Werkgelegenheid groeit met 115.000 mensen

Dit jaar zal het aantal mensen dat werk heeft naar verwachting met 115.000 toenemen tot 6.210.000 personen. Ook in internationaal opzicht slaat Nederland daarmee geen slecht figuur. Maar de groei heeft een keerzijde. Het aantal vacatures in Nederland stijgt sneller dan elders. Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt blijken steeds moeilijker op elkaar aan te sluiten.

Dit staat in de Rapportage Arbeidsmarkt 1990, die tegelijk met de begroting van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid is verschenen.

Met de groei van de werkgelegenheid haalt het kabinet het in het regeerakkoord gestelde doel: jaarlijks ten minste 100.000 banen erbij. Gezien de minder gunstige economische vooruitzichten zijn volgens minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld extra inspanningen nodig om volgend jaar opnieuw 100.000 mensen aan een betaalde baan te helpen. De loonstijging zal volgens ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) in 1991 gemiddeld 3,25 procent bedragen, terwijl een jaar geleden nog gerekend werd met 2 procent. Mede hierdoor verwacht het CPB in 1991 een groei met niet meer dan 75.000 banen. De CPB-prognose bevestigt volgens De Vries en Ter Veld het belang van een beheerste loonkostenontwikkeling.

Daarnaast moeten, aldus beide bewindslieden, sommige groepen op de arbeidsmarkt meer kansen krijgen op een betaalde baan. Het gaat hierbij om ethnische minderheden, vrouwen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, langdurig werklozen en jongeren. Het activerend arbeidsmarktbeleid (scholing, werkervaring en bemiddeling) en de sociale vernieuwing (banenpools) zijn daarop gericht. Het wachten is niet op nieuwe instrumenten; waar het nu op aankomt, is een goede en creatieve uitvoering, aldus De Vries en Ter Veld.

De meeste nieuwe banen gaan naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt, zoals schoolverlaters en herintredende vrouwen (65.000). De geregistreerde werkloosheid zal dit jaar dalen met 40.000 tot gemiddeld 350.000 mensen. Het aantal werkzoekenden zonder baan krimpt van 558.000 naar 510.000. Het aantal mensen dat korter dan een jaar zonder baan zit daalt van 173.000 tot 155.000. Het aantal langdurig werklozen neemt met 22.000 af tot 195.000. De groei van de werkgelegenheid heeft met name plaats in de handel en de zakelijke dienstverlening. Het aantal deeltijdbanen neemt nog altijd sneller toe dan het aantal volledige banen, wel is de verhouding de afgelopen jaren evenwichtiger geworden. Bestond tussen 1986 en 1988 een kwart van de nieuwe werkgelegenheid uit voltijdbanen, de afgelopen jaren is dat opgelopen tot circa veertig procent.

De werkgelegenheid onder vrouwen stijgt bijna tweemaal zo snel als het gemiddelde. Hierbij gaat het niet alleen om kleine deeltijdbanen. De toename is gelijk verdeeld over banen van minder en banen van meer dan twintig uur. Ook voor jongeren is de ontwikkeling van de werkgelegenheid gunstig. Daarentegen springt de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt er zeer ongunstig uit, met name voor Turken en Marokkanen. Van de allochtone beroepsbevolking heeft 37 procent geen werk. Onder allochtonen is de ongeschooldheid twee tot drie keer zo hoog als onder autochtonen. Mede daardoor speelt de groeiende behoefte aan hoger gekwalificeerd personeel hen vooral parten.

De steeds moeilijker wordende aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt blijkt uit de toename van het aantal vacatures. Vorig jaar waren er 731.000 nieuwe vacatures, terwijl er 708.000 werden vervuld. In het eerste kwartaal van dit jaar ontstonden 193.000 vacatures (zeven procent meer dan in het eerste kwartaal van vorig jaar), terwijl er 153.000 werden vervuld (vijf procent minder dan in de vergelijkbare periode van 1989). Voor vacatures in de metaal, de detailhandel en de gezondheidszorg zijn nu al moeilijk mensen te vinden.