Eenwording Europa kan niet wachten op einde Golfcrisis

De Golfcrisis is het belangrijkste thema in de Nederlandse buitenlandse politiek, maar de regering is door alle activiteiten rondom deze crisis heen niet vergeten dat er voor het 'nieuwe Europa' enkele essentiele besluiten moeten vallen. De Europese agenda is met een CVSE-top en twee intergouvernementele conferenties voor het einde van dit jaar, over de politieke en de monetaire unie, al bijna overbelast. Het gestalte geven aan de 'toekomstige architectuur' van Europa kan niet wachten op het einde van de Golfcrisis. De regering zal dus veel energie blijven geven aan Europa. Daartoe behoort ook het economisch op de been brengen van Oost-Europa. Samen met de westelijke partners wil de regering de democratische ontwikkeling en de invoering van een markteconomie in Oost-Europa steunen.

De 'Jalta-orde' is ineengestort, maar voorkomen moet worden dat in het hierdoor ontstane vacuum een ouder Europa weer kansen krijgt, 'een Europa van nationale tegenstellingen, van balkanisering, van grote en kleine ententes tussen zich onveilig voelende staten'.

Van een dreiging in traditionele zin is geen sprake meer, 'maar wel van een veelheid van veiligheidsrisico's, zowel in Europa als daarbuiten'. De regering acht de NAVO het voornaamste instrument om gestalte te geven aan nieuwe cooperatieve veiligheidsstructuren, bestaande uit verdere wapenbeheersingsakkoorden en arrangementen in het kader van het Helsinki-proces (CVSE). Dat proces wordt gezien als een instrument om de betrokkenheid van de Sovjet-Unie bij de toekomst van Europa gestalte te geven.

Ten behoeve van oorlogsvoorkoming blijft het volgens de regering noodzakelijk 'dat het bondgenootschap een minimum aan afschrikking in stand houdt, die dan vooral op nucleaire systemen met een langer bereik zal zijn gebaseerd'.

De Verenigde Staten blijven 'onmisbaar als Europese mogendheid', uit een oogpunt van zowel politieke als militaire stabiliteit.

Ten aanzien van de EG heeft verdieping nog steeds de voorkeur boven verbreding. Door de verdieping worden 'tevens de voorwaarden geschapen voor intensievere externe betrekkingen'.

De situatie waarin afzonderlijke landen besluiten kunnen blokkeren, moet veranderen in een supranationale meerderheidsbesluitvorming. Zuiver nationale zienswijzen worden door een supranationaal systeem naar de achtergrond gedrongen. Voor een kleiner land als Nederland is dat ook beter 'dan het onzekere verloop van een besluitvorming die afhangt van onderhandelingen tussen volledig souvereine nationale regeringen'.

    • Buitenlandse Zaken