Amsterdam machteloos bij levering olie aan Zuid-Afrika

AMSTERDAM, 19 sept. Het college van B en W van Amsterdam kan geen maatregelen treffen tegen olieleveranties aan Zuid-Afrika die vanuit de Amsterdamse haven plaatsvinden. Dit blijkt uit een concept-brief die de gemeente gisteren heeft vrijgegeven.

De anti-apartheidsgroepen Kairos en het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA) hadden eerder bij de gemeente aangedrongen op onderzoek naar de rol van de Amsterdamse haven bij de overslag van de olieprodukten voor Zuid-Afrika.

Juridisch gezien is volgens de conceptbrief geen sprake van schending van afspraken omdat Nederland sinds 1985, in EG-verband, een beperkt olie-embargo tegen Zuid-Afrika kent. Hierdoor is uitsluitend de export van ruwe olie verboden en niet de uitvoer van bewerkte olieprodukten. Olieleveranties vanuit de hoofdstad naar Zuid-Afrika zijn hierdoor niet verboden. 'Het is echter wel te betreuren dat het regeringsbesluit deze beperkte reikwijdte blijkt te hebben, maar het is niet anders!', aldus B en W. Het college acht het bovendien praktisch onmogelijk te controleren of bedrijven in de Amsterdamse haven al dan niet bij de levering van olieprodukten aan Zuid-Afrika zijn betrokken. Volgens B en W is de eindbestemming van dit soort leveranties vaak aan verandering onderhevig.

K. de Pater, woordvoerder van het KZA, bestrijdt dit. 'Wij beschikken over bewijzen dat juist bij olieleveranties vanuit Amsterdam vantevoren vaststond dat Zuid-Afrika de eindbestemming zou zijn.' Uit een onderzoek van het Shipping Reseach Bureau in Amsterdam, dat vorige week werd gepubliceerd, blijkt dat vanaf juni 1989 dertien schepen olieprodukten als benzine en dieselolie vanuit de hoofdstad naar Zuid-Afrika hebben vervoerd. (ANP)