Minister Maij wil goed rentmeester zijn

De minister van verkeer en waterstaat zegt het milieu en een duurzame ontwikkeling tot de belangrijke invalshoeken van het beleid te rekenen. Minister Maij-Weggen doet haar best, schrijft ze, 'een goed rentmeester over de schepping te zijn'. Voor het wegenprogramma geldt dat onderhoud op de eerste plaats komt, vervolgens een beter gebruik van de bestaande capaciteit en in laatste instantie uitbreiding van het wegennet. Bij dit laatste gaat het om uitvoering van het bestaande programma, met voorrang voor de bereikbaarheid in de Randstad. Door bezuinigingen zijn of worden veel projecten in de wegenbouw vertraagd. Van twee verbredingsplannen, de A2 tussen Nieuwegein en het knooppunt Everdingen en de A28 tussen Amersfoort en Hoevelaken, wordt aangekondigd dat ze mogelijk niet doorgaan.

Waar mogelijk krijgen vrachtwagens, carpoolers en bussen eigen stroken op de rijkswegen. Een begin wordt daarmee volgend jaar gemaakt op de A1 tussen Naarden en Diemen waar automobilisten met passagier een wisselstrook krijgen ('s ochtends de ene kant op en 's avonds de andere). Onderzocht wordt of vergelijkbare maatregelen mogelijk zijn op de A12 tussen Gouda en Den Haag en op de A15 bij Rotterdam. Mogelijk begint volgend jaar de daadwerkelijke bouw van de Wijkertunnel bij Velzen, mits een financier wordt gevonden.

De bedoeling van het wegenprogramma is dat op de economisch belangrijkste routes maximaal 2 procent van het verkeer last van files mag hebben. Voor de rest van het wegennet geldt 5 procent als aanvaardbare kans op congestie. Per 1 januari 1992 raakt het rijk 3.000 kilometer weg kwijt. Dat wil zeggen: de wegen blijven wel, maar het beheer wordt overgenomen door provincies, gemeenten of waterschappen. Omdat deze lagere overheden onderling ook het beheer over een aantal wegen uitwisselen, verandert na volgend jaar 9.000 kilometer aan wegen van beheerder. De NS mogen in 1991 tweemaal zoveel geld in infrastructuur investeren als aan het eind van de jaren tachtig. Voor de spoorwegen komt dat voorlopig neer op een versnelde uitvoering van bestaande plannen; een aanloop om in 1996 een begin te kunnen maken met het drie-treinensysteem, een onderscheid naar snelheid en afstand. Het trace voor de Europese hoge-snelheidslijn uit Parijs moet na overleg met Belgie en na inspraakprocedures definitief worden vastgesteld, van de Belgische grens naar Rotterdam en van Rotterdam naar Amsterdam. De kosten van het stuk Belgie-Rotterdam worden op 2,5 miljard gulden geraamd. Nagegaan wordt of dit bedrag geheel of gedeeltelijk privaat kan worden gefinancierd.

Voor het openbaar vervoer wordt verder een uitbreiding aangekondigd van het aantal snelle spitsbusdiensten, terwijl het departement inmiddels een regeling kent om bedrijfsvervoer te subsidieren.

Mits de Tweede Kamer ermee akkoord gaat, treedt per 1 januari 1991 de nieuwe Wet Goederenvervoer in werking. Dat valt samen met de cabotagevrijheid die dan in de Benelux zal gelden. Dat wil zeggen: het is buitenlandse vervoersondernemingen dan toegestaan in een ander land binnenlands transport te verzorgen. In de EG blijft dit beperkt tot een experiment met 15.000 vergunningen, waarvan Nederland er 1.842 krijgt. Over de binnenvaart voert Nederland gesprekken met landen in Oost-Europa die naar verwachting in 1991 tot enkele verdragen zullen leiden.

Het beleid voor de snel groeiende luchtvaart is erop gericht dat de Nederlandse positie zo stevig mogelijk blijft. Het belang dat Schiphol zich tot 'mainport' ontwikkelt 'staat buiten kijf', aldus de minister, maar de uitbreiding mag de 'draagkracht van het woon- en leefmilieu niet te boven gaan'.

De potenties van Maastricht Airport (vliegveld Beek) zijn volgens haar dusdanig dat de aanleg van een baan van 3.500 meter gerechtvaardigd is.