in hand.

De eigenaren van banken, fabrieken en landerijen die uit schrik voor de revolutie naar West-Europa of Zuid-Amerika waren gevlucht, zijn allang weer terug in het land. Deze zomer hebben de enkele landbouwcooperaties die de jaren van het eerste enthousiasme overleefden, hun laatste oogst van het veld gehaald en de overgebleven koeien naar de markt gebracht. Per 1 juli moesten ze hun land teruggeven aan de vroegere eigenaren en daarmee was de belangrijkste verworvenheid van de revolutie, de landbouwhervorming, definitief ongedaan gemaakt. 'Er zat niks anders op', zegt Paul Heemskerk, een Nederlandse boer die al twintig jaar werkt in de Alentejo, een vruchtbare landstreek ten zuiden van de Taag. Hij heeft opkomst en ondergang van het experiment gezien en is ervan overtuigd dat het tot mislukken was gedoemd. Er was geen kennis van moderne landbouwtechnieken, geen geld voor investeringen, geen discipline en geen aandacht voor onderhoud. Als bewijs van hoe het anders kan, laat hij zijn eigen twee boerderijen zien waar gezond vee in de boxen staat en nieuwe irrigatieapparatuur de akkers bevloeit. Heemskerk en de kleine veertig andere boeren die in de afgelopen jaren Nederland voor Portugal hebben verruild, profiteren van de forse EG-subsidies (tot zestig procent voor structurele verbeteringen) die de landbouw in hun nieuwe vaderland ontvangt. Sommigen hebben volgens Heemskerk in Nederland hun melkquota verkocht, om met dat geld in Portugal een veestapel op te bouwen die een nog grotere melkplas produceert. Ze speculeren erop dat ze straks opnieuw subsidie kunnen ontvangen als de EG ook in Portugal produktiebeperkingen oplegt. Zo slim zijn de inheemse boeren niet.

Gedegenereerd

Of de oude eigenaren die nu hun land terugkrijgen, het veel beter zullen doen dan de cooperaties is echter maar de vraag. Het verwijt van communisten en socialisten tijdens de revolutie was dat de meeste grootgrondbezitters in de stad woonden en het land braak lieten liggen om het voor de jacht te gebruiken. De Nederlander Paul Heemskerk deelt die kritiek. Volgens hem hebben veel van die grootgrondbezitters geen enkele interesse in de landbouw. Op zijn best planten ze kurkeiken, daarvan hoeft maar eens in de negen jaar te worden geoogst. Hij noemt hen gedegenereerd.

De Portugese landbouw is en blijft dus voorlopig het grootste zorgenkind van de economie. Een kleine twintig procent van de beroepsbevolking is in deze sector werkzaam maar de landbouw is slechts verantwoordelijk voor acht procent van het bruto nationaal produkt en Portugal is voor maar liefst zestig procent van zijn voedselvoorziening aangewezen op het buitenland. In de eerste twee jaar van Portugals EG-lidmaatschap, tussen 1986 en 1988, ontving de Portugese landbouw voor vier miljard gulden steun uit de gezamenlijke kas. Desondanks bestond daarna de indruk dat de situatie eerder verslechterd dan verbeterd was. Voor de periode tot en met 1993 heeft de EG nog eens naar schatting achttien miljard beschikbaar gesteld. 'De Portugezen opereren eigenlijk heel handig in de EG', zegt een buitenlandse diplomaat in Lissabon. 'Ze maken heel weinig lawaai, bemoeien zich niet met zaken die hun niets aangaan. Iedereen vindt hen daarom sympathiek. Zo krijgen ze veel meer gedaan dan bij voorbeeld de Grieken, die altijd iets te klagen hebben en die men daarom met tegenzin iets geeft.' Ongetwijfeld is er onlangs ergens in Lissabon een bescheiden, niet erg luidruchtig feestje gevierd toen bekend werd dat Portugal volgens de daarvoor geldende normen niet langer het armste land van de EG is. Die plaats wordt nu ingenomen door Griekenland.

Privatisering

Premier Anibal Cavaco Silva wil ook de andere in 1975 genationaliseerde bedrijven weer in particuliere handen laten overgaan: de banken, brouwerijen, verzekeraars, transportondernemingen, uitgeverijen, scheepswerven en textielfabrieken. Maar om arbeidsonrust te voorkomen doet hij het daarmee veel rustiger aan. De meeste van deze ondernemingen lijden immers aan een overmaat van personeel dat bij een privatisering wellicht voor zijn baan moet vrezen. En al moet de staat veel van deze inefficiente bedrijven permanent financieel ondersteunen, een werkloosheidscijfer dat beneden de vijf procent ligt is ook wel wat waard. Zeker in het zicht van de volgende parlementsverkiezingen, in juli van het komende jaar. Volgens recente opiniepeilingen zou de PSD van premier Cavaco Silva immers zijn krappe absolute meerderheid verliezen wanneer er nu gestemd moest worden, terwijl de socialisten van president Mario Soares gesterkt uit de gemeenteraadsverkiezingen van december zijn gekomen. 'Vooral de socialisten dringen nu zeer aan op het versnellen van de privatiseringsoperatie, misschien wel omdat ze dan makkelijker de volgende verkiezingen kunnen winnen', zegt Eurico Cruz Roseta, onderdirecteur van het Instituto do Comercio Externo de Portugal (ICEP), een semi-overheidsinstelling die tot doel heeft buitenlandse investeringen te bevorderen en te begeleiden. 'Tot voor kort hielden ze de zaak juist tegen. Pas sinds maart van dit jaar is het in principe toegestaan om een staatsbedrijf voor honderd procent te privatiseren.'

Bierbrouwer

Tot dusver is van die mogelijkheid echter nog geen gebruik gemaakt. De overheid heeft een bierbrouwer (Unicer), twee verzekeringsmaatschappijen (Tranquilidade en Alianca Segurador) en slechts een van haar negen banken (Totta e Acores) op de markt gebracht, maar in alle gevallen 51 procent van de aandelen voor zichzelf gehouden. Portugal is bovendien flink geschrokken door de gang van zaken bij Totta. Ondanks een bepaling dat buitenlanders slechts op maximaal tien procent van de aandelen mogen intekenen, wist het Spaanse Banesto met de hulp van een stroman voor dertig procent eigenaar van de eerbiedwaardige bankinstelling te worden. Cruz Roseta denkt dat de regering in de nabije toekomst een grotere buitenlandse deelneming zal toestaan, maar niet in bankbedrijven zoals Fonsecas e Burnay en de Banco Portugues do Atlantico, de volgende twee die op de nominatie voor privatisering staan.

Ook al heeft het land het vreemde kapitaal hard nodig, er is tegelijkertijd een grote weerstand tegen teveel invloed van buitenlanders, vooral als die buitenlanders Spanjaarden zijn. 'We hebben natuurlijk een lange traditie van oorlog met Spanje', zegt Cruz Roseta. 'Nog altijd ziet men hier liever Engelsen, Fransen of Hollanders komen dan investeerders van vlak over de grens. Op den duur is het onvermijdelijk dat onze luchtvaartmaatschappij met een buitenlands bedrijf zal samengaan, al ligt dat heel gecompliceerd. Het is echter politiek volstrekt onhaalbaar dat dat een fusie met Iberia zou zijn. Hoe graag Spanje dat ook zou willen.' De buitenlandse investeringen in Portugal zijn de afgelopen jaren bijzonder hard gegroeid. In 1989 bedroegen ze meer dan 4,5 miljard gulden, een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor. Ondanks de bezwaren tegen het grote buurland, is het Spaanse aandeel in de totale som relatief het meest gestegen. Behalve voor financiele instellingen, tonen de Spanjaarden vooral interesse in onroerend goed nu de prijzen in Madrid bijna het niveau van Londen en Parijs hebben bereikt en daarmee vermoedelijk ook hun plafond.

ICEP heeft een fonds van twintig miljoen gulden gecreeerd om investeerders van buiten Europa, uit Japan en de Verenigde Staten, aan te trekken en zo niet helemaal afhankelijk te worden van de rest van de EG. De kansen daarop zijn heel aardig, denkt Pieter Eemsing, die directeur is van de begin dit jaar geopende ABN-vestiging in Lissabon. Zelf houdt hij zich vooral bezig met het begeleiden van import en export maar daarnaast doet hij zijn best om Braziliaans kapitaal te vinden voor investeringen in Portugal. 'Het klimaat daarvoor is goed', vindt Eemsing. 'Er heerst politieke rust, er zijn fiscale voordelen, alleen de infrastructuur loopt op bijna ieder gebied achter. En alles gaat hier langzaam en voorzichtig. Alleen daarom al komt hier, denk ik, nooit een boom zoals in Spanje. Dat past niet bij de Portugese mentaliteit.'

Economische groei

Tot nu toe lijkt het of die voorzichtigheid de Portugezen geen kwaad heeft gedaan. Met een economische groei van vijf procent per jaar zit het land ruim boven het EG-gemiddelde en als het om de toekomst gaat dromen hoogwaardigheidsbekleders openlijk van een rol als het 'Californie van Europa', een plek in de EG voor exclusief toerisme, hoogwaardige dienstverlening en uitsluitend vederlichte industrie. De excentrische ligging van het land, aan de rand van het continent, maakt het toch niet aantrekkelijk voor de zware vervuilers van staal en chemie, zo redeneren deze bestuurders opgewekt. Ze zien daarbij over het hoofd dat op korte termijn heel andere gevaren dreigen. Zoals een oliecrisis, waarop een land-in-ontwikkeling dat voor tachtig procent van zijn energie op import is aangewezen, voorlopig geen antwoord heeft. Zoals het begrotingstekort dat dit jaar van negen naar minstens elf procent van het bruto nationaal produkt klimt, dankzij een stijging van de overheidsuitgaven met 24 procent. Dezelfde EG die zo gul is met subsidies, draagt voor een deel bij aan de groei van dit tekort, doordat bij iedere ondersteuningsmaatregel vanuit Brussel een deelneming van de nationale overheid hoort van doorgaans vijfentwintig procent. Mede door de omvang van het tekort op de begroting heeft de inflatie vorig jaar een Europese recordhoogte bereikt van 12,5 procent.

ABN-bankier Eemsing sluit voor de Portugese economie na 1992 een onzachte landing bepaald niet uit. 'Wij merken hier dat het niet zo heel moeilijk is om geld te verdienen als je eenmaal binnen bent in deze beschermde markt. Wij zijn meer concurrentie gewend en dus naar verhouding zeer snel en agressief. Portugal zou het wel eens een stuk moeilijker kunnen krijgen als in januari '93 de grenzen opengaan. De Europese schrik slaat ze dan vermoedelijk alsnog om het hart.' Alvara Siza Vieira, de architect van het Chiado, zegt het zo: 'In Nederland vond ik het aanvankelijk moeilijk werken, met al die duizenden eisen en voorschriften waaraan ik moest voldoen. Toch geloof ik dat dat de kwaliteit van het eindresultaat ten goede is gekomen. In Portugal kan ik in alle rust iets heel moois tekenen maar of de aannemer er ook een degelijk bouwwerk van maakt, blijft altijd maar de vraag.'