Studie naar verdeling onderzoeksgeld

Hoeveel er aan universitair onderzoek wordt gedaan in wetenschapsgebied mag niet langer afhankelijk zijn van het aantal studenten. Minister Ritzen zal daarom de financiering van het universitaire onderwijs en onderzoek scheiden. Hij schrijft dit in in het Wetenschapsbudget 1991. Met name bij rechten, economie en letteren wordt door een grote toename van het aantal studenten in de afgelopen jaren vergeleken met het buitenland opvallend veel geld aan onderzoek besteed. Dat heeft niet tot een navenant groter aantal (internationale) publikaties geleid. Ritzen wil daarom de mogelijkheden onderzoeken van een andere verdeling van het onderzoeksgeld over de verschillende wetenschapsgebieden. Om te kunnen beoordelen hoeveel de verschillende disciplines uit het onderzoekbudget van de overheid moeten krijgen, wil de minister in de toekomst kunnen beschikken over verkenningen van het fundamenteel onderzoek en van het strategisch onderzoek. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar (verwachte) ontwikkelingen, er horen ook analyses bij van de sterke en zwakke punten van de afzonderlijke disciplines. Ritzen stelt voor om elke drie jaar, te beginnen in 1993, zo'n schets bij het wetenschapsbudget te voegen. Vooruitlopend op zo'n schets concludeert Ritzen dat er geen extra overheidsgeld in de 'levenswetenschappen' hoeft te worden gestoken. Wel zou een deel van het geld dat nu nog wordt besteed aan onderzoek in de alfa- en gammawetenschappen moeten worden overgeheveld naar de beta-disciplines. Overigens wil Ritzen niet meer geld in het natuurkundig onderzoek steken. Gelet op de hoge kosten is dat meer gediend met internationale samenwerking. Een internationale taakverdeling moet er ook komen bij het onderzoek in de moderne letteren. Ritzen vindt dat veel van dit onderzoek beter in de moederlanden van die talen kan worden gedaan. In Nederland kan een deel van dat geld dan beter worden besteed in die vakgebieden bij letteren waarin ons land een grote naam heeft.

Komend jaar zal naar verwachting bijna twaalf miljard gulden worden uitgegeven aan wetenschappelijk onderzoek, drie procent meer dan in 1990. Deze stijging komt vrijwel volledig voor rekening van het bedrijfsleven. Dat betaalt in 1991 55 procent van het onderzoek. Het aandeel van de overheid is verder afgenomen en bedraagt nu nog maar veertig procent, tien jaar geleden was dat nog vijftig procent. De overheidsuitgaven voor het onderzoek zijn volgend jaar in vergelijking met dit jaar acht miljoen gulden hoger: 4.729 miljoen gulden. Aan het universitaire onderzoek wordt 102 miljoen gulden meer uitgegeven. Voor onderzoekinstituten, subsidies aan het bedrijfsleven en steun aan internationale onderzoekprojecten is 94 miljoen minder uitgetrokken.