Geslaagd overzicht van vele stromingen uit hetpost-impressionisme; De bezoeker wordt vanzelf een estheet

Een portret door Cezanne van een in het blauw geklede boer, die zittend op een keukenstoeltje tegen een diepgroene boom poseert, scheidt twee weidse landschappen van Vincent van Gogh; het ene daarvan stelt een geel met rood korenveld uit Arles voor, het andere een overwegend groen gezicht op het dorpje Les Vessenots bij Auvers. Deze schilderijen hangen tot eind november in de Quist-vleugel van het Gouvernementspaleis in 's-Hertogenbosch waarin nu bijna drie jaar het Noordbrabants Museum is gevestigd. Ze maken deel uit van de tentoonstelling Een feest van kleur, die zijn titel alle eer aandoet.

Deze expositie omvat een breed overzicht van Frans, Nederlands en Belgisch post-impressionisme en werd nagenoeg geheel samengesteld uit particulier bezit. Daarmee is er dus een heel ander uitgangspunt gehanteerd dan bij de laatste grote presentatie over dit onderwerp in de Londense Royal Academy in 1979-1980: toen hadden de samenstellers een zuiver theoretische aanpak waarbij bovendien ook Scandinavie, Engeland, Italie en Duitsland waren betrokken.

Het wandje met de drie bovengenoemde werken, betrekkelijk onbekende doeken van des te bekendere meesters, is typerend voor de prestigieuze en tegelijkertijd wat vrijblijvende opzet in Den Bosch. De tentoonstelling bevat twaalf bruiklenen uit de op een na grootste en beroemdste particuliere collectie ter wereld, die van baron Thyssen-Bornemisza, die vorige week in eigen persoon de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum kwam openen. De Boer werd door Cezanne geschilderd tijdens het maken van zijn serie onsterfelijke gezichten op de Mont Sainte-Victoire. Dat het zelf ook weer deel uitmaakt van een reeks is in de Bossche expositie nauwelijks van belang: het komt prachtig tot zijn recht op het gelukkig gekozen zachtgeel van de wanden en spreekt geheel voor zichzelf. Met andere woorden, Een feest van kleur is het soort tentoonstelling waar de bezoeker bijna vanzelf estheet wordt. Je wordt gedwongen eerst te kijken en dan pas te denken, bijvoorbeeld over de verwarrende term 'post-impressionisme'. Elastisch 'Oh, let's just call them Post-Impressionists; at any rate, they came after the Impressionists', schijnt de Engelse kunstcriticus Roger Fry in 1910 geroepen te hebben, toen hij als eerste met een grote tentoonstelling de reacties op het impressionisme probeerde te visualiseren.

Zo nonchalant als de veel te elastische term post-impressionisme ontstond, zo hardnekkig bleef hij in de kunstgeschiedenis gehanteerd. 'Post-impressionisme' vat in principe alle stijlen samen van tussen 1886 (Seurats eerste pointillistische werk) en 1906 (de dood van Cezanne) en soms van nog iets later: het neo-impressionisme (pointillisme), het symbolisme, het cloisonisme, het fauvisme 'post-impressionisme' betekent kortom voor een groot publiek een geliefde periode in de kunstgeschiedenis en blijkbaar ook voor de verzamelaar met geld.

De brede opzet van deze tentoonstelling maakt het mogelijk dat een bijna abstract gezicht op de Ludwigskirche in Munchen van Kandinsky uit 1908, een bloemstilleven van Picasso uit 1901 en een braaf door Johannes Josephus Aarts 'gestippeld' gezicht op een boerderij genaamd De Bataaf in een ruimte kunnen hangen. En zo zien we nu eindelijk ook eens een schilderproeve van Albert Dubois-Pillet (1846-1890) die een belangrijke rol speelde bij de oprichting van de Societe des Artistes Independants (de directe opvolgers van de impressionisten) en over wie destijds veel geschreven is hij komt bijvoorbeeld voor bij Zola in diens sleutelroman L'Oeuvre.

Het bekendste werk op de tentoonstelling is ongetwijfeld de 'Mata Mua' van Paul Gauguin. Dit idyllische en naieve tafereel, geschilderd in 1892 op Tahiti, is zozeer als publicitair lokmiddel gebruikt dat het bijna is gaan fungeren als logo van de beleggersgroep, die met expositie zijn derde lustrum viert. Het is de verdienste van samensteller John Sillevis, gastconservator voor dit project, dat hij ondanks alle beperkingen en verplichtingen een esthetisch overzicht heeft kunnen geven van de periode, waarbij ook wat minder bekende namen aan bod komen. Hij is in elk geval geslaagd in zijn opzet: het in beeld brengen van niet alleen de veelsoortige reacties op het impressionisme, maar ook van de langdurige en diepgaande doorwerking van deze stroming. Waarmee hij het impressionisme tot basis van de moderne kunst verklaart.

Tentoonstelling: Een feest van kleur; post-impressionisten uit particulier bezit. Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch; t/m 25/10. Catalogus: fl.49,50.