Kok: op langere termijn wacht economie reeks bedreigingen

Nog maar nauwelijks aangetreden werd minister van financien W. Kok al geconfronteerd met een belastingtegenvaller. En toen hij deze zomer zijn eerste begroting mocht afronden, gooiden de Golfcrisis en een nieuwe belastingtegenvaller roet in het eten. 'Het heeft de opstelling van de overheidsbegroting er niet gemakkelijker op gemaakt', zegt Kok met gevoel voor understatement. 'Zonder dramatisch te willen doen ben ik natuurlijk behoorlijk bezorgd over de economische ontwikkelingen. De Golfproblematiek brengt op korte termijn weliswaar budgettaire voordelen door de stijgende aardgasopbrengsten, maar het wordt toch al maar duidelijker dat er op langere termijn sprake is van een flinke opeenstapeling van bedreigingen voor de economie. Het zijn niet alleen de olieprijzen. Er is ook de onzekere ontwikkeling van de Amerikaanse economie; en de kosten van de Duitse eenwording zullen hoger zijn dan eerst werd aangenomen. Mijn zorg bestaat hieruit dat al deze factoren dezelfde kant uitgaan.' De PvdA-bewindsman spreekt al bijna geroutineerd over cijfers, oorzaken en gevolgen in de Miljoenennota. Door zijn rustige en docerende toon lijkt Kok zijn toehoorders duidelijk te willen maken dat de overheidsfinancien bij de sociaal-democraten in heel goede handen zijn. Niks potverteren of smijten met overheidsgeld. Dat sociaal-democraten steeds belastingen willen verhogen is in de ogen van Kok een misverstand. Als het gaat over maatschappelijke problemen die verder reiken dan de pure overheidsfinancien spreekt de bewindsman met enige stemverheffing.

Kok maakt uit eigen beweging duidelijk dat het hem 'echt aan het hart gaat' dat hij de aardgasmeevaller heeft aangewend om het begrotingstekort volgend jaar tot de afgesproken 4,75 procent te verminderen. 'Als ik niet op een zo laat tijdstip met die belastingtegenvaller was geconfronteerd, had ik de aardgasopbrengst kunnen gebruiken voor een extra reductie van het financieringstekort of de staatsschuld. Er was ook een mogelijkheid geweest de gelden aan te wenden voor het bevorderen van energiebesparing of een zo gericht mogelijke versterking van de economische structuur.' Heeft u geen precedent geschapen voor het geval er straks nog meer aardgasmeevallers komen? 'Wat mij betreft niet. Het was echt een noodgreep. Je komt eigenlijk weer terug bij de discussie die al in de jaren zestig is gevoerd. Het aardgas is toch iets van een nationale reserve, een spaarpot die je ergens hebt liggen en waar je voor nu en later kracht uit put. We staan opnieuw voor die vraag de komende maanden. Het aanwenden van de extra aardgasbaten om de begroting van volgend jaar rond te maken, biedt nu wel de mogelijkheid beleidskeuzes goed voor te bereiden. Er was een discussie in de Centraal Economische Commissie (CEC) van topambtenaren om de begroting voor 1991 maar niet sluitend te maken, omdat toch alles onzeker is. Nou, dat vond ik dus niet zo verstandig. We staan de komende jaren toch al voor een zware klus om de dreigende tekorten onder de knie te krijgen.' Had u vanwege de economische onzekerheid geen reserve moeten inbouwen in de begroting, zodat u iets achter de hand hebt? 'Ik loop nog niet zo lang mee, maar dat klinkt wel erg theoretisch. Als je zo'n reserve hebt komen er meteen dertien haviken aan die op de buit neerstrijken. Je kunt geen begroting bouwen op veronderstellingen die somberder zijn dan die van het Centraal Planbureau. Wellicht moeten we voor de jaarwisseling al gaan nadenken, want je schrijft een Miljoenennota niet om vervolgens met de armen over elkaar te gaan zitten.' De meerderheid van de CEC wilde geen belastingverhoging. U en uw ambtenaren aanvankelijk wel.

Er lag een pakket van een half miljard gulden, waarover in het kabinet al besluitvorming had plaatsgevonden. Was dat van uw kant niet onverstandig uit oogpunt van conjunctuurbeleid immers, de economische groei zal toch al wat minder worden en ook uit electoraal oogpunt? 'Laat ik het even niet over het electorale element hebben, al vind ik dat niet zonder belang. Ik heb inderdaad zwaar laten meewegen de vraag wat de economische werking zou zijn van bepaalde keuzes. Juist in het licht van de economische gevolgen van de Golfcrisis heb ik overwogen wat de risico's zouden zijn van opties die te zeer tot afwenteling en carrousel-effecten leiden; dat zijn dus maatregelen in de sfeer van de lastendruk, die in de huidige toch al onzekere situatie bovendien ongewenste psychologische processen in gang kunnen zetten.' De Raad van State vreest dat belastingverhoging onontkoombaar is om het financieringstekort in de hand te houden. Betekenen uw opmerkingen nu, dat de burger van u de komende financieel moeilijke jaren geen belastingverhoging heeft te verwachten? 'Ik deel de vrees van de Raad van State niet, want we ontkomen er niet aan kritisch naar de uitgaven te kijken. Ik ben sowieso niet zo'n vreselijke voorstander van belastingverhoging. We zitten natuurlijk door de slagschaduw van 'Oort' ook met een extra delicaat politiek onderwerp. We moeten een hele goeie economische analyse maken. Ik wil wel eens beter tegen het licht houden wat de verklarende factoren zijn voor het verder oplopen van het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dat kan mogelijkheden bieden om de economische structuur te versterken zonder dat dit beslag legt op de overheidsfinancien. Je praat dan over het investeringsaandeel van de particuliere sector. Dat kan allemaal aan de orde komen wanneer we volgend voorjaar bij de zogenoemde 'midterm review' de zaken nog eens op een rijtje zullen zetten.' Uw collega Andriessen van economische zaken zei onlangs bij de presentatie van zijn sterkte/zwakte-analyse van de Nederlandse economie zelfs dat de collectieve lastendruk omlaag moet. Die geluiden zijn bij het CDA vaker te horen. In het regeerakkoord staat dat de lastendruk aan het eind van de kabinetsperiode in 1994 ten minste gelijk moet zijn aan die in 1990. Wilt u net als het CDA ook verder gaan? 'Er zijn zoveel wensen tegelijk.

Het zou wenselijk zijn als op een aanvaardbare manier de lastendruk wat lager kan worden, want wie is nu voor een zo hoog mogelijke lastendruk; het zou ook wenselijk zijn het financieringstekort nog verder omlaag te brengen dan al afgesproken. Maar het is ook buitengewoon wenselijk dat we in dit land met elkaar een aantal kwaliteitsvragen aanpakken die we niet langer onopgelost kunnen laten. De milieuproblematiek is in bepaalde opzichten enigszins vergelijkbaar met de staatsschuld. Wie zegt dat de lastendruk extra omlaag moet, kan niet in algemene statements blijven steken, je moet ook aangeven welke overheidsuitgaven kunnen vervallen. Ik hoor de ondernemers op Prinsjesdag al klagen dat de lastendruk volgend jaar zelfs een fractie omhoog gaat. Maar ik kom geen ondernemer tegen of hij wil meer van de overheid. Als Philips uit het technologieproject Jessi stapt, staan de bedrijven al weer in rijen van drie klaar om elders technologiesubsidies te krijgen.' Voor Kok staat vast dat op de overheidsuitgaven nog flink kan worden gesnoeid. 'De belastingbetaler heeft er ook recht op dat zijn geld goed wordt besteed. Ik ben niet tevreden over de omvang die de overheidsbureaucratie nog heeft. De overheid is op een aantal punten nog veel te vermolmd in organisatie en structuur. Overheidstaken zijn niet op voorhand onschendbaar.' Waarom zijn dan niet in het eerste jaar van het kabinet echte keuzes gemaakt? Van subsidies wordt een procent weggehaald en de prijscompensatie op de materiele uitgaven wordt geschrapt. De Raad van State heeft daar ook kritiek op. Het zijn toch generieke bezuinigingen? 'Er is beleidsruimte binnen de departementen. Je kunt niet zeggen dat de kaasschaaf is gehanteerd. Verder komt de grote efficiency-operatie eraan. We zijn nogal stevig aangesproken door de secretarissen-generaal van de departementen dat zijn toch eigenlijk de managers om hen afzonderlijk mogelijkheden te geven.

Er is hiervoor een ministeriele commissie gevormd, waar de premier en ik deel van uitmaken. Eind van dit jaar moeten zodanige voorstellen op tafel komen, dat we beleidsmatig flinke stappen kunnen maken. Dus er is in de eerste tien maanden van dit kabinet veel gedaan. Dat geldt ook voor subsidies, er is hier voor de departementen de mogelijkheid tot selectieve invulling.' Een meerderheid in de CEC wil de begroting in de komende jaren vooral door ombuigingen op de uitgaven meer in evenwicht brengen. Premier Lubbers had nader onderzoek van de uitgaven gevraagd; er lijkt een verschil in appreciatie tussen u en de minister-president. Verwacht u daarom toch niet een pittige discussie op dit punt tussen CDA en PvdA bij de 'midterm review'? 'Dat zou kunnen. We hebben bij het regeerakkoord in elk geval geen norm afgesproken voor de uitgavenquote. De hoogte van het financieringstekort en de collectieve lastendruk blijven de boeien van het regeerakkoord. De ontwikkeling van de uitgavenquote is op zich natuurlijk niet onbelangrijk, zoals er meerdere indicatoren zijn die een beeld geven van het verloop van de economie. Ook zaken als de inkomensverdeling zijn van belang.' Wat dit laatste betreft is u de afgelopen weken verweten bezig te zijn met millimeteren. Terwijl u daarmee bezig bent, krijgt premier Lubbers alle publiciteit met zijn rede over het 'zieke' Nederland. Denkt u nu dat u daarmee de kiezers bereikt? 'Dat weet ik niet. Wat telt is de vraag of je op weg naar volgend jaar zegt: 'voor de minima zit er niks in, jammer, en de mensen met tachtig tot negentig duizend gulden krijgen er een procent bij'.

Ik vond dat een weeffout. Het is belangrijk dat je niet een grondpatroon laat bestaan, waardoor de inkomensontwikkeling toch weer uit elkaar loopt. Ik heb absoluut niet de pretentie dat je met Haagse koopkrachtplaatjes Apeldoornse of Groningse werkelijkheden kunt veranderen. Maar in de mate waarin mensen meedelen in de welvaart moeten we geen steekje laten vallen. Door de koppelingen en wat we overigens hebben afgesproken in het kabinet gaat een AOW-echtpaar er volgend jaar vijfhonderd gulden op vooruit, waarvan alleen nog de prijsstijging moet worden betaald. Dat was een stuk minder geweest als we van de zomer niets hadden gedaan. Het was dus heel iets anders dan die vijf tientjes, want dat is een uitkering ineens in verband met de koopkrachtproblematiek in 1990. 'Het is natuurlijk maar een deel van de grotere werkelijkheid. We moeten in samenhang een aantal problemen aanpakken van criminaliteit, onveiligheid, milieu, tot en met het niet deelnemen van vrouwen, langdurig werklozen en arbeidsongeschikten in het arbeidsproces. De overconcentratie gedurende een bepaalde periode op de inkomens mag niet afleiden van de bredere samenhang. En dat komt in de begroting voor volgend jaar goed tot uitdrukking. Laten we met elkaar in de samenleving van morgen de boel weer zo inrichten dat we allemaal het gevoel hebben erbij te horen. De sociale vernieuwing moet daar een antwoord op geven en ik ben er absoluut van overtuigd dat het lukt. Het inkomensbeeld hoort daarbij. Want het stoort mij dat er in dit land soms stille en schreeuwende armoede is.'

En met vuur in de stem: 'wat krijgen we nou zeg.' Over twee weken is er het Najaarsoverleg met organisaties van werkgevers en werknemers. Het kabinet wil verdere loonmatiging en de arbeidsongeschiktheid en langdurige werkloosheid terugdringen. Heeft u wel de instrumenten om dat allemaal te bereiken? 'Op het punt van de arbeidsongeschiktheid zal het kabinet natuurlijk met nadere initiatieven komen. En wat betreft de lonen wil ik niemand iets onthouden. Waar het mij om gaat, is dat binnen een gegeven patroon van mogelijkheden ik graag zou zien dat we extra accent leggen op scholing, beperking van arbeidsongeschiktheid en langdurige werkloosheid. Dat stelt dus zijn grenzen aan de loonontwikkeling. Dit alles maakte het trouwens des te nodiger dat we van deze zomer de scheefgroei tussen minima en twee maal modaal eruit haalden. Als we dat niet hadden gedaan was de uitgangspositie van het kabinet tegenover de vakbeweging slechter geweest. Wat het instrumentarium betreft denk ik dat de belangrijkste rol van het kabinet moet zijn het organiseren van consensus.'

U hebt in de Miljoenennota een loonstijging van drie procent als bovengrens aangegeven. Komt u daarmee niet op het terrein van de sociale partners en gaat zo'n percentage niet juist als bodem in de markt werken?

'Wat nu speelt is dat het met de economie wat ongunstiger dreigt te gaan dan we eerder dachten. In 1979 was de economie veel zwakker en de ingrijpendheid van de tweede oliecrisis veel groter. We hadden toen nog de automatische prijscompensatie, ik was FNV-voorzitter en kan me daarvan nog wel wat herinneren. Een van de gevolgen was dat alles zich min of meer automatisch doorvertaalde in hogere kosten van levensonderhoud, hogere lonen, minder werkgelegenheid en dus hogere premies en belastingen, het bekende haasje-over. We praten voor 1990 en 1991 over een veel marginaler probleem, desondanks zeg ik: laten we eens proberen de hoogte van de loonstijging in 1990 vast te houden, want als we daar doorheen gaan, dan beginnen we al weer een beetje met dat haasje-over. Dat de loonstijging dit jaar toevallig drie procent is, daar kan ik ook niks aan doen. Het al dan niet noemen van dat cijfer vind ik een beetje flauwekul-discussie. Veel principieler is de vraag of de overheid zich hiermee wel mag bemoeien. Ik vind het een gevaarlijke houding te zeggen dat het niet mag. Want beslissingen die decentraal worden genomen hebben hun gevolgen voor houdbare collectieve en sociale voorzieningen, waaronder een betaalbare koppeling tussen lonen en uitkeringen. Ik vind dat de overheid niet alleen het recht maar zelfs de plicht heeft om op een moment dat het allemaal weer nauw luistert te zeggen: 'mensen laten we, ieder met behoud van de eigen verantwoordelijkheid, kijken hoe we dat decentrale proces zodanig kunnen begeleiden, dat we een aantal hoofdzaken intact kunnen laten'. Al begrijp ik wel dat sommigen in de samenleving zich niet direct aangesproken voelen, omdat ze andere prioriteiten hebben.'

Uw partijgenoten zullen de Miljoenennota met argusogen lezen. Hoe hoog is het PvdA-gehalte van de Miljoenennota?

'Hoog genoeg. Er zijn natuurlijk geen speciale PvdA-paragrafen. Maar ik vind dat de kernpunten waarop de PvdA zich in de verkiezingscampagne en later in de kabinetsformatie heeft geprofileerd in voldoende mate zijn te herkennen: investeren in kwaliteit in de ruime zin van het woord, kwaliteit van de samenleving, een zwaar accent op een aantal gemeenschapsvoorzieningen die voor nu en later van buitengewoon belang zijn om de sociale cohesie en sociale vernieuwing in de samenleving mogelijk te maken.' Hoe is de samenwerking tussen de premier en de vice-premier en de CDA-partijleider en PvdA-partijleider? 'Ik ben over de werkrelatie en de manier waarop we aan onze politieke verantwoordelijkheid inhoud kunnen geven niet ontevreden.' De VVD klaagde er in de vorige coalitie over dat zij weinig ruimte kreeg van het CDA. Krijgt u wel voldoende ruimte? 'Dit is nou typisch een vraag waar je nooit antwoord op moet geven. Als ik zeg ja, dan zeggen ze: 'die naieveling heeft zich ook laten inpakken'. En als ik zeg nee, dan roepen ze: 'die sukkel weet ook al niet aan bod te komen'. Dus hier moet ik naar de waarheid laten raden.'

    • Hans Buddingh'
    • Aukje van Roessel