Werkgevers reageren uiterst negatief

De werkgeversorganisaties hebben uitermate negatief gereageerd op het kabinetsbeleid voor 1991. Met kunst- en vliegwerk is de begroting volgens de werkgevers sluitend gemaakt en Nederland is slecht voorbereid op de internationale onzekerheden. De werknemersorganisaties zijn minder negatief over het beleid van het kabinet Lubbers-Kok. Ze hebben waardering voor het herstel van de koppeling, maar de vakbeweging vindt dat het kabinet zich te passief opstelt ten aanzien van het bestrijden van de werkloosheid en het terugdringen van arbeidsongeschiktheid.

De grootste werkgeversorganisatie, VNO, spreekt van een onverantwoorde trendbreuk in de overheidsfinancien en hekelt het 'expansieve uitgavenbeleid'.

Het dekkingsplan, nodig om het overheidstekort volgend jaar op 4,75 procent van het nationaal inkomen te laten uitkomen, bestaat uit 'noodverbanden'.

Het tekort bedraagt volgens een alternatieve berekening van het VNO niet 4,75 maar 5,5 procent.

De christelijke werkgeversorganisatie NCW vindt dat het kabinet te optimistisch de toekomstige rentelasten en de kosten van de koppeling heeft berekend. Het NCW verwacht voor volgend jaar forse bezuinigingen en in 1992 een budgettaire tegenvaller van 7,5 a 10 miljard gulden.

Beide werkgeversorganisaties wijzen erop dat voor het eerst in jaren de koopkracht niet wordt ondersteund met behulp van belasting- en/of premieverlaging. Hierdoor vermindert de koopkracht volgend jaar met driekwart procent en dat zal tot gevolg hebben dat de vakbonden hogere looneisen gaan stellen, verwacht het VNO. Volgens de werkgeversorganisaties voor het midden- en kleinbedrijf, KNOV en NCOV, zou het kabinet meer op de uitgaven moeten bezuinigen om reserves te kweken voor eventuele tegenvallers. Om die reden is het onverstandig dat de extra inkomsten uit aardgas niet zijn gebruikt om de staatsschuld te verminderen.

Het KNOV vreest dat de door het kabinet beoogde loonstijging in de bedrijven met drie procent het minimum wordt, terwijl de geschatte incidentele loonstijging (promoties, dienstjaren en dergelijke) van 1,5 procent te laag zal blijken door onder meer de schaarste op de arbeidsmarkt, die het 'incidenteel' loon omhoog zal duwen.

Volgens de vakcentrale CNV heeft het kabinet er niet verstandig aan gedaan de norm voor loonstijging in 1991 op drie procent te stellen. 'Hiermee draait de regering de discussie om. Niet de hoogte van de lonen is discussie-onderwerp nummer een, maar het oplossen van zaken als werkloosheid en arbeidsongeschiktheid', aldus het CNV. De Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger Personeel (MHP) noemt de oproep van het kabinet onverstandig en voorbarig, omdat de drie procent 'eerder als een minimum-eis dan als bovengrens zal werken'. De vakcentrales CNV en FNV onderschrijven het belang van voortgaande loonmatiging voor behoud van werkgelegenheid en verdere economische groei. Maar zij vinden wel dat het kabinet zich te passief opstelt en veel zaken afschuift naar het overleg tussen de sociale partners.

De vakcentrales FNV en CNV hebben waardering voor het herstellen van de koppeling. Zij vinden de inkomensverdeling evenwichtiger dan in voorgaande jaren, maar de verhoging van de nominale ziekenfondspremie doet volgens hen weer afbreuk aan de verhoging van de kinderbijslag.

De FNV heeft kritiek op het vooraf bepalen van de ruimte voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Dat strookt niet met de vrije onderhandelingen die voor 1991 zouden worden gevoerd. Ook voor de gepremieerde en gesubsidieerde sector houdt het kabinet zich niet aan zijn woord. In plaats van het volgen van de totale ruimte voor verbetering in de marktsector is er nu nog slechts sprake van het volgen van de contractloonstijging, aldus het FNV.