Solzjenitsyn: Rusland is niet Russisch meer

MOSKOU, 18 sept. Een grote Russische natie, met de Oekraine en Wit-Rusland, geleid door een machtige president, maar ook met een sterk lokaal gezag, vrije boeren en aan hun kinderen toegewijde huisvrouwen. Dat is het ideaalbeeld dat de uitgeweken Russische schrijver Aleksander Solzjenitsyn schetst in een opstel dat vandaag in Moskou is verschenen.

De Komsomolskaja Pravda, het onbevangen dagblad van de communistische jongerenorganisatie dat met een oplage van bijna 22 miljoen exemplaren nu de grootste krant van de Sovjet-Unie is en het vakbondsblad Troed (ruim 20 miljoen) en het partij-orgaan Pravda (teruggevallen van 14 naar nog geen achtien miljoen) achter zich heeft gelaten, heeft er in haar editie van vanmorgen een speciaal katern aan gewijd die de lezer met de schaar tot een boekje kan vouwen. Morgen verschijnt het essay van Solzjenitsyn bovendien in boekvorm op de markt.

In zijn opstel, getiteld 'Hoe herstellen we ons Rusland?', grijpt de schrijver en Nobelprijswinnaar terug op politieke en filosofische ideeen van eind negentiende en begin twintigste eeuw. Daarmee blijft de slavofiel Solzjenitsyn, die in de dissidentenbeweging indertijd in zekere zin tegenover de 'westerling' Andrej Sacharov stond, zichzelf trouw.

Solzjenitsyn vraagt zich af waarom het oude Rusland niet meer bestaat. Rusland is niet Russisch meer, constateert hij. Het herstel van de Russische natie, die terwille van de 'harmonie' met Wit-Rusland en de 'soevereine' Oekraine het karakter van een unie zou moeten krijgen, is volgens hem daarom geboden.

De staatkundige structuur van dat nieuwe Rusland dient niet klassiek parlementair-democratisch te zijn. Solzjenitsyn verwijst o. a. naar de Duitse filosoof Oswald Spengler ('Ondergang van het avondland') de halve Westeuropese wijsbegeerte na de Verlichting passeert de revue en het liberale maar ook pan-Russische beleid van de tsaristische premier Pjotr Stolypin. Hij concludeert dat de boeren het land in bezit moeten krijgen en dat de tradities van de zemstvo in ere moeten worden hersteld. De zemstvo, een regionaal bestuursorgaan dat in 1864 in het leven werd geroepen om een bestuursdecentralisering mogelijk te maken, werd op basis van standenkiesrecht gekozen. Vanuit dat niveau moest een nationale Doema met twee kamers worden geschapen. Naar analogie van Zwitserland zou het fenomeen referendum in het bestel geintegreerd moeten worden. De bevoegdheden van de president zouden groot moeten zijn. Volgens Solzjenitsyn zou die, gelet op de 'huidige chaos', voor vijf tot zeven jaar gekozen moeten worden. De desolate toestand waarin het moederland thans verkeert, zo besluit Solzjenitsyn, is niet te keren met 'modewoorden als perestrojka en glasnost'. Rusland heeft ook 'zuiverheid' nodig.