Opstapje voor een tussenbalans

DE JAARLIJKSE boodschappenlijst is weer ingediend. Meer nog dan andere jaren ontbreekt aan de inventaris van noodzakelijkheden, wenselijkheden en plannen een zelfgekozen en realiseerbare prioriteit. Of het moet de volgorde zijn waarin de verschillende beleidsonderdelen de revue passeren die enig licht werpt op de rangorde van voorkeuren. De Troonrede begint als een goed nieuwsbericht met de actualiteit en die is iedere keer weer anders en wordt niet bepaald door de Nederlandse regering. Met president Bush zegt die regering dan ook met zoveel woorden: wat is dat eigenlijk 'the vision thing'? Het aardige van de actualiteit, de jongste crisis in het Midden-Oosten, is dat zij de volkerengemeenschap een onverwacht grote sprong voorwaarts in haar ontwikkeling heeft doen maken. Niet alleen werd een verbale en gedocumenteerde eensgezindheid bereikt die tot voor kort ondenkbaar was, maar bovendien is een wereldomspannend verantwoordelijkheidsbesef groeiende dat daden bij woorden doet voegen. In de Troonrede zoekt men tevergeefs naar een bevlogen spiegeling van dit fenomeen, de woordkeuze is die van alle jaren, terzake en braaf en zelfgenoegzaam.

AL MET AL is er een Miljoenennota en een Troonrede uit de bus gekomen die eerder afkomstig lijken te zijn van een kabinet dat aan zijn laatste jaar bezig is dan aan zijn eerste. Een gedurfder begroting van het nieuwe kabinet had best gemogen. Echte keuzes zijn wederom uitgesteld. Met de grootste moeite is een pakket maatregelen samengesteld dat ertoe leidt dat het kabinet, althans optisch, in 1991 aan de in het regeerakkoord afgesproken financiele beleidsdoelstellingen voldoet. Voor de meer structurele aanpak wordt verwezen naar de begin volgend jaar te verschijnen 'mid term review'. En zo schuift het kabinet maar door: in het regeerakkoord werd voor fundamentele maatregelen verwezen naar de voor een half jaar later geplande, maar nooit verschenen Paasbrief, terwijl de nu gepresenteerde begroting ook weer niet veel meer is dan een opstapje voor de tussenbalans van het komende voorjaar. De gevolgen van de Golf-crisis op de wereldeconomie zijn inderdaad op dit moment nog niet te voorspellen. Dat er rekening wordt gehouden met bijstelling van het beleid is dan ook vanzelfsprekend, maar dat hoeft toch geen argument te zijn om echte keuzes uit te stellen. Belangrijke onderdelen van de begroting voor 1991 stonden bovendien vast voordat de crisis in de Golf op 2 augustus uitbrak.

Van het totale ombuigingspakket van zeven miljard gulden draagt slechts 2,7 miljard een structureel karakter. Blijft bijvoorbeeld de rente op het voor 1991 geraamde niveau van 8,75 procent en daalt deze niet tot de veronderstelde 6 procent, dan zit het kabinet met een gat van vier miljard gulden. Terecht spreekt de Raad van State in zijn commentaar dan ook over een beleid waarbij weinig of geen ruimte is voor het opvangen van risico's.

Anderzijds wordt de niet voorziene extra aardgasopbrengst van 900 miljoen gulden als gevolg van de stijging van de olieprijzen gebruikt om een belastingtegenvaller op te vangen. 'Het was echt een noodgreep', zegt minister Kok van financien ter verdediging. Maar wat had deze minister, bij wie reductie van het financieringstekort hoog in het vaandel staat, gedaan als Saddam Hussein Koeweit niet was binnengevallen? DE EUROPESE GEMEENSCHAP wordt in de verhandeling zeker niet overgeslagen, maar er is sprake van een soort 'missing link' tussen de hieraan gewijde paragrafen en de diagnose van de premier over het ziektebeeld van de Nederlandse natie. Dat er met de regelgeving en -naleving van alles aan de hand is, behoort langzamerhand tot het gedachtengoed van de meest a-politieke Nederlander. Menigeen wast in deze tot wetenschap verheven ervaring de eigen schuldige handen.

Ook de Troonrede laat het verschijnsel niet onberoerd. Maar de overweging dat we hier mede te maken hebben met een algemeen verval van krachten van de veelvormige en verknoopte bestuurslagen juist als gevolg van de internationalisering van collectieve en individuele handelingen, komt nauwelijks uit de verf. In de Troonrede is sprake van de overdracht van nationale bevoegdheden 'indien daarmee de doelmatigheid van het bestuur gediend is'.

Besefte de auteur wel, gezien de malaise in het vaderlandse bestuur, wat deze zinsnede hoe limitatief waarschijnlijk ook bedoeld kan losmaken?