Realiteitszin staat centraal in minderhedendebat Kamer

DEN HAAG, 18 sept. Halverwege het gisteren gehouden Kamerdebat over het minderhedenbeleid was dr. H. Entzinger, auteur van het rapport waar alles om draaide, opeens verdwenen. Hij was teleurgesteld. In plaats van de bevlogen discussie die hij had verwacht, voerden volgens hem matheid en realiteitszin de boventoon in het debat.

In de reactie van de regering is maar weinig overgebleven van de door Entzinger namens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vorig jaar gelanceerde plannen om een leerplicht in te voeren voor volwassen allochtonen, opvang te organiseren voor nieuwe immigranten en bedrijven die weinig allochtonen aannemen geen of weinig orders van de overheid te geven.

Minister Dales, belast met de coordinatie van het minderhedenbeleid, sprak van een 'haalbare benadering' maar zei onomwonden dat er 'natuurlijk wel iets wringt' tussen het rapport en het regeringsstandpunt. De WRR stelde voor jaarlijks 640 miljoen gulden te besteden aan de opvang en scholing van nieuwe immigranten. Het kabinet heeft daarvoor 200 miljoen beschikbaar gesteld.

Dat de leerplicht voor volwassen allochtonen komt te vervallen, had overigens de instemming van de Kamer. De WRR wilde alle buitenlanders met een uitkering, hun vrouwen en nieuwe immigranten verplichten een cursus Nederlands en sociale vaardigheid te volgen. Staatssecretaris Wallage (onderwijs) rekende de Kamer gisteren voor dat dit 75.000 potentiele cursisten betreft en 500 miljoen gulden per jaar zou kosten. Het kabinet heeft besloten alleen geld beschikbaar te stellen voor het oplossen van de wachtlijsten bij de basiseducatie, waar de cursussen elementair Nederlands en sociale vaardigheid worden verzorgd. Op die lijsten staan nu nog zo'n 8.000 gegadigden voor basiseducatie. Overigens was Wallage de enige bewindsman die bestreed dat het minderhedenbeleid van de regering elan ontbeert. Volgens Wallage levert in elk geval het ministerie van onderwijs met een extra investering van 85 miljoen gulden een wezenlijke bijdrage aan het minderhedenbeleid. De magere resultaten tot nu toe zijn, aldus de staatssecretaris, niet te wijten aan het onderwijsbeleid, maar 'aan de inrichting van het Nederlandse onderwijs'.

Mede om die reden wil hij het extra geld dat scholen met veel allochtone leerlingen nu ontvangen 'doelgerichter inzetten, zelfs als dat een inbreuk op verworven rechten betekent'. D'Ancona gaat de opvangprojecten voor nieuwe immigranten uitbreiden van twee naar vijftien, met een totale capaciteit van 1.500. De WRR wilde voor alle nieuwkomers speciale 'opvangbureaus' die hen gedurende vijf jaar zouden begeleiden. Op de vraag van D66-woordvoerster Groenman 'of we met verdere uitbreiding weer eens moeten wachten op de evaluatie', zei de minister te hopen dat de gemeenten spontaan en uit eigen middelen het voorbeeld van haar ministerie zullen volgen. Overigens gaat het ministerie van WVC opnieuw meedoen aan het onderwijsvoorrangsbeleid, met speciaal voor allochtone kinderen georganiseerde leesprojecten, kunstzinnige vorming en sportactiviteiten. In het begin van de jaren tachtig heeft de toenmalige minister Brinkman de WVC-bijdrage van 18 miljoen gulden aan het onderwijsvoorrangsbeleid teruggetrokken.

Het deel van het minderhedenbeleid dat valt onder de verantwoordeljkheid van minister De Vries (sociale zaken) kreeg de meeste kritiek te verduren. De WRR had voorgesteld bedrijven via een zogeheten Wet Bevordering Arbeidskansen te verplichten openbaar verslag te doen van hun inspanningen om allochtonen in dienst te nemen. Bedrijven die weinig moeite deden allochtonen te werven zouden geen of weinig opdrachten van de overheid moeten krijgen.

Van deze laatste sanctie wil het kabinet echter niets weten, en minister De Vries liet gisteren doorschemeren dat hij zich niet zal verzetten als werkgevers en werknemers in het Najaarsoverleg met een goed alternatief komen voor de Wet Bevordering Arbeidskansen. 'Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat er helemaal niets gebeurt', zei De Vries.

Behalve het CDA pleitten alle grote partijen voor de sanctie. Moties van D66 om de introductie van beide maatregelen veilig te stellen, haalden het echter niet. Wel waren alle partijen het erover eens dat er een systeem van registratie op etnische herkomst moet komen. Al eerder had een aantal minderhedenorganisaties tijdens een debat over het WRR-rapport in de Amsterdamse Balie laten weten zich niet tegen een dergelijke registratie te verzetten. 'Het is niet mogelijk een effectief minderhedenbeleid te voeren als de categorieen waarop het zich richt geheel of gedeeltelijk onvindbaar zijn', stelt de WRR. PvdA en CDA willen dat woningbouwverenigingen bij het toewijzen van woningen worden belet minderheden te discrimineren. Zij hebben minister Dales gevraagd ervoor te zorgen dat de verenigingen jaarlijks aan de gemeenteraad verslag doen over hun toewijzingsbeleid. Ook zouden beide partijen graag zien dat de eis om bij naturalisatie afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit minder streng wordt gehanteerd. Genaturaliseerde allochtonen kunnen dan op latere leeftijd alsnog remigreren. Een motie van deze strekking werd door het CDA echter niet gesteund. Het CDA is tegenstander van kiesrecht voor allochtonen op provinciaal en landelijk niveau.