Goed onderwijs gebaat bij beroepstrots van leraar

Sommige bladzijden van de begroting van Onderwijs en Wetenschappen dingen naar een plaatsje op de muur van de lerarenkamer. Er worden veel woorden gewijd aan 'de spil van het onderwijs: de man of vrouw voor de klas'. Verhoging van de salarissen voor beginnende leerkrachten, stagebegeleiding van aankomende leraren, de mogelijkheid tot 'sabbatsverlof' en taakverlichting van de directies zijn nodig om die spil goed te laten draaien, aldus de bewindslieden. Een herstel van de 'beroepstrots' achten zij noodzakelijk om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Ritzen en Wallage concentreren zich niet meer op een veelheid van mogelijke maatregelen om de positie van de leerkracht verbeteren. Afspraken met de bonden hierover in een meerjarig akkoord moeten zoveel mogelijk worden gericht op de vier genoemde maatregelen. Pas als onderwijsbonden en staatssecretaris hun ruzie over een nieuwe regeling van de arbeidsduurverkorting hebben bijgelegd, kan er zo'n convenant komen. Ritzen en Wallage tonen zich optimistisch over de afloop. Ze verwachten dat het convenant er aan het eind van dit jaar kan zijn.

Voor de positieverbetering van de leerkracht is meer geld uitgetrokken dan de 155 miljoen die al beschikbaar was. Het duurt echter even voordat de werkers in het veld dat echt zullen merken. Pas voor 1995 staat een bedrag van in totaal 294 miljoen geboekt. Het extra geld voor het convenant wordt vrijgemaakt door elders op de begroting te bezuinigen. Ook wordt het geld verdiend door de gemeenten geen vergoeding meer te geven voor de grond waarop scholen zijn gebouwd. Dat scheelt al snel zo'n honderd miljoen per jaar. Maatregelen die de gemeeneten daarvoor compenseren kosten anderzijds weer vijftig miljoen.

Een andere compensatie voor de gemeenten betreft het afschaffen van een deel van een van de bekendste regelingen van de verzuiling: het 'overschrijdingmechanisme', beter bekend als 'het gebroken ruitje van de openbare school'. De reparatiegelden daarvoor moet de gemeente ook aan de bijzondere scholen vergoeden, ook al houden de laatsten al hun ruitjes heel. Hoewel in de praktijk in veel gemeenten een dergelijke extreme toepassing van het mechanisme allang niet meer bestaat, verwacht Ritzen dat beperking van de regeling de gemeenten ten minste zo'n 50 miljoen per jaar oplevert.