Nog niet veel veranderd in ontspannen Bagdad

BAGDAD, 18 sept. De rijen wachtenden voor brood vormen zich al voor zonsopgang. Rijst, suiker, spijsolie en andere elementaire levensmiddelen zijn op de bon. Op de daken van regeringsgebouwen wijzen de lopen van het luchtdoelgeschut omhoog. Soldaten met zwarte baretten en kalasjnikov-geweren bewaken belangrijke kruispunten en bruggen.

Maar voor een stad die spoedig in het Amerikaanse vizier kan verschijnen, als er geen vreedzame oplossing komt voor de Golf-crisis, heerst in Bagdad een ontspannen sfeer die een vreemd contrast vormt met de intensieve militaire en economische druk op Irak sinds het op 2 augustus Koeweit binnenviel.

Een internationale oorlogsvloot geleid door de Verenigde Staten legt de stevigste blokkade in vredestijd van de moderne geschiedenis. Aan de zuidgrens van Irak maakt de grootste buitenlandse militaire macht die in het Midden-Oosten is ingezet sinds de Tweede Wereldoorlog zich gereed voor oorlog.

Toch wijst er in Bagdad maar weinig op een crisis. De enige schoten die men iedere avond kan horen, komen uit een bioscoop in de drukke Saadoun Street, waar cowboys en Indianen op elkaar losschieten in een Amerikaanse western.

Langs de oevers van de rivier de Tigris doen de helverlichte visrestaurants net als altijd goede zaken. In de cafes in de binnenstad doen Irakezen hun reputatie als de grootste bierdrinkers van de Arabische wereld eer aan. De kebab-verkopers hebben het druk.

Hollands bier

In de bedrijvige bazaar, een doolhof van steegjes in het oude gedeelte van de stad, ruzieen kopers en verkopers over stoffen, zijde, specerijen en koper. Veel levensmiddelenzaken staan vol met waren fruit, kaas, blikjes frisdrank en Hollands bier dat is meegenomen uit het bezette Koeweit. 'Tot nu toe is er niet veel veranderd', zegt een Iraakse middenstander. 'En waar er iets verandert, passen de mensen zich aan. Als je nu voor het eten wordt uitgenodigd, wordt je hetzelfde eten als voorheen voorgeschoteld, alleen vraagt de gastheer nu je eigen brood mee te nemen.' Regeringsbeambten geven toe dat het net om Irak wordt aangetrokken en dat ontberingen in het verschiet liggen. Maar zij doen de voorspellingen dat de economische sancties de Irakezen op de knieen zullen dwingen af als ijdele hoop van het Westen.

En de gemiddelde inwoner twijfelt eraan of de Amerikaanse oorlogsvliegtuigen bommen op Bagdad zullen gooien, ondanks de berichten uit de Verenigde Staten dat dit precies is wat de chefs van staven van plan zijn als er oorlog uitbreekt.

De inmiddels ontslagen stafchef van de Amerikaanse luchtmacht, generaal Michael Dugan, vertelde vorige week in enkele vraaggesprekken dat de Verenigde Staten overwogen om een massaal bombardement op Bagdad uit te voeren, ook op de overvolle binnenstad. Maar: 'Ik kan dat haast niet geloven', zei een academicus in Bagdad. 'Hierdoor zouden duizenden burgers worden gedood en de Amerikaanse president blijft maar zeggen dat hij geen ruzie heeft met de Iraakse burgers.'

'Maar als er luchtaanvallen komen, hebben wij dat eerder meegemaakt en weten wij wat we moeten doen.' Dergelijke gevoelens zijn zeer algemeen en verklaren voor een deel het opvallende verschil tussen Bagdad in september 1990 en Bagdad in september 1980, toen Irak de oorlog begon met Iran.

In de eerste weken van die oorlog werd de elektriciteit afgesloten als het donker werd om een complete verduistering te forceren. Automobilisten deden dikke blauwe verf op hun koplampen. Nerveuze stadsbewoners deden plakband over hun ramen omdat ze bang waren voor splinters van bombardementen.

Tien jaar later zijn zelfs de strategische bruggen over de Tigris 's nacht helder verlicht. Sommige buitenlandse inwoners van de Iraakse hoofdstad schrijven dit ontbreken aan zichtbare spanning toe aan de eenzijdige verslaggeving in de Iraakse media over de Golf-crisis. De Iraakse televisie geeft bijvoorbeeld geen beelden die een aanwijzing vormen van de reusachtige omvang van de multinationale strijdmacht die tegen Irak wordt opgebouwd. De kranten suggereren tegelijk dat een groot deel van de wereld aan de zijde van Irak staat. Volgens de pers protesteren dagelijks mnassa's pro-Iraakse demostranten van Amman tot Californie tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Saoedi-Arabie. Toch verwerpen veel Bagdadi's het idee dat de gemiddelde Irakees niet goed op de hoogte is, waarbij ze wijzen op het grote aantal korte-golfradio's in het land waarover men kan luisteren naar de Arabische uitzendingen van de BBC, The Voice of America of radio Monte Carlo. 'Zij die geen radio's hebben, krijgen het nieuws van anderen te horen, ' zei een architect. 'We weten wat er gebeurt; we denken alleen niet dat het veel zin heeft ons zorgen te maken.'

(Reuter)

    • Bernd Debusmann