Explorare mare necesse est

Het elfde Beneluxcongres voor de geschiedenis der wetenschappen, dat vorig jaar in Brugge plaatsvond, stond in het teken van de zeevaart en het zeeonderzoek. Enkele van de lezingen zijn bijeenbracht in het themanummer 'Met zicht op zee' van het Tijdschrift voor de geschiedenis der geneeskunde, natuurwetenschappen, wiskunde en techniek.

De vlag van het thema blijkt diverse ladingen te dekken, terwijl het niveau van de bijdragen uiteen loopt van een oppervlakkig praatje voor een breed publiek tot millimeterwerk voor de ware liefhebber. Geen consistent geheel dus en de samenstellers haasten zich dan ook te verklaren dat de bundel bedoeld is 'als een eerste aanzet om de geschiedenis van het zeewetenschappelijk onderzoek in de Lage Landen na 1800 in beeld te brengen.'Op instigatie van de wiskundige Buys Ballot, tevens de eerste directeur van het KNMI, en een verlichte marineofficier kwam halverwege de vorige eeuw een intensieve samenwerking tot stand tussen kapiteins van de Nederlandse koopvaardij en beoefenaren van de wetenschap. De kapiteins leverden hun scheepsjournalen in voor meteorologisch onderzoek en kregen nieuwe hulpmiddelen voor de navigatie, zoals wind- en stroomkaarten mee aan boord. De uitwisseling van gegevens werd geformaliseerd nadat in internationaal verband afspraken waren gemaakt over het registreren van meteorologische waarnemingen op zee. Volgens C. A. Davids is de 'verwetenschappelijking' van de navigatietechniek voor een deel terug te voeren op de omstandigheid dat tussen 1820 en 1850 veel gezagvoerders en stuurlui van de koopvaardij afkomstig waren uit de gegoede, 'wetenschapsvriendelijke' burgerij.

Navigatieapparatuur

Elly Dekker concludeert in haar stuk over de sterrekundige Kaiser dat er in deze periode van een dominerende invloed van de wetenschap op het gebied van de navigatietechniek geen sprake was. Kaiser had kennelijk geen contact met de ontvankelijke kapiteins. Hij ijverde bijna twintig jaar tevergeefs voor de invoering van betere navigatieapparatuur, maar bracht het tenslotte toch tot verificateur van 's rijks zeeinstrumenten.

Onbetwistbaar is het belang van de conferentie die in 1853 tot een gestandaardiseerd registratiesysteem voor meteorologische waarnemingen leidde, maakt G. Houvenaghel duidelijk. Een keerpunt in de geschiedenis van de internationale samenwerking en de basis van het moderne, multidisciplinaire maritieme onderzoek. L. C. Palm beschrijft een vroege vorm van toegepast marien biologisch onderzoek. In de jaren dertig van de 18de eeuw bleek het houtwerk van de zeedijken aangetast te zijn door een onbekend soort zeeworm. Een door de Staten van Holland benoemde adviescommissie deed een beroep op de bevolking om oplossingen te bedenken; provincies stelden vasten- en bededagen in; vanaf de preekstoel en in pamfletten werden zondebokken aangewezen: zigeuners, sodomieten en kooplieden wie de welvaart naar het hoofd was gestegen.

In deze toestand van algehele commotie kwam ook het onderzoek op gang. Het resulteerde in een serie monografieen die van grote vaderlandsliefde en beperkt biologisch inzicht getuigden. Niettemin slaagde een geleerde er in de paalworm juist te classificeren als een weekdier, nauw verwant aan de boormosselen. De oplossing kwam niet uit het onderzoek voort, maar werd door twee onderwijzers aangedragen. Zij stelden voor de houten versteviging door steen te vervangen. Ruim honderd jaar later deed zich opnieuw een plaag voor. Na uitgebreid experimenteren werden meerpalen en sluisdeuren toen met creosoot geimpregneerd.

Smaakzin

In de loop van de 19de eeuw begon men fysiologische experimenten met zeedieren uit te voeren. De Luikse bioloog Jean Godeaux geeft daar een aardige indruk van. In een enigszins gedragen stijl, die de sfeer van klassieke laboratoria oproept, bespreekt hij het werk van twee briljante voorgangers, 'savants qui ont profondement marque leur epoque.' Een van hen ontdekte in het bloed van weekdieren het zuurstofbindende pigment hemocyanine. Ook bracht hij, 'zich bedienend van zijn smaakzin', aan het licht in hoeverre zeedieren in staat zijn de zoutconcentratie van hun lichaamsvloeistof te reguleren. Toevallig ontdekte hij het verschijnsel autotomie (afwerpen van ledematen). 'Snijdend in de poten van een woedende krab, ' stelde hij vast dat ze spontaan op dezelfde plaats afbraken zonder te bloeden.

Wantoestanden in de visserij zijn niet van vandaag of gisteren, leert het artikel van P. Hovart, evenmin als de terughoudendheid van overheden om corrigerend op te treden. Een Belgische zakenman en landbouwkundige, die begaan was met de noodlijdende kustvissers, bracht in 1860 een brochure uit, getiteld: 'Faut-il laisser detruire la peche de Blankenberghe, Heyst et La Panne?' Toen de verantwoordelijke minister hierop geen krachtig neen! liet horen volgde een tweede pamflet: 'Faut-il laisser detruire la peche maritime?'Het was een pleidooi voor het treffen van maatregelen ter bescherming van de visbestanden in de kustwateren, zoals een verbod op het gebruik van kleinmazige netten, waardoor waardevolle vis voortijdig om zeep werd geholpen. Opvallend is de modern aandoende combinatie van ecologische en economische argumenten die de zakenman aanvoerde. Zijn inspanningen waren tevergeefs. De minister nam het advies van een parlementaire commissie over en liet de visserij vrij.

Verder in dit nummer overzichten van een eeuw zeeonderzoek in Nederland en twee eeuwen mariene biologie in Belgie; nog meer vaderlandsliefde- een Nederlands bewijs voor leven in de diepzee voor de grote Engelse expedities- en een stuk over de uitbreiding van drie Belgische zeehavens, verrassenderwijs in de richting van de zee.

Tijdschrift voor de geschiedenis der geneeskunde, natuurwetenschappen, wiskunde en techniek. Jrg. 13, 1, 1990. Rodopi, Amsterdam, ISBN 90-5183-190-0, 127 blz.

    • Chantal van Dam