Recht van vallen

Enkele jaren geleden ketenden twee Bredase supporters zich vlak voordat de wedstrijd NAC-PSV zou beginnen vast aan een doelpaal. Op een bord dat om hun nek hing stond de tekst: 'Wij zijn dit wanbeleid beu'.

Stel nu dat een paar Feyenoord-aanhangers zich bij de volgende wedstrijd van arbiter Houben eveneens vastketenen aan een doelpaal, omdat zij het 'wanbeleid' van die scheidsrechter beu zijn. Ik beveel het niet aan, maar zou er enig begrip voor kunnen opbrengen, want de strafschoprijpe overtreding welke hij gezien meende te hebben, bestond helemaal niet. Nu moet je in zo'n geval snel naar een gemeenplaats grijpen om hyperventilatie te voorkomen. Gelukkig zijn dan de Britten dicht bij, die ooit met vermoedelijk aan wanhoop ontleende moed verklaarden dat het alles 'in the game' is. Een kalmerende uitspraak, die echter soms iets te lichtvaardig in de mond wordt genomen.

Keeper De Goey speelde duidelijk de bal en maakte achteraf de indruk zich nergens echt druk over te maken ook niet over de duikeling van Romario, welke er zeker toe heeft bijgedragen dat de bal uiteindelijk op de stip belandde. De vraag ligt voor de hand of die Braziliaan niet op de been had kunnen blijven? En als Houben de overtuiging had gehad dat hier een bevestigend antwoord op zijn plaats was, dan had hij de gele kaart omhoog moeten steken. Dat hij dat niet deed kan het gevolg zijn geweest van zijn eerste foutieve waarneming, want als De Goey de man had gespeeld in plaats van (of samen met) de bal, dan had Romario het recht van vallen gehad. Niet formeel, maar zeker in de praktijk. Als het belang van de voetballerij voorop zou staan, zou er dringend behoefte bestaan aan een cursus op de been blijven. Maar de spelers hebben zich juist nadrukkelijk toegelegd op een leergang snel, makkelijk en feilloos tegen het gras gaan.

Zonder de illusie te koesteren de kwaliteit van de arbitrage via een paar stukjes commentaar te kunnen bevorderen en met erkenning van de zeer hoge moeilijkheidsgraad waarmee de heren in het zwart wekelijks te kampen hebben, is het toch een feit dat hun misgrepen soms uitzonderlijke consequenties hebben. Of PSV mee door dat ene punt tegen Feyenoord straks landskampioen zal worden, is een mogelijkheid. Ik hoop dat het niet op dat ene puntje zal aankomen, maar in het verleden kwamen deze dingen vaak voor. De strafschop welke Holzenbein in de WK-finale van 1974 tegen Nederland versierde, was uitermate dubieus. De goal, welke Engeland op voorsprong bracht tegen de Westduitsers in de WK-eindstrijd van 1966 had zelfs nooit mogen worden toegekend, omdat achteraf nergens uit bleek dat de bal de doellijn gepasseerd had. Zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan.

Omdat het een kwestie van menselijke beoordeling is, zullen arbitrale fouten af en toe onvermijdelijk zijn. Bij sommige spelsituaties zou een scheidsrechter eigenlijk beter op een plaform boven het veld kunnen zweven dan op het gras op gelijke hoogte met de speler te lopen. Met bomen in zijn gezichtsveld kan hij soms de werkelijke situatie in het bos niet goed waarnemen, maar aangezien de autoriteiten niets ingrijpends ter verbetering hebben kunnen bedenken, blijven de oude problemen in volle hevigheid bestaan. Een schrale troost is, dat fouten ook het grote wereldgebeuren altijd mee hebben beheerst. Als Napoleon beter in de gaten had gehad waar Blucher zich precies bevond tijdens de Slag bij Waterloo en hoe groot zijn gevechtskracht nog was, dan had hij wellicht de slag niet verloren. Voor dictators, generaals en scheidsrechters resteert de troost uit de mond van Abraham Lincoln: 'Wie niet in staat is een fout te maken, is tot niets in staat'.

    • Herman Kuiphof