Diepgang van Webers Freischutz muzikaal niet waargemaakt

Carl Maria von Weber laat een regisseur weinig vrijheid in het bedenken van een interessante enscenering van zijn opera Der Freischutz (1821). Het verhaal is slechts voor een uitleg vatbaar. Hier wordt de angst en onzekerheid uitgebeeld van de jager Max die, om zijn geliefde Agathe tot vrouw te kunnen maken, die ene kogel op de ochtend van zijn bruiloft niet mag missen. Wat te doen? Vertrouwen op eigen kracht en moed, of duistere machten te hulp roepen om een trefzeker schot af te geven? Max kiest voor het laatste en zet daarmee een reeks dramatische gebeurtenissen in werking, die alleen maar tot zijn ondergang kunnen leiden. Ware het niet dat opera's in het begin van de negentiende eeuw nog niet tot ondergang leidden, althans niet van de goeden. Max was slechts 'schwach obwohl kein Bosewicht'. Wat moet een regisseur met zo'n gegeven? Hij kan zich wagen aan diepgravende duidingen, of er gewoon een 'mooi', visueel en dramatisch spannend verhaal van maken. Regisseur Stephan Volkmann neigt in zijn enscenering bij Forum, die zondag in Enschede in premiere ging, naar het eerste: een bos dat lijkt op hersenspinsel (de uiterlijke wereld weerspiegelt de weifelende geest van Max), schaduwen in de vorm van doodskoppen, angstaanjagende geluiden van achter uit de zaal, om de betrokkenheid van het publiek te vergroten, de 'interpretatieve' vrijheid om de duivelse Samiel geen eigen stem te geven zoals de partituur voorschrijft, maar het kwaad als een duistere kracht in de personages zelf naar boven te laten komen. Het al in Webers tijd geschrapte voorspel, waarin een vrome monnik dreiging en verlossing aankondigt, wordt weer voor de ouverture geplakt, waardoor de positieve wending van het verhaal aan het slot niet geheel uit de lucht komt vallen al wordt die door Weber muzikaal ook in de ouverture wel aangekondigd.

Maar de vondsten van Stephan Volkmann en decorontwerper Hermann Soherr zijn niet bijzonder genoeg om de spanning overtuigend voelbaar te maken. Ze lijken te veel 'bedacht' en blijven daardoor onbedoeld oppervlakkig. Bovendien zijn ze niet consequent doorgevoerd. De monsters die in het wolfsravijn ten tonele worden gevoerd, hoe 'griezelig' ze er ook uit zien, blijven zonder betekenis. De scenes met de jagers en die met Agathe missen een duidelijke relatie met de 'psychologiserende' symboliek hier is eerder sprake van recht-toe-recht-aan verhaal.

Ook muzikaal wordt de diepgang niet geheel waargemaakt. Dirigent Jan Stulen doet zijn werk adequaat, maar weinig verrassend. Zijn tempi liggen aan de lage kant, waardoor bijvoorbeeld het prachtige koor waarin Max wordt bespot omdat hij zojuist een schot gemist heeft, nogal saai klinkt. In de ouverture wordt Stulen gehinderd door de regisseur, die alvast de visuele 'leidmotieven', vooral in de vorm lichteffecten, bij bepaalde muzikale thema's voor een leeg toneel de revue laat passeren. Het degradeert Von Webers prachtige klanken tot begeleidingsmuziek.

De zangers worden meegevoerd in de twijfel over de aard van de interpretatie. Alleen de beide vrouwelijke hoofdrollen geven voldoende muzikale diepgang aan hun partij het zijn niet toevallig de scenes die het minst te maken hebben met de psychologische ontwikkeling van de jager Max. Charlotte Margiono is een verstilde Agathe, vol bange voorgevoelens. Met grote durf zingt ze haar aria 'Leise, leise, fromme Weise' in het door Weber voorgeschreven pianissimo, al gaat dat wel ten koste van de verstaanbaarheid. Ellen van Lier overtuigt, zowel door haar natuurlijke geluid als door het spontane acteren, als het vrolijke en bezorgde nichtje Aennchen. De bas Jaco Huijpen is vooral door zijn forse spreekstem en robuuste acteertalent een geschikte Caspar, de duivelse concurrent van Max. Tenor Volker Horn komt af en toe wat aarzelend over, maar herstelt zich redelijk in de finale. Het valt ook niet mee, als je niet weet of je in je eigen geest of gewoon in de buitenwereld ronddoolt.

    • Paul Luttikhuisvoorstelling
    • Stephan Volkmann
    • Charlotte Margiono
    • Operakoor O.L.V. Jan Stulen. Solisten
    • Opera van Carl Maria Von Weber
    • Jaco Hijpen
    • Ellen van Lier
    • Volker Horn
    • der Freischutz
    • Forum Filharmonisch