Compromis over voortbestaan van kunstsubsidies VS

WASHINGTON, 19 sept. De National Endowment for the Arts (NEA), de Amerikaanse organisatie voor steun aan de kunsten, blijft voortbestaan. De twaalf leden van een onafhankelijke commissie die in opdracht van de overheid het functioneren van de NEA onderzoekt hebben daarover een compromis bereikt. De NEA, die al anderhalf jaar zwaar wordt bekritiseerd, zou eind september worden opgeheven.

Het voortbestaan van de Endowment wordt nu zonder restricties vooraf voor vijf jaar verzekerd. De kunstenaar die een beurs ontvangt, moet echter het geld teruggeven, als hij door de rechtbank wordt veroordeeld voor het overtreden van wetten betreffende obsceniteit of kinderpornografie.

Afgelopen najaar liet het Congres na een controverse over het homo-erotische werk van fotograaf Robert Mapplethorpe een verbod op obsceniteit in de statuten van de Endowment opnemen. Ondanks felle discussies die af en toe resulteerden in 'een beetje bloed op de vloer', zoals een van de leden schertsend opmerkte, doet de commissie unaniem vier aanbevelingen. De NEA moet volgens deze commissie niet proberen specifiek te omschrijven wat obsceen of aanstootgevend is. Pogingen de inhoud van een kunstwerk aan banden te leggen zou volgens de commissie 'constitutionele vraagstukken' opwerpen en bovendien tot kostbare en improduktieve rechtszaken leiden.

Het beoordelen van de aanvragen moet volgens de commissie ook anders: de commissieleden mogen niet meer zelf betrokken zijn bij de projecten waarover ze oordelen en er moeten meer niet-kunstenaars in de commissies zitting nemen. Ook zou de NEA-voorzitter het laatste woord moeten krijgen.

De belangrijkste aanbeveling is het schrappen van een omstreden eis aan ontvangers van beurzen die vorig jaar is ingevoerd. Zij moeten schriftelijk beloven geen overheidsgeld te gebruiken voor het vervaardigen of tentoonstellen van kunstwerken die eventueel als obsceen kunnen worden aangemerkt.

Het Newport Harbor Art Museum in Los Angeles, waaraan de NEA dit jaar vier subsidies heeft toegekend voor in totaal honderdduizend dollar, spande vorige week als eerste museum in Amerika een rechtszaak aan tegen de NEA tegen deze eis. Het Newport Harbor-museum hoopt daarentegen de rechtszaak te winnen en de subsidies, die vijf procent van het jaarlijkse budget van het museum bedragen, alsnog in ontvangst te kunnen nemen. Sinds 1972 heeft dit museum 56 NEA-subsidies ontvangen, voor in totaal 1,3 miljoen dollar.

Al eerder zijn de Newyorkse New School for Social Research en choreografe Bella Lewitzky uit Los Angeles om dezelfde reden naar de rechter gestapt. Ook hebben kunstenaars en instellingen uit protest NEA-subsidies geweigerd, zoals het Los Angeles Festival dat dertigduizend dollar weigerde. Maar ook conservatieven zijn naar de rechter gestapt: het Rutherford Institute verwijt de NEA bijvoorbeeld 'de grondrechten van christenen te overtreden door kunst te subsidieren die hun geloof denigreert'.