Schadeloosstelling parlementariers DDR veiliggesteld

BONN, 18 sept. De 256 Oostduitse volksvertegenwoordigers die bij de Duitse eenwording op 3 oktober hun zetels in de Volkskammer verliezen, behouden tot eind dit jaar hun parlementaire schadeloosstelling. Daarna hebben deze op 18 maart 1990 gekozen Volkskammer-leden nog drie maanden recht op een wachtgeld van 70 procent.

Daarover zijn de Westduitse minister van binnenlandse zaken, Schauble, en de Oostduitse staatssecretaris Krause (beiden CDU), het gisteren in Bonn eens geworden. Zij verwachten overigens dat een aantal van deze DDR-parlementariers (circa 100) hetzij bij de verkiezingen in de nieuwe Oostduitse Lander op 14 oktober dan wel bij de Duitse verkiezingen op 2 december weer zal worden gekozen als volksvertegenwoordiger. De kwestie was afgelopen weekeinde in het nieuws gekomen door een uitgelekte brief van de voorzitter van de Volkskammer, Sabine Bergmann-Pohl (CDU), aan onder andere kanselier Kohl en minister Schauble. Daarin meldde zij 'onrust' onder de 256 leden die niet, zoals 144 andere, op 3 oktober tijdelijk een zetel in de vergrote Bondsdag krijgen. Zij zinspeelde erop dat die onrust mogelijk gevolgen zou hebben voor hun stemgedrag bij de finale behandeling, overmorgen, van het Duitse eenwordingsverdrag. Mevrouw Bergmann, een van de vijf Oostduitse politici die 3 oktober tijdelijk minister zonder portefeuille in Kohls kabinet worden, is gisteren in Bonn en Oost-Berlijn scherp gekritiseerd wegens haar brief, waarvan de inhoud voor de CDU en andere partijen een verrassing was. De Oostduitse SPD wil zelfs haar aftreden. Schauble en Krause bereikten gisteren ook een akkoord over de in de DDR zeer gevoelige kwestie van de opslag van de dossiers van de vroegere Oostduitse staatsveiligheidsdienst (Stasi) en het inzagerecht van burgers. In een protocol bij het eenwordingsverdrag zal worden vastgelegd dat alle Stasi-dossiers ook na 3 oktober uitsluitend worden bewaard op het grondgebied van de huidige DDR. De Volkskammer had op 24 augustus zoiets al besloten, maar dat besluit was niet in het eenwordingsverdrag overgenomen. Dat had voor grote onrust in de DDR gezorgd en enkele tientallen leden van burger-initiatiefgroepen tot een wekenlange bezettingsactie in de vroegere Stasi-centrale in Oost-Berlijn gebracht.

De dossiers van vier miljoen Oost- en twee miljoen Westduitsers zullen nu niet verhuizen naar de kluizen van de Westduitse binnenlandse veiligheidsdienst in Koblenz, zoals in de DDR werd gevreesd. Zij gaan bovendien slechts open voor Stasi-slachtoffers of justititeel onderzoek, waarbij derden zonodig worden beschermd door delen van de dossiers te 'anonimiseren'.