Kans op mini-ozongat buiten Antarctica toegenomen

Rond het jaar 2000 zullen in het mediterrane gebied, vooral boven Griekenland en Turkije, gedurende de wintermaanden minigaten in de ozonlaag kunnen ontstaan. Deze voorspelling deed Joe Farman van het British Antarctic Survey, het team dat het gat in de ozonlaag boven Antarctica ontdekte, op de conventie Science '90 van de British Association for the Advancement of Science in Wales.

De verdeling van ozon over de lage atmosfeer wordt voor een belangrijk deel bepaald door meteorologische factoren. Luchtbewegingen in de stratosfeer zorgen ervoor dat grote hoeveelheden ozon van de tropen naar de polen worden verplaatst. Daardoor zouden er in bepaalde maanden van het jaar boven het Noordelijk Halfrond minigaten in de ozonlaag kunnen ontstaan, en vanaf de polen via Scandinavie naar het mediterrane gebied worden vervoerd. Hoewel er grote meteorologische verschillen zijn tussen het Arctische en het Antarctische gebied en het ozongat boven de Noordpool nooit zo groot en zo langdurig zal kunnen worden als boven de Zuidpool, zijn de condities voor drastische ozonverdunningen volgens Farman volop aanwezig.

De ozonreductie in de wereld bedraagt nu nog zo'n acht procent, maar tegen de eeuwwiseling zou dat gemiddelde wel eens tot twintig a dertig procent kunnen zijn opgelopen. Ozonreducties van dertig procent of meer zijn in januari reeds waargenomen boven het oostelijk deel van het mediterrane gebied. Hoewel de industrie afspraken heeft gemaakt over de beperking van de uitstoot van chloor-fluor-koolstofverbindingen (CFK's) en halonen, gelijksoortige verbindingen als CFK's maar dan erger, vreest Farman dat de komende jaren gemiddeld 40 procent meer ultraviolette straling de aarde zal bereiken. Het zal zeker nog tot het jaar 2070 duren voordat de ozonlaag weer in natuurlijk evenwicht is. Farman zegt zich vooral zorgen te maken over de uitstoot van halonen, broombevattende verbindingen gebruikt in blusmiddelen, die zeker dertig maal schadelijker zijn voor de ozonlaag dan chloorverbindingen. De uitstoot van halonen is op zich niet groot (volgens TNO zo'n 20 miljoen kilogram per jaar), maar ze blijven erg lang in de atmosfeer: halon 1301 (CFBr) heeft een halfwaardetijd van 110 jaar.

Farman vindt dan ook dat het gebruik van halonen in brandblusapparaten verboden zou moeten worden, zeker als men bedenkt dat 96 procent van de emissies vrijkomt bij trainingen en demonstraties van de brandweer. Halonen worden in brandblusapparaten gebruikt omdat het bij het blussen geen schade toebrengt aan dure apparatuur als computers en het ook veilig is voor de mens.

Inmiddels is boven Australie al weer een ozongat gesignaleerd dat kwam afdrijven van Antarctica. Het is nog te vroeg in de Zuidpoollente om te zeggen hoe diep ditmaal het gat zal zijn. (Jan Libbenga)