Golfcrisis leidt tot groeiende economische onzekerheid

De groei van nationaal inkomen, bedrijfsinvesteringen en werkgelegenheid nemen af bij een door de Golfcrisis toenemende economische onzekerheid. Dit beeld schetst het Centraal Planbureau (CPB) in de Macro Economische Verkenningen. Het CPB gaat ervan uit dat de olieprijs volgend jaar terugkeert naar 20,50 dollar per vat.

Het reeel nationaal inkomen groeit in 1991 met 2,75 procent (1990: 3,75). De groeivertraging is in Nederland sterker dan in de rest van industrielanden, waar het bruto nationaal produkt volgend jaar toeneemt met 2,5 procent (1990: 2,75), en in de EG (1990: 3 procent; 1991: 3,25). Belangrijke factor is de teruglopende groei van de bruto bedrijfsinvesteringen die volgend jaar 3,5 procent bedraagt, de helft van dit jaar. Naast de geringere afzetgroei is de verslechterende winstgevendheid van het bedrijfsleven een voorname oorzaak. Dit laatste hangt onder meer samen met de loonstijgingen in 1990 en 1991 die samen iets uitgaan boven de som van arbeidsproduktiviteit en prijsstijging. Bovendien lopen de rentelasten op door een stijgende rentevoet.

De contractlonen stijgen volgend jaar met 3,25 procent, tegen 3 procent dit jaar. Voor de incidentele loonstijging wordt in beide jaren met 1,5 procent gerekend. Door een daling van de sociale werkgeverslasten komt de loonsomstijging in 1991 uit op 4,25 procent. De inflatie bedraagt in 1991 2,5 procent (1990: 2,25 procent), de helft van die in de EG en de OESO-landen; de arbeidsproduktiviteit zal met 1,5 procent stijgen (1990: 1.75). De produktiegroei in de bedrijven (exclusief energie) neemt volgend jaar af van 4 tot 2,75 procent. Hierdoor groeit de werkgelegenheid in 1991 minder snel (80.000 banen) dan in 1990 (115.000 banen). Het op het binnenland gerichte bedrijfsleven ziet in 1991 de winsten dalen door afnemende afzetgroei en oplopende invoerprijzen. Exporteurs hebben volgend jaar te maken met de naweeen van een verslechtering van de prijsconcurrentie in 1990, die het gevolg was van een forse waardestijging van de gulden (4,5 procent; volgend jaar 1 a 1,5) ten opzichte van de munten van concurrenten.

Net als dit jaar zal in 1991 de groei van het uitvoervolume van goederen (5,75 procent) een fractie achterblijven bij de groei van de relevante wereldhandel (6 procent). In 1991 vertraagt de groei van de goedereninvoer tot 5 procent, vooral door afname van de groei van binnenlandse bestedingen. Het overschot op de betalingsbalans bereikt in 1991 een recordwaarde van 20 miljard gulden, waarmee het overschot als percentage van het bruto nationaal produkt (3,8 procent) dat van Japan en de Bondsrepubliek overtreft.