Ritzen schrapt opheffing van drie adviesraden

ROTTERDAM, 18 sept. Minister Ritzen (onderwijs) wil zijn drie belangrijkste beleidsvoorbereidende adviesraden toch handhaven. In juli deelde hij de Tweede Kamer mee dat hij de adviesraden voor het basisonderwijs(ARBO), voortgezet onderwijs (ARVO) en hoger onderwijs (ARHO) wilde opheffen.

Ook in de memorie van toelichting op zijn begroting voor 1991 schrijft Ritzen nog dat hij van plan is de drie raden per 1 augustus 1991 op te heffen.

Uit een brief die de minister vorige week aan de twee regeringsfracties zond blijkt echter dat hij van mening is veranderd. Bij informele peiling is gebleken dat CDA en PvdA grote bezwaren hebben tegen de opheffing van de drie adviesraden en tegen het voornemen om in het vervolg alleen nog maar met ad hoc adviescommissies te werken. De Kamer hecht grote waarde aan het voortbestaan van permanente, onafhankelijke beleidsvoorbereidende adviesraden die bovendien ongevraagd advies kunnen uitbrengen.

Ritzen vraagt de beide fracties nu of ze wel kunnen leven met integratie van de drie raden in een permanente organisatie met drie afdelingen, een voor elk van de onderwijssectoren. Deze adviesraad kan, net zoals de bestaande raden doen, voor elk advies deskundigen aantrekken. Ook kan hij ongevraagd adviezen blijven uitbrengen.

Met zijn nieuwe voorstel neemt Ritzen in feite de suggestie over die de drie raden hem zelf al eind juni deden. De ARHO schreef hem op 27 juni, een week voordat hij zijn 'opheffingsbrief' naar de Kamer zond, dat de raad 'zich goed zou kunnen vinden in integratie van de drie adviesraden. Een dergelijke adviesraad zou zo kunnen worden ingericht dat zowel aan de behoefte aan integrale advisering als aan advisering per onderwijssector tegemoet kan worden gekomen. Hierover leeft bij de ARBO en de ARVO dezelfde mening'. Volgens de minister zou de adviesstructuur 'kenmerken vertonen van institutionele verstarring', zo schreef hij op 4 juli aan de Kamer. Bovendien wil hij de scholen, hogescholen en universiteiten meer verantwoordelijkheid geven, volgens hem reden om ook de adviesstructuur te herzien. De minister schreef dat hij voor zijn beleid beter uit de voeten zou kunnen met adviezen van door hem ingestelde ad hoc commissies en van niet specifiek op het onderwijs gerichte adviesraden, zoals de Emancipatieraad en de raden voor het jeugdbeleid en de volwasseneneducatie.

De integratie van de drie beleidsvoorbereidende adviesraden wees Ritzen overigens eind augustus nog af. Per brief liet hij op 31 augustus weten dat het voorstel tot integratie 'gezien mijn voornemens (...) niet opportuun is'. De fracties van CDA en PvdA zijn tevreden over Ritzens jongste voorstel. Volgens het PvdA-Kamerlid Netelenbos komt de minister voldoende tegemoet aan de volgens haar 'voor de hand liggende' bezwaren van de Kamer tegen de voorgestelde opheffing'. De drie raden zijn na 1985 ingesteld, na de sanering van de adviesstructuur in het onderwijs waarbij het aantal commissies en raden werd gereduceerd van 63 tot zes.