Economen laken milieubeleid overheid

TILBURG, 19 sept. Het milieubeleid van de overheid faalt omdat zij zich ook in de Miljoenennota voornamelijk beperkt tot aangeven van doelstellingen, zoals een vermindering van de uitstoot van zwaveldioxide met tachtig procent. Dat vindt een groep vooraanstaande economen, die momenteel in Tilburg debatteert over de relatie tussen milieu en economie. 'De overheid tast bij de vraag met welk beleid die uitstoot moet worden teruggebracht nog grotendeels in het duister', stelt A. Heertje, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verwoordt daarmee de opvatting onder de Nederlandse economen op de conferentie 'Economics and the enviroment', die plaatsheeft op de Katholieke Universiteit Brabant (KUB). Een internationaal gezelschap van zogenoemde 'milieu-economen', juristen en ambtenaren praat er over de relatie tussen economie en milieu.

De stem van de Tilburgse milieu-econoom dr. J. van der Straaten trilt van verontwaardiging wanneer hij de Miljoenennota karakteriseert als 'oneconomisch'.

Het halfslachtige overheidsbeleid brengt volgens Van der Straaten de vervuiling van lucht, water en bodem niet tot staan. Het schoonmaken van Nederland zal daardoor alleen maar duurder worden.

Van der Straaten promoveerde enkele maanden geleden met een proefschrift over het beleid van de Nederlandse overheid tegen de zure regen. 'Het ministerie van VROM geeft zelf toe dat bij het huidige milieubeleid de verzuring van de bodem verder gaat en dat maar twintig procent van de Nederlandse bossen in leven zal blijven. Het heeft uitgerekend dat hierdoor op korte termijn een direct meetbare schade van 1 tot 1,5 miljard gulden optreedt.' De macro-econoom prof. dr. R. van der Ploeg, verbonden aan de KUB en The London School of Economics, laakt de 'dwaze' kwantitatieve planning van de overheid in het Nationaal Milieubeleidplan (NMP) en de Miljoenennota. Volgens hem verwacht de overheid te veel van 'stalinistische' beleidsinstrumenten als richtlijnen en sancties om de uitsoot van vervuilende stoffen tot een bepaald maximum te beperken.

Het kabinetsbeleid gaat ook te veel uit van 'interne mileuzorg', waarbij ondernememingen hun eigen bedrijfsvoering grondig doorlichten op milieu-aspecten. 'Dat is net zo waarschijnlijk als kalkoenen die voor een vroege Kerst stemmen', lacht de macro-econoom.

Veel beter zijn volgens de milieu-economen beleidsinstrumenten die een beroep doen op het marktmechanisme, zoals stimulering van milieuvriendelijk gedrag met directe financiele prikkels. Dit betekent subsidiering van schone produktietechnieken en consumptie-artikelen en heffingen op vervuilende activiteiten.

Sommige economen, onder wie Van der Ploeg, zien veel in een stelsel waarin bedrijven 'vervuilingsvergunningen' kopen. Dit systeem dwingt hen vanzelf vervuilende produktie te beperken tot een minimum en te zoeken naar technieken die vervuiling tegengaan.

De milieu-economen vinden dat het kabinet veel meer gebruik moet maken van hun groeiende expertise bij de uitvoering van het milieubeleid. 'Helaas ontbreekt het politici vaak aan de moed een nieuw beleidsinstrument uit te proberen, uit angst dat het mislukt', constateert drs. F. Dietz, die werkt aan een proefschrift over het mestprobleem.

Volgens Heertje, auteur van vele economische leerboeken, is bij economen eindelijk het besef doorgedrongen dat ze de aanpak van de milieuvervuiling niet langer kunnen negeren. Altijd hebben economen in hun opleiding geleerd dat de welvaart van een land afhangt van de stijging van het bruto nationaal produkt (BNP). 'Die zekerheid is nu aan het wankelen gebracht', aldus Heertje.

Het groeiende aantal milieu-economen vindt daarom dat de overheid zich ten onrechte verschuilt achter het argument dat de zorgelijke staat van de overheidsfinancien een serieuze aanpak van de milieuproblematiek niet toelaat.

Heertje: 'Het is absurd de toestand van de economie te beperken tot begrippen als markt, geld en financieringstekort. Het is vanzelfsprekend dat het milieu behoort tot het ruime begrip welvaart, ook als de vervuiling moeilijk cijfermatig is uit te drukken. Voortschrijdende milieuvervuiling vermindert uiteindelijk de winsten van bedrijven en de welvaart van burgers.'