Bijeenroepen WEU snel gevolgd door koortsachtig overleg; Woede Frankrijk jut Nederland op

De gebeurtenissen in het Golfgebied blijven een beroep doen op de flexibiliteit van de Nederlandse politici. In het afgelopen weekeinde 'moest' er iets gebeuren om de druk op Sadam Hussein op te voeren. Druk overleg en vele telefoontjes leidde tot het zenden van een squadron F16's naar het Golfgebied.

DEN HAAG, 19 sept.

Het telefoontje over de spoedvergadering van de Westeuropese Unie (WEU) kwam vrijdagavond bij Buitenlandse Zaken in Den Haag rechtstreeks vanuit het Elysee-paleis in Parijs. Het kabinet van de Franse president liet er geen gras over groeien. Nog maar net had Mitterrand via de televisie opnieuw zijn woede geuit over de inval van Iraakse soldaten in de ambtswoning van de Franse ambassadeur in Koeweit, of als voorzitter van de WEU besloot hij om de ministers van buitenlandse zaken en defensie van de negen landen weer bijeen te roepen.

In Den Haag, waar eerder op de dag de beide ministeries nog duidelijke signalen hadden afgegeven dat er niet concreet werd gedacht aan een uitbreiding van de Nederlandse militaire betrokkenheid bij het Golfconflict, had het telefoontje grotere activiteit tot gevolg. Slechts enkele minuten nadat Buitenlandse Zaken het bericht had doorgegeven aan Defensie hing minister Van den Broek al bij zijn collega Ter Beek aan de lijn. Frankrijk verwachtte steun, er moest in de spoedvergadering iets gebeuren. Kon Nederland nog wel volstaan met de deelname van twee fregatten aan het embargo? Zaterdagmorgen al kwam een groepje militairen en ambtenaren onder leiding van secretaris-generaal mr. M. Patijn bijeen op het ministerie van defensie om de mogelijkheden te bespreken. In de voorafgaande weken was al uitgelekt dat er binnen de krijgsmacht werd gedacht aan F16's, aan Orion-patrouillevliegtuigen, aan meer Stinger-raketten voor luchtafweer op schepen en ook aan het sturen van een contingent mariniers. In de vergadering kwamen de sous-chefs operatien van de marine, commandeur J. W. Stuurman van de luchtmacht, commodore B. Droste van de landmacht, brigade-generaal J van Ginkel en brigade-generaal P. Messerschmidt van de defensiestaf. Voorts waren aanwezig de mannen van de Dienst Algemene Beleidszaken, drs. D. Barth en drs. B. Kreemers.

In de loop van de dag kwamen zij met een lange lijst van mogelijkheden. De keuze voor F16's lag voor de hand. Als er een luchtembargo tegenover Irak zou worden ingesteld door de Veiligheidsraad daar ging het in de loop van zaterdag al steeds meer op lijken dan was de F16 een juiste keuze. Het 315-squadron van de vliegbasis Twenthe is speciaal getraind voor politietaken langs grenzen ('air-policing' heet dat in NAVO-kring). Chef-defensiestaf generaal P. Graaff stuurde de lijst zaterdag nog naar minister Ter Beek, voorzien van een eigen evaluatie en een aanbeveling. De minister ging er zondag de hele dag mee aan het werk, slechts kort onderbroken door een belangrijke golfwedstrijd in Hilversum. Hij had niet alleen telefonisch contact met zijn collega Van den Broek en met zijn politiek leider, vice-premier Kok, maar ook met partijgenoten in de Tweede Kamer, Melkert en Vos.

Definitief doorzetten wilden Ter Beek en Van den Broek op dat moment niet, nog niet helemaal zeker als zij waren van voldoende steun uit de achterban, in het bijzonder die van de Partij van de Arbeid. De jarenlang slepende discussies over de stationering van kruisraketten heeft bewindslieden op dit buitengewoon voorzichtig gemaakt. Hoge ambtenaren op de beide ministeries bevestigen dat in de afgelopen weken de ministers elkaar op dit punt hebben verrast. Van den Broek was wel eens, om zijn coalitiepartner niet te snel op te jutten, voorzichtiger dan men van hem verwachtte. Ter Beek ging, om niet de indruk te wekken dat de PvdA op dit punt haar verantwoordelijkheid niet zag, wel eens verder dan men bij Buitenlandse Zaken had gecalculeerd.

Op maandag en ook nog dinsdagochtend vroeg ging er druk telefoonverkeer over en weer: van Ter Beek naar Kok en PvdA-Kamerleden, van staatssecretaris Van Voorst tot Voorst naar CDA-Kamerleden, van Van den Broek naar premier Lubbers. Veel contact tussen Van den Broek en de CDA-fractie was er niet; hij kon wel op de fractie rekenen als het ging om uitbreiding van de Nederlandse betrokkenheid.

Dinsdagmorgen om 9 uur kwamen Lubbers, Kok, Ter Beek en Van den Broek bij elkaar in Lubbers' torentje op het Binnenhof. Daar kwam men snel tot een besluit: achttien F16's van de luchtmacht zouden worden aangeboden, liefst opererend vanaf een Turkse basis, maar dat was geen absolute eis. Kok, die volgens ingewijden zeer beslist het besluit ondersteunde, kon zich toen verzekerd weten van de steun van de fractie. Melkert had het fractiestandpunt nauwkeurig geformuleerd: als de Veiligheidsraad zou besluiten tot een luchtembargo, dan zou Nederland niet kunnen achterblijven.

Indien de Veiligheidsraad dit niet zou doen, dan zou Nederland moeten bekijken op welke gronden dat dan niet gebeurde. Als die gronden bijvoorbeeld een Chinees veto onvoldoende zouden zijn, dan zou de PvdA niettemin een 'open opstelling' kiezen tegenover uitbreiding van de Nederlandse betrokkenheid. Daarbij moest dan wel zeker zijn dat de Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland alles in het werk hadden gesteld om tot een eensgezind standpunt van de Veiligheidsraad te komen.

In ruil voor deze bereidwillige houding kreeg de PvdA, daarin gesteund door Lubbers, een duidelijke afbakening van nog verdere uitbreiding van Nederlandse deelname. Grondtroepen zijn taboe, omdat die in strijd zouden kunnen komen met de voorwaarde dat de Nederlandse bijdrage geen offensief karakter mag hebben. Binnen de speelruimte die daardoor ontstaat, is zelfs nog ruimte voor het sturen van Orions, die dan gezien worden als uitbreiding van de marinetaak.

Voorwaarde voor politieke steun blijft dat de operatie alleen ten dienste staat van de uitvoering van het handelsembargo van de Verenigde Naties. Resolutie 661, waarin een handelsembargo tegen Irak is afgekondigd, biedt volgens Buitenlandse Zaken al voldoende grond om luchtvracht naar Irak te controleren, maar voor het uitvoeren van een luchtembargo is net als bij de maritieme controle een nieuwe resolutie over maatregelen voor een luchtembargo wenselijk.

Secretaris-generaal W. van Eekelen van de WEU op de persconferentie gisteravond na afloop van het overleg. Rechts van hem de Franse ministers Dumas van buitenlandse zaken en Chevenement van defensie. (Foto AP)

    • Rob Meines