Bankschandaal Indonesie in nieuwe fase

JAKARTA, 19 sept. Het schandaal rond de Bank Duta, een van de belangrijkste handelsbanken van Indonesie, gaat een nieuwe episode in nu het Openbare Ministerie inzage eist in de bankrekeningen van ex-bankier Dicky Iskandar di Nata, die sinds vorige week in voorlopige hechtenis zit op verdenking van illegale deviezenspeculatie. De affaire rond de bank raakt de financiele en politieke wereld van Indonesie op gevoelige plaatsen. De naam van president Soeharto is verbonden aan Bank Duta en een minister is president-commissaris.

Iskandar di Nata is een van de hoofdrolspelers in het grootste financiele schandaal in Indonesie sinds de Pertamina-affaire van 1975. Tot voor kort was hij vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van Bank Duta. Tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering op 6 september werd hij samen met het gehele bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht ontslagen. Kort tevoren was Bank Duta onder curatele gesteld door de Indonesische Centrale Bank wegens onregelmatigheden in de buitenlandse valutahandel. Of Dicky Iskandar di Nata de enige schurk is in het drama is nog niet duidelijk, maar de heldenrol is zonder twijfel weggelegd voor Adrianus Mooy, de gouverneur van de Centrale Bank. Op 4 september kondigde hij aan dat de Bank Indonesia 'financiele onregelmatigheden' had geconstateerd bij Bank Duta en die vervolgens onder curatele had gesteld. Bank Duta zou ernstige verliezen hebben geleden als gevolg van 'fouten in buitenlandse valuta-operaties'. Deze vergaande maatregel kan bank-gouverneur Mooy niet lichtvaardig hebben genomen. Zeventig procent van Bank Duta's aandelen is in handen van een drietal charitatieve stichtingen, die allen worden voorgezeten door president Soeharto in zijn hoedanigheid van staatshoofd. Voorzitter van de Raad van Toezicht was tot zijn terugtreden op 6 september generaal b.d. Bustanil Arifin, minister van cooperaties in de regering-Soeharto en een vertrouweling van de president.

Mooy stelde de aandeelhouders een overgangsbestuur voor onder leiding van Winarto Soemarto, directeur van een van de Indonesische staatsbanken. De vergadering ging hiermee akkoord en accepteerde ook Coordinerend Minister van Economische Zaken Radius Prawiro als nieuwe president-commissaris. Door de benoeming van deze zwaargewichten hebben de financiele autoriteiten duidelijk gemaakt dat zij Bank Duta, een bedrijf dat in binnen- en buitenland een goede naam had, voor ondergang willen behoeden.

De klap is hard aangekomen. Exacte cijfers zijn nog steeds niet vrijgegeven, maar experts schatten de verliezen als gevolg van Bank Duta's deviezenoperaties op zo'n 300 miljoen dollar. Minister Bustanil Arifin, de afgetreden voorzitter van de Raad van Toezicht, weet dit fiasco aanvankelijk aan 'beoordelingsfouten' van de bank. Men zou in augustus ten onrechte hebben vertrouwd op fors herstel van de dollar en de dollarpositie te lang hebben aangehouden. Bovendien had de bank aanzienlijke dollarbedragen ondergebracht bij de National Bank of Koeweit, tegoeden die na de Iraakse inval op 2 augustus waren bevroren. Een combinatie van misrekeningen en tegenslagen had de crisis veroorzaakt, aldus minister Bustanil, die de 'volledige verantwoordelijkheid' op zich nam voor de gemaakte beleidsfouten.

Tijdens een hoorzitting van het parlement, enige dagen later, gaf Adrianus Mooy een wat minder onschuldige versie van de affaire. Het ingrijpen van Bank Indonesia had zolang op zich laten wachten, aldus Mooy, omdat de deviezentransacties die Bank Duta bijna de kop kostten nergens terug te vinden waren in de balans. De gouverneur zei dat zijn medewerkers zouden uitzoeken wie verantwoordelijk waren voor deze zwarte operaties. Het Openbare Ministerie was hen voor. Op 13 september gelastte procureur-generaal Singgih de arrestatie van Dicky Iskandar di Nata, tot voor kort vice-voorzitter van de Raad van Bestuur. Tegenover het weekblad Tempo had minister Bustanil Arifin hem ervan beschuldigd de handel in buitenlandse valuta 'buiten iedereen om' te hebben afgewikkeld en had hij Dicky een 'gokker' genoemd. De ex-bankier werd ingerekend in zijn villa in Zuid-Jakarta en in zijn eigen BMW afgevoerd. Hij zit nu in voorlopige hechtenis op verdenking van fraude. Begin deze week zijn ook de vier andere ex-bestuurders op het Openbare Ministerie ontboden voor ondervraging. Tegen een verslaggever van het weekblad Editor zei Iskandar di Nata dat zijn collega-bestuurders van dag tot dag op de hoogte werden gehouden van Bank Duta's handel en wandel op de valutamarkt. 'Als zij nu zeggen dat ze van niets weten, liegen ze', aldus Dicky. Procureur-generaal Singgih zei onlangs in het parlement dat hij er niet voor terugschrikt om 'indien het onderzoek dit vereist ook een minister te verhoren'.

Bustanil Arifin, wiens ministerszetel wankelt, heeft zijn medewerking aan het onderzoek toegezegd. De affaire-Bank Duta maakt duidelijk dat de snelle groei het Indonesisische bankwezen zijn schaduwzijden heeft. De deregulering van de financiele sector, ingezet in 1988, dreigt uit de hand te lopen. Veel nieuwe banken storten zich niet alleen geestdriftig op de kredietverlening aan bedrijven en consumenten, met alle inflatoire gevolgen vandien, maar ook op de profijtelijke doch riskante valutahandel. Om te voorkomen dat de handelsbanken te zeer worden blootgesteld aan valutaschommelingen bepaalt de Bank Indonesia dat ze niet meer dan 25 procent van hun kapitaal mogen aanhouden in buitenlandse deviezen. De supervisie van de Centrale Bank laat echter te wensen over. Al te vaak wordt afgegaan op jaarcijfers en zo blijkt in het geval van Bank Duta die zijn niet altijd de betrouwbaarste bron.

    • Dirk Vlasblom