Staatsschuld na '73 tot drievoudige gestegen

Na de eerste oliecrisis in 1973 is de staatsschuld in verhouding tot het nationaal inkomen (de zogenoemde staatsschuldquote) geleidelijk aan meer dan verdrievoudigd tot het huidige niveau van bijna 70 procent. De bruto staatsschuld bedroeg vorig jaar bijna 294 miljard gulden; per hoofd van de Nederlandse bevolking is dat ruim 20.275 gulden. Hierdoor wordt elk jaar een groter deel van de rijksuitgaven opgeslokt door rente op de staatsschuld. Volgend jaar moet bijna 25 miljard gulden (bijna twee miljard gulden meer dan dit jaar) aan rente worden betaald; ongeveer 1.725 gulden per Nederlander.

Om die ontwikkeling om te buigen is een stelselmatige reductie van het financieringstekort noodzakelijk. Immers, de staatsschuld is de som van financieringstekorten. Een daling van het financieringstekort is daarom een belangrijke randvoorwaarde voor het financieel-economische beleid. In het regeerakkoord is afgesproken dat het financieringstekort van het Rijk in vier gelijke stappen van 0,5 procentpunt wordt teruggebracht naar 3,25 procent van nationaal inkomen in 1994. Dit tijdpad is nodig om nog in deze kabinetsperiode de groei van de staatsschuldquote in een daling om te buigen. De staatsschuld zal ultimo 1994 een niveau bereiken van 73 procent van het nationaal inkomen.

Als het financieringstekort na 1994 gehandhaafd blijft op een niveau van 3,25 procent van het nationaal inkomen, treedt nauwelijks nog een verdere daling van de staatsschuldquote op. Het financieringstekort moet volgens het kabinet verder afnemen om zo de budgettaire ruimte te vergroten. Deze ruimte kan worden gebruikt om een stabilisatiepolitiek te voeren, zoals vorige week door de Commissie van Economische Deskundigen van de Sociaal-Economische Raad is bepleit. Tijdens de opgaande fase van de conjunctuur moet het begrotingstekort kleiner worden; dit heeft een remmende werking op de economische ontwikkeling. Bij een neergaande fase moet het omgekeerde gebeuren.

Nederland heeft in de afgelopen jaren de economische hoogconjunctuur niet zodanig gebruikt dat de groei van de overheidsschuld tot staan is gebracht. Andere landen van de EG zijn daarin beter geslaagd. 'Nederland is in de achterhoede terechtgekomen waar het gaat om beheersing van de overheidsschuld', meldt de Miljoenennota.

Aan een hoge staatsschuld kleven grote bezwaren. In de eerste plaats betekent een hoge schuld hoge rentelasten. In het midden van de jaren zeventig bedroegen de rentelasten van het Rijk minder dan 1,5 procent van het nationaal inkomen; inmiddels zijn deze lasten gestegen tot bijna 5,5 procent.

Een tweede bezwaar is de grote rentegevoeligeheid van de begroting. Een pregnant voorbeeld is de onverwachte stijging van de rentestand waarmee het kabinet vlak na zijn aantreden werd geconfronteerd. De rentelasten zullen volgend jaar 800 miljoen gulden hoger uitvallen dan bij het opstellen van het regeerakkoord werd verwacht.