Worden onze vogels vergiftigd in Afrika?

Al geruime tijd bestaat onder vogelbeschermers het vermoeden dat er iets mis is met 'onze' trekvogels in Afrika. Soorten als ooievaar, zwarte stern en oeverzwaluw worden steeds schaarser, zonder dat dit direct te verklaren valt uit misstanden in Nederland. Misschien ligt het wel aan de omstandigheden in hun winterverblijf, in Afrika dus.

Bekend is dat de waterstand van de Niger en de Senegal een bijna perfecte graadmeter vormen van de overleving van de purperreiger, die bij ons in Nederland broedt maar in West-Afrika overwintert. Een droge winter veroorzaakt een grote sterfte veel purperreigers gaan van honger dood in Afrika of ze overleven de terugtocht niet meer.

Maar het zijn niet uitsluitend watervogels die soms een sterke teruggang vertonen. Er zou ook wel eens een andere oorzaak kunnen bestaan. De gedachten gaan daarbij uit naar het toenemend pesticidengebruik in Afrika. Want ook in Nederland hebben indertijd pesticiden een grote tol geheven onder vogels.' Een van de beste case studies van dit probleem', zegt Wagenings ecotoxicoloog en ornitholoog Wim Mullie, ' is zelfs in Nederland verricht. Koeman heeft eind jaren zestig een duidelijk verband aangetoond tussen lozingen van telodrin in de Nieuwe Waterweg en sterfte bij Grote sterns op Griend in de Waddenzee. Later heeft de Wageningse vakgroep Toxicologie van prof. Koeman zich onder andere in Afrika bezig gehouden met ecologische gevolgen van pesticidengebruik.' Op verzoek van de internationale raad voor Vogelbescherming (ICBP) en met geld van WWF en het ministerie van VROM is in 1985 en 1986 onderzoek gedaan in de Senegaldelta naar het effect van landbouwgif op trekvogels. Het werk in Senegal is uitgevoerd door mw. Fatou Sene van de universiteit van Dakar, Albert Berends (toen nog student toxicologie aan de LUW) en Peter Verwey (projectleider, kweekt nu bloemen op Sicilie). Het project is opgezet door dr. James Everts en werd in Nederland afgerond door ir. Wim Mullie en prof. dr. Koeman. Het onderzoek naar effecten op vogels ' kon naadloos worden ingepast in een lopend Senegalees onderzoek naar methoden van rijstbouw en toedienen van insecticiden', aldus Mullie.

Rijstvelden

Veel vogels verblijven in of nabij rijstvelden in de delta van de Senegalrivier. Hierin is een groot oppervlak bedijkt en in cultuur gebracht met rijst en suikerriet. Een ander deel van de delta is het nationaal park 'de Djoudj'. Weer een ander deel, 'de Ndiael', is nu een zoutwoestijn. Voor indijkingen en de grote droogte na de jaren zestig was de Ndiael juist een 'wetland', een vochtig natuurgebied waar onder meer veel ooievaars overwinterden.

De studie richtte zich vooral op twee pesticiden: dieldrin en carbofuran. Dieldrin is een cyclodieen (gechloreerde cyclische koolwaterstof) die bij ons al geruime tijd is verboden en waarvan de produktie onlangs is stopgezet. In Afrika zijn nog voorraden die men voor termietenbestrijding en in de suikerrietteelt gebruikt. In Senegal vond men residuen in visetende vogels zoals (Afrikaanse) aalscholvers en bonte ijsvogels. Dieldrin is persistent, het blijft lang in het milieu, verder wordt er soms nogal gemorst. Toch waren de ecologische gevolgen bij gerichte toepassing en in kleine hoeveelheden in de suikerrietteelt niet zorgwekkend, zeker niet op trekvogels.

Anders lag dit bij carbofuran, een cholinesterase-remmer uit de groep van de carbamaten. Dit gif wordt in korrels, die langzaam oplossen, toegediend bij de rijstbouw om een stengelvretend rupsje te bestrijden. Verder is dit middel in de jaren zeventig gebruikt tegen vogels. De OCLALAV (de intra-Afrikaanse organisatie voor bestrijding van vogel- en sprinkhaanplagen) probeerde met carbofuran wevervogels te bestrijden omdat die enorme hoeveelheden van de graanoogst opaten. ' Bij mijn weten zijn deze experimenten op zaadeters daarna niet voortgezet', zegt Mullie.

Carbofuran doodt allerlei waterinsekten die helemaal niet schadelijk zijn voor de rijstteelt. Het gevaar schuilt dan ook niet in de giftigheid van het middel, maar in de afname van de hoeveelheid voedsel voor insektenetende vogels. Een geluk bij een ongeluk is dat deze rijstvelden daarom gemeden worden. Vogels die de korrels hadden opgepikt, gingen ter plekke dood. Als ze alleen maar in de behandelde velden waren geweest, vertoonden ze geen vergiftigingsverschijnselen.

Het gebruik van gif alleen blijkt niet de grootste bedreiging. ' Al gauw wordt er hier gezegd dat men in Afrika maar van alles op het land gooit', zegt Mullie. ' De mensen vergeten dan dat de boeren daar helemaal geen geld voor hebben. Senegal is in West-Afrika het land waar het meest met landbouwbestrijdingsmiddelen wordt gewerkt. Dus als er problemen zijn, moet je daar wezen. Maar een veilige schatting is dat het gemiddelde gebruik, afhankelijk van de context waarbinnen je de vergelijking maakt, een factor tien lager ligt dan in Nederland, ' zegt Mullie. ' Of pesticiden een belangrijke oorzaak zijn voor de achteruitgang van 'onze' ooievaars, oeverzwaluwen en gele kwikstaarten blijft in de sfeer van circumstancial evidence.' Waarschijnlijk moet de achteruitgang van de trekvogels toch ergens anders gezocht worden. Mullie: ' De klimaatfactor is overweldigend belangrijk. Het ene jaar blijft alles droog en is er geen plantje te zien. Als je daar aankomt vraag je je af wat je hier moet onderzoeken? In een ander jaar kan na regenval in korte tijd alles gaan bloeien. Overal groeit dan een venijnig prikkend soort gras, bomen die dood leken beginnen plotseling uit te botten en binnen korte tijd wemelt het van de insekten, padden en vogels.' Het gaat niet zozeer om het pesticidengebruik op zich, stelt Mullie, ' het gebruik van gif staat voor de introductie van een heel ander agrarisch systeem.'

Landbouwgif is er slechts een teken van dat het agrarisch grondgebruik volledig is veranderd bedijkingen, bevloeiingen, andere rassen, zelfs geheel andere gewassen. Vaak zijn juist deze nieuwe landbouwtechnieken schadelijk voor de vogelstand. Nu zitten veel van 'onze' trekvogels zoals grutto's, kemphanen, gele kwikstaart en zwarte stern in rijstvelden waarin niet zo intensief geboerd wordt. De druk op deze rijstvelden zal steeds groter worden als het intensief gebruikte areaal toeneemt en het Nationale Park klein blijft.

Volgens Mullie moet de oppervlakte aan natuurgebied in de Senegaldelta worden uitgebreid. Met behulp van waterpeilmanipulaties is het mogelijk een groter fourageer- en rustgebied voor trekvogels te creeren in gebieden waar nu helemaal niets is. Verder heeft Mullie het idee dat er in de Senegalvallei onvoldoende is gewerkt aan de perfectionering van bestaande traditionele landbouw. Nu maakt deze landbouw plaats voor natte (geirrigeerde) rijstbouw. Dit is een recent geintroduceerde teelt. Maar ook in de natte rijstbouw bestaan mogelijkheden met geintegreerde bestrijding, waarbij selectief werkende pesticiden in kleine hoeveelheden worden gebruikt. Onschuldige en nuttige insekten blijven dan gespaard. Bij gebruik van rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten zal zich dan eerder een soort ecologisch evenwicht instellen tussen schadelijke insekten en hun roofvijanden. Dit is ook heilzaam voor vogels. Dit alles voorkomt plagen en kan zelfs tot 20 % opbrengstverhoging leiden zo bleek in Indonesie. The impact of pesticides on palearctic migratory birds in the Western Sahel. ICBP Study report no. 36, 1989. Cambridge CB3 OPJ.

    • Henrik de Nie