Voorlopig geen buitenaards leven; NASA's serieuze SETI-project wordt door husi van Afgevaardigden geschrapt

Onlangs heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden alle fondsen geschrapt voor het NASA-project SETI (Search for Extraterrestrial Intelligence). Met behulp van het Deep Space Network, de radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico en gecompliceerde analyse-apparatuur hadden astronomen vanaf oktober 1992, precies vijfhonderd jaar na de ontdekking van Amerika door Columbus, radiografisch contact willen zoeken met buitenaardse beschavingen. NASA had voor het project, dat tien jaar zou duren, in totaal 115 miljoen dollar uitgetrokken. De grootste bedragen zouden de komende twee jaar worden besteed. Voor volgend jaar had SETI 12,1 miljoen dollar willen hebben nog altijd een betrekkelijk klein bedrag op het immense NASA-budget van 15,1 miljard dollar. Eerst stelde het Huis van Afgevaardigen voor het SETI-budget te beperken tot 6,1 miljoen, maar afgevaardigde Ronald K. Machtley vond ook dit bedrag nog veel te hoog en dreigde met een tegenhanger van SETI: SCOTI The Search for Congressional Intelligence. Machtley kreeg bijval van de Republikein Silvio O. Conte, die de afgevaardigden wees op een artikel in Weekly World News. Dit blad zou hebben gemeld dat 'geheimzinnige groene stralen van een UFO zieke Turken op wonderlijke wijze hadden genezen'. De hilariteit in het Huis was voldoende om alsnog het volledige SETI-budget van de tafel te vegen. 'Het fundamentele wetenschappelijke onderzoek, de technologische ontwikkeling en het wetenschappelijk onderwijs in de Verenigde Staten hebben een gevoelige klap gekregen', zo liet SETI in een eerste reactie weten.

Wensdroom

Acht jaar geleden werden ook al eens alle fondsen voor SETI ingetrokken, maar toen slaagde de Nationale Academie voor Wetenschappen erin ze weer terug te krijgen. 'SETI is al heel lang een wensdroom van NASA, maar tot nu toe werden we steeds mondjesmaat gesubsidieerd en waren we voor het afluisteren aangewezen op radiotelescopen die zo nu en dan beschikbaar waren', zegt SETI-projectleider John Billingham in het kantoor van NASA's Ames Research Center in Moffett Field. 'Nu waren we eindelijk zover dat we echt konden beginnen.'NASA gaat ervan uit dat intelligente beschavingen het volledige elektromagnetische spectrum moeten hebben verkend, van de korte gammastralen tot de lange radiogolven, en zij hun boodschappen in een smal frequentiegebied zullen uitzenden. Voor SETI zou aanvankelijk worden geluisterd naar een specifiek deel van het heelal in het frequentiegebied van 1 tot 3 GHz (zo'n achthonderd sterren die tachtig lichtjaren van ons verwijderd zijn) en naar het volledige universum in een breder frequentiegebied van 1 tot 10 GHz.

Edison

Nicola Tesla en Thomas Alva Edison, beiden pioniers van de radiotechniek, geloofden al dat zij met hun apparatuur niet te ontcijferen signalen uit de ruimte hadden opgevangen. Tesla, die reeds vertrouwd was met elektromagnetische storingen van de zon en van het noorderlicht, was er stellig van overtuigd dat hij een groet van een andere planeet had gehoord. In 1928 werden in Eindhoven door professor Van der Pol vreemde echo-intervallen uit de ruimte opgevangen, die pas in 1973 werden 'vertaald' door de jonge Schot Duncan Lunan. Door de intervallen in een grafiek uit te zetten (de signalenreeks op de vertikale en de echovertraging op de horizontale as) ontstond er een patroon dat grote overeenkomsten vertoonde met de sterrenconstellatie Herder.

De plannen voor SETI werden echter pas aan het eind van de jaren vijftig voorgedragen door de natuurkundigen Giuseppi Cocconi en Philip Morrison van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Zij stelden voor te gaan zoeken in het frequentiegebied waarmee neutraal waterstof, het meest voorkomende element in het heelal, straling uitzendt. Weer anderen vonden dat het gebied van de 21cm-lijnstraling moest worden onderzocht, omdat het zit ingeklemd tussen de golflengte van waterstof (H) en het hydroxylradicaal (OH), de ingredienten van water, de bron van alle leven.

De eerste serieuze pogingen om te luisteren naar andere beschavingen werden ondernomen door de National Radio Astronomy Observatory in Greenbank, Virginia. De astronoom Frank Drake richtte in het kader van het project Ozma (genoemd naar het exotische oord Oz) gedurende 150 uur een radiotelescoop op de sterren Epsilon Eridani en Tau Ceti. Het onderzoek leverde niets op. Het enige signaal dat werd ontvangen, bleek afkomstig van een passerend militair vliegtuig. Drake kwam tot de conclusie dat er een breder onderzoek nodig was naar minstens 10 miljoen sterren. Niet veel later werden tijdens een studieconferentie in 1971 de plannen gesmeed voor het ambitieuze project Cyclops. In fasen zou een groep van samenwerkende radiotelescopen worden gebouwd met een ontvangend oppervlak van 7 tot 20 vierkante kilometer.

NASA keurde de plannen echter af: te duur en te ingewikkeld. Voor het opsporen van interstellaire signalen zou eerst speciale analyse-apparatuur moeten worden ontwikkeld. In 1983 bouwde de astronoom Paul Horowitz als eerste een ontvanger die duizenden en later zelfs miljoenen kanalen rond de waterstof-emissielijn van het radiospectrum kon aftasten. Dit apparaat vormt momenteel het hart van het zogenaamde META-project (Megachannel Extraterrestrial Array). NASA moest echter veel langer wachten voordat het samen met de Stanford Universiteit zijn multikanaals spectrumanalyse-apparaat (MCSA) kon ontwikkelen.

Microgolfvenster

Niet bekend

Grappenmakers

Niet alle 'intelligente radiosignalen' hoeven afkomstig te zijn van buitenaardse beschavingen. SETI-onderzoekers zouden met behulp van aardse zenders heel makkelijk op een dwaalspoor kunnen worden gebracht, hoewel volgens projectleider Billingham grappenmakers snel genoeg door de mand zullen vallen. Ook zouden echo's van eerder verzonden signalen voor buitenaardse signalen kunnen worden aangezien. Van de Spoetnik I zijn ooit signalen opgevangen maanden nadat de sonde in de atmosfeer was verband. De signalen zouden ook nog kunnen worden toegeschreven aan een onbekend astrofysisch verschijnsel. Natuurlijke straling bestrijkt echter een groot gedeelte van het radiospectrum, terwijl kunstmatige signalen volgens SETI per definitie smalbandig zijn. Billingham rekent op twee soorten boodschappen: mededelingen die voor andere beschavingen zijn bedoeld en die eenvoudig te ontcijferen moeten zijn en signalen die afkomstig zijn van bakens of radarsystemen. Wanneer een baken zou worden ontvangen zou het SETI-project al geslaagd zijn, zo verzekert Billingham, al hoopt hij zelf een 'galactische encyclopedie' te lokaliseren. Door de Internationale Federatie van Astronauten is afgesproken dat radiosignalen niet mogen worden beantwoord voordat de grote mogendheden zijn geconsulteerd. Volgens Jill Tarter bestaan er zelfs afspraken over de internationale hulp die aan landen wordt geboden als zij onverhoopt door buitenaardse beschavingen zouden worden aangevallen. Van tweerichtingsverkeer kan vooralsnog geen sprake zijn. Radiosignalen kunnen zich niet sneller dan het licht voortplanten: 300.000 kilometer per seconde. De signalen die vanaf aarde worden verzonden, zullen andere planeten op zijn vroegst over 3000 jaar kunnen bereiken.

Tamtams

Het is ook zeer goed mogelijk dat terwijl wij proberen met behulp van de meest vooruitstrevende technieken contact te zoeken met buitenaardse beschavingen, zij op hun beurt signalen naar ons uitzenden die wij helemaal niet kunnen ontvangen. 'Wij zouden kunnen ons in dezelfde positie kunnen bevinden als de bewoners van geisoleerde dalen in Nieuw-Guinea, die met tam-tams met hun buren communiceren, volkomen onkundig van het intensieve radioverkeer boven hen', schrijft Carl Sagan. Ook Tarter gelooft dat andere beschavingen een technologische voorsprong zouden kunnen hebben van vele miljoenen jaren en zij andere communicatiemiddelen gebruiken. 'Aan de andere kant denk ik dat ze zich daarvan terdege bewust zijn en ze zullen proberen via oudere technieken jongere beschavingen te bereiken', zegt ze. Sommige wetenschappers vinden het echter een teken aan de wand dat buitenaardse beschavingen nog geen blijk hebben gegeven van hun aanwezigheid. Misschien bestaat er wel een galactische ethiek die interventie ten opzichte van achtergebleven of nog opkomende beschavingen domweg verbiedt. Stel dat er niets wordt ontvangen, moet het SETI-onderzoek dan als mislukt worden beschouwd?

'Zeer beslist niet', zegt Jill Tarter. 'We kijken met een nieuw stel filters naar het heelal en dat is nog nooit eerder gedaan. Sowieso levert het onderzoek een groot aantal technologische toepassingen op. Er zijn rekenformules ontwikkeld die ook voor andere doeleinden gebruikt zouden kunnen worden. De FAA, de Amerikaanse luchtvaartorganisatie, zou met behulp van de door ons ontwikkelde apparatuur kunnen controleren of de luchtvaartbanden schoon zijn. Verder is er nog een filosofisch belang: SETI doet ons realiseren dat we in de onmetelijkheid van het heelal weinig meer zijn dan een speldeprik en dat geopolitieke grenzen eigenlijk geheel zouden moeten verdwijnen.'SETI-onderzoekers proberen de komende weken nog te redden wat er te redden valt. Alleen de Senaat zou het besluit van het Huis van Afgevaardigden nog kunnen terugdraaien. Alle hoop is gevestigd op de Republikeinse senator Jake Garn, die NASA vorig jaar ook al eens de helpende hand heeft toegestoken toen het Congres dreigde het SETI-budget te verlagen.

NASA heeft sinds het fiasco met de ruimtetelescoop en lekkende Space Shuttles echter veel van haar goodwill verspeeld. Astronoom Frank Drake heeft echter gewaarschuwd dat niet te lang met het SETI-project gewacht mag worden. Niet alleen wordt het onderzoek almaar duurder, het zou door de snel groeiende 'ethervervuiling' (steeds meer storingsbronnen) zelfs nagenoeg onmogelijk gemaakt kunnen worden. Fotobijschriften (tekening 7 van het NASA-boekje): Een spectrum analyse-apparaat kan in een seconde 15 miljoen kanalen van het radiospectrum aftasten. Op de tekening vertegenwoordigt elke horizontale lijn een 'tijdopname' van 200 aaneengesloten frequentiekanalen. In dit voorbeeld zijn honderden van die 'tijdfragmenten' onder elkaar gezet. Het grootste deel van de punten is weinig meer dan achtergrondstraling: een verre echo van de oerexplosie. De diagonale lijn is het signaal van de draaggolf van de Pioneer 10. In een enkel tijdfragment zou het signaal niet zijn opgemerkt.

    • Jan Libbenga