Het lijden van een belezen papierpletter

Al te luide eenzaamheid, het boek dat de Tsjechische auteur Bohumil Hrabal in 1980 publiceerde, is het levensverhaal van Hanta, een papierpletter uit Praag. De prachtige vertaling die Kees Mercks twee jaar geleden maakte, heeft Rein Edzard geinspireerd tot een solovoorstelling waarin hij het iets ingekorte verhaal letterlijk volgt.

Net als Edzards eerdere solo-optredens die een literaire tekst als uitgangspunt hadden (Koolhaas, Couperus, Tsjechov), is Al te luide eenzaamheid een voorstelling met een minimum aan theatrale middelen. Het uiterst sobere decor van Ronald Tolman stelt een kelder voor, troosteloos en grauw door de kale betonnen muren en het schrale kunstlicht. In het midden staat een grote sculptuur, opgetrokken uit roestige platen en ijzeren staketsels; een smalle trap naar boven veronderstelt ergens in de zoldering een luik dat de kelder met de buitenwereld verbindt. In deze benauwend kleine ruimte werkt Hanta al vijfendertig jaar achter een machinale papierperser die door een druk op een groene en rode knop het oud papier tot handzame balen plet.

Rein Edzard speelt Hanta als een morsige man met stro-achtig piekhaar die in een lange monoloog terugblikt op zijn leven. Zijn woordenvloed wordt alleen onderbroken door het droeve geluid van een hobo (Everhard Spelberg), dat de overgang naar een volgende scene, c.q. een nieuw hoofdstuk markeert. Edzard getuigt van Hanta's liefde voor de boeken die hij dikwijls tussen het afval vindt: Goethe, Schiller, Hegel, Nietzsche, Novalis. De boeken vist hij uit de papierberg, hij leest ze en sleept ze mee naar zijn huis zodoende is hij tegen wil en dank een ontwikkeld man geworden.

Hydraulisch

Hanta is van zijn werk gaan houden en hij is vast van plan om als hij over vijf jaar met pensioen gaat, zijn papierperser mee te nemen; deze trouwe kameraad wil hij in de tuin van zijn oom voor publiek tentoonstellen. Maar zover komt het niet. De oprukkende technologie maakt zijn arbeid van de ene op de andere dag overbodig: er is een nieuwe hydraulische pers uitgevonden die dezelfde verwerkingscapaciteit heeft als twintig machinale persers zoals die van Hanta. Jonge mensen van de socialistische arbeidersbrigade nemen zijn werk over; wat ze doen gebeurt liefdeloos en ongeinteresseerd, respect voor boeken hebben ze niet. Hanta slaat het met ontzetting gade.

Wanneer Rein Edzard Hanta's vertwijfeling zichtbaar maakt begint zijn spel tot leven te komen. Niet langer draagt hij de zinnen voor: hij toont emotie en nauwelijks ingehouden woede. Er zijn een paar momenten in de voorstelling waarin Edzard werkelijk ontroert, bijvoorbeeld als hij vertelt over Hanta's jeugdliefde, een zigeunermeisje; maar meestal blijft hij steken in een nogal slepende verteltrant, waarbij hij zijn mimiek en dictie wel heel karig doseert vooral voor de pauze. Dan wreekt zich de sobere enscenering van regisseuse Mieke Lelyveld en de vraag rijst wat zo'n regie kan toevoegen aan Hrabals tekst, een tekst die ook zonder voorgedragen te worden genoeg zeggingskracht heeft.