Groeiende kritiek op houding Washington voor inval in Koeweit

WASHINGTON, 19 sept. De Amerikaanse regering staat bloot aan groeiende kritiek wegens de te grote verzoeningsgezindheid die ze zou hebben getoond jegens Irak in de periode voorafgaand aan de Iraakse inval in Koeweit.

In het Amerikaanse Congres en in de media staat in het bijzonder de houding van onderminister van buitenlandse zaken John Kelly ter discussie.

Kelly, die gisteren voor de commissie van buitenlandse zaken van het Huis van Afgevaardigden moest verschijnen, werd geconfronteerd met uitspraken die hij twee dagen voor de invasie in Koeweit eveneens voor het Huis had gedaan. 'U wekte de indruk dat het het beleid van de Verenigde Staten was om Koeweit niet te verdedigen', stelde de invloedrijke Democratische afgevaardigde Lee Hamilton. Verscheidene andere Democraten sloten zich bij deze kritiek aan.

De regering wordt vooral verweten dat ze de voortekenen van de Iraakse agressie onvoldoende heeft onderkend. De critici wijzen in dit verband op het gesprek tussen de Iraakse president, Saddam Hussein, en de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, April Glasie, op 25 juli. Bij die gelegenheid zei Glaspie dat de VS geen partij zouden kiezen bij een conflict tussen Irak en Koeweit. De dag voor de inval in Koeweit ging Glaspie bovendien op vakantie.

Een invloedrijke columnist van de New York Times, William Safire, heeft zijn verontwaardiging geuit over de manier waarop Glaspie nu wordt gemaakt tot een 'zondebok voor de politiek van appeasement van minister (van buitenlandse zaken) Baker'. Safire laakte in dit verband ook de rol van John Kelly, die eveneens zou proberen de last van het falende regeringsbeleid op de schouders van Glaspie te schuiven.

President Bush, die zelf tot dusverre buiten schot is gebleven bij deze kritiek, zei maandag dat hij achteraf bezien betreurde dat Washington zo'n zachte houding jegens Irak had aangenomen. (AP, Reuter)