Irak kan profiteren van loslippigheid in de ether

ROTTERDAM, 18 sept. Ofschoon Irak op het terrein van de elektronische oorlogvoering zich op geen stukken na kan meten met de Verenigde Staten, is het niet helemaal eenrichtingsverkeer in de ether. Met name de grondtroepen in Saoedi-Arabie kunnen in een conflict nog voor verrassingen komen te staan. Militaire plannenmakers moeten er rekening mee houden dat Iraakse stoorzenders in pantserwagens, jeeps en helikopters zullen proberen verwarring te zaaien in de radioverbindingen van de multi-nationale eenheden.

Juist het internationale karakter van de strijdmacht in de Golf maakt uitvoerige radio-afspraken noodzakelijk en dat verhoogt de problemen van communications security. Comsec, zoals de Amerikanen met hun voorliefde voor afkortingen zeggen, houdt in dat iedereen zich aan de afspraken houdt bij gebruik van de radioverbindingen. Voor operators van een land is dat in vredestijd al moeilijk, laat staan wanneer in een gewapend conflict rondom Irak zo'n tien Westerse en Arabische landen tegelijkertijd via de koptelefoons informatie gaan uitwisselen.

Van loslippigheid in de ether kan de Iraakse militaire inlichtingendienst handig gebruik maken. Afluistereenheden in de Iraakse divisies hebben ongetwijfeld al vooruitgeschoven antenneparken opgezet om de posities van de diverse Amerikaanse en andere eenheden in Saoedi-Arabie te peilen. Geen enkele strijdmacht van enige omvang kan tegenwoordig opereren zonder radioverkeer. En al kunnen eventuele codes dan niet (onmiddellijk) worden gebroken, een analyse van het gebruik van de radioverbindingen, van de gebruikte frequenties (de zogeheten traffic analysis) levert de Irakezen een schat aan informatie op. Het beroep dat Amerikaanse militaire voorlichters doen op de media om bij de berichtgeving over operatie Desert Shield geen lokaties te noemen, is begrijpelijk maar zal Bagdad weinig informatie onthouden.

GROe

Irak is een van de vele landen die een overeenkomst hebben met de Sovjet-militaire inlichtingendienst GROe voor het uitwisselen van afluisterinformatie. Als tegenprestatie is Moskou bereid daarvoor installaties te leveren, stations op te zetten en deze eventueel met deskundige hulp te bemannen. De GROe-invloed en aanwezigheid in het buurland Syrie gaat heel ver. Irak staat waarschijnlijk wat onafhankelijker ten opzichte van het omvangrijke afluisterdirectoraat van de GROe, maar gezien de jarenlange wapenaankopen in de Sovjet-Unie kan het ongetwijfeld rekenen op bruikbare Sovjet-apparatuur voor radiosurveillance.

Onbekend is of en wat Italiaanse (Selenia), Franse (Thomson-CSF), Britse (Marconi) en Duitse (AEG-Telefunken, Rohde en Schwarz, Siemens) elektronica-concerns Bagdad geleverd hebben op het gebied van moderne computergestuurde afluistercentrales. De firma's bieden enthousiast hun waren aan voor export. Radio en radar werden in de Tweede Wereldoorlog al gebruikt als strijdmiddel. De Amerikanen leerden harde lessen in Vietnam, maar verwaarloosden de technologische sprongen van de Sovjet-Unie buiten het Aziatische strijdtoneel. Pas in de Israelisch-Arabische oorlog van 1973 werd het Westen hardhandig met de neus op de feiten gedrukt.

De toepassing van elektronische tegenmaatregelen stond binnen de NAVO nog in de kinderschoenen, maar de effecten ervan in de oorlog in het Midden-Oosten waren een schok voor de militaire strategen van alle partijen. Israel gebruikte stoorzenders om de Egyptische raketgordel te doorbreken, maar de apparatuur had geen effect op de radargeleiding van de pas geleverde mobiele Russische Sa-6 luchtafweerraketten. De Israelische luchtmacht dreigde gedecimeerd te worden en een al even verrast Pentagon moest ijlings te hulp schieten met de allernieuwste jammers voor de Israelische jachtbommenwerpers.

Egypte maakte tot verrassing van Jeruzalem een slim gebruik van radio-afluistersystemen om Israelische eenheden te lokaliseren en met valse boodschappen in de Sinai de verkeerde kant op te sturen. Syrie probeerde de radioverbindingen van de Israelische tankcommandanten te storen.

Arabische landen hebben sinds 1973 bij hun militaire opbouw het aspect van de radio- en radaroorlog niet vergeten. Orders voor EW-apparatuur worden op verzoek van de koper zelden gepubliceerd. Zeker landen in een potentiele conflictsituatie en daar behoort ook Irak toe willen voor hun tegenstanders zo lang mogelijk geheim houden wat ze bij een gewapend conflict aan verrassingselementen kunnen inbrengen.

Embargo

Toch kan meestal aan de hand van andere wapenaankopen en van de organisatie van een strijdmacht een redelijke beoordeling worden gemaakt van de aanwezige middelen voor elektronische oorlogvoering ook voor Irak. Wat Irak niet heeft is zeker bekend: het modernste Franse systeem voor het vergaren van electronische informatie vanuit de lucht. De order was bij Thomson-CSF geplaatst, maar de aflevering valt onder het VN-embargo en gaat niet door.

Oudere ELINT-systemen zijn ongetwijfeld wel aanwezig in Russische Iljoesjin Il-14 en Antonov Av-12 transportvliegtuigen en in speciale houders (pods) voor MiG-21R verkenningsvliegtuigen. Er zijn ook aanwijzingen dat het eerste AWACS-radarvliegtuig van de Iraakse luchtmacht, de Bagdad-1, van elektronische verkenningsapparatuur is voorzien.

De Iraakse luchtmacht kan de recent geleverde Soe-24 Fencer bommenwerpers met AS-9 en AS-14 anti-radar raketten bewapenen, maar om deze dure projectielen niet in het wilde weg af te schieten, moet informatie beschikbaar zijn over de radardoelen van de tegenstander. Bagdad zal voor die gegevens niet uitsluitend afhankelijk willen zijn van Moskou (nog afgezien van de vraag of de Sovjet-Unie dergelijke gevoelige gegevens wel kwijt wil) en eigen middelen voor intelligence collection willen inzetten.

Voor wat betreft de actieve elektronische bestrijding moeten de internationale troepen in Saoedi-Arabie en Turkije met chaotische situaties rekening houden. Naast mobiele 'elektronische kanonnen' met NAVO-codenamen als Mound Brick en Cheese Brick beschikt het Iraakse leger over tientallen Mi-8 helikopters van Russische makelij en speciale uitvoeringen daarvan, de Hip-J en Hip-K, zijn ingericht als vliegende stoorzender bij frontgevechten. Potentiele helikopters voor de inbouw van ECM-apparatuur zijn ook de Franse Puma, de Amerikaanse Bell 214 en de Britse Lynx. Slotartikel in een serie over de elektronischeoorlogvoering in de Golf. Eerdere afleveringen verschenen op 13, 15 en 17 september.

    • Dick van der Aart