Gaten in begroting Onderwijs moeten in 1995 dicht zijn

De komst van de twee sociaal-democratische bewindslieden naar Onderwijs heeft voorlopig nog geen nieuwe lente gebracht. Volgend jaar moeten basis-, beroeps- en hoger onderwijs samen in totaal ongeveer 420 miljoen bezuinigen.

Pas na 1992 breken rustiger tijden aan, als zich tenminste in de tussenliggende jaren geen nieuwe calamiteiten voordoen en de genomen maatregelen inderdaad het geboekte geld opleveren. Volgens de meerjarenramingen die nu zijn gepresenteerd zullen alle gaten in 1995 zijn gedicht.

Nieuwe geluiden klinken wel door in sommige maatregelen. Voorzichtig knabbelen de twee sociaal-democraten aan de verzuiling door te bezuinigen op de financiele gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs en op het verzuild overleg van de schoolbesturen in het basisonderwijs. Ook beginnen Ritzen en Wallage met enig kapwerk in het dichte net van overleg-, advies- en onderwijsverzorgingsstructuur door opheffing, samenvoeging of het schrappen van formatieplaatsen.

Wat betreft het onderwijs zelf overheerst continuiteit in het beleid. Kwaliteitsverbetering moet worden voortgezet, onder meer door schaalvergroting in het basisonderwijs. Autonomievergroting in het onderwijs dient onder meer gestalte krijgen door invoering van het zogenoemde formatiebudgetsysteem. Volwasseneneducatie en scholing voor een soepele intrede op de arbeidsmarkt krijgen veel aandacht, evenals bestrijding van achterstanden in het onderwijs en schooluitval.

De bezuiniging van 104 miljoen in het basisonderwijs moet worden opgebracht door de gemeenten die minder vergoed krijgen voor de grond van schoolgebouwen. Het instandhoudingsbeleid voor scholen wordt verscherpt. Concrete maatregelen hoe leermoeilijkheden bij jonge kinderen moeten worden verholpen ontbreken in afwachting van de notitie 'Zorg op maat'. In het voortgezet onderwijs wordt het lesgeld volgend jaar opnieuw verhoogd met ongeveer dertig gulden. De invoering van de basisvorming moet de studiekeuze uitstellen tot het eind van het tweede jaar. Daarna beslissen leerlingen sneller dan voorheen over een vervolgopleiding. Ze kiezen 'profielen' die zijn gebaseerd op de eisen van de diverse richtingen in het hoger onderwijs. Daarbij blijven VWO en HAVO gescheiden.

Leerlingwezen en middelbaar beroepsonderwijs leveren volgend jaar 220 miljoen in. Ritzen wil dat daarvan 150 miljoen wordt overgenomen door het bedrijfsleven.

Het hoger onderwijs moet in 1991 voor meer dan honderd miljoen gulden bezuinigen. Daarvan ligt negentig miljoen gulden vast. Het resterende bedrag bestaat onder meer uit niet toegekende prijscompensatie in 1990 en 1991. Daarnaast zijn minister, universiteiten en hogescholen het nog niet eens hoe hoog het budget moet zijn voor de wachtgelden. De universiteiten krijgen ruim acht miljoen gulden minder dan waarop zij eigenlijk volgens de minister recht hadden: het is hun bijdrage aan het beleid van Ritzen om de uitgaven voor wachtgelden aanzienlijk te verlagen.

De universiteiten krijgen komend jaar in elk geval bijna vijftig miljoen gulden minder voor onderwijs en onderzoek. Daarvan wordt 12,5 miljoen gulden overgeheveld naar de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO). Dit geld is deels bestemd voor de financiering van kwalitatief goed universitair onderzoek.

De uitgaven voor de hogescholen worden de komende jaren geleidelijk aan een maximum budget gebonden. Op het onderwijs wordt een oplopend bedrag (tot honderd miljoen gulden in 1995) bezuinigd. Dat kan, meent Ritzen, door de cursusduur te varieren waardoor het aantal studenten aan de hogescholen kleiner wordt.