De ethiek van de aardbei

Ik eet een boterham met aardbeien. Vakantie en een boterham met aardbeien: wat heerlijk. Het lekkerste is de aardbei op brood te prakken. Dit vergt brood met een stevige structuur, bijvoorbeeld oud brood. De vruchtesappen weken het brood terug tot versheid. Door het prakken ontstaat een rode moes waaraan de geuren makkelijk ontstijgen en die de toegevoegde kristalsuiker snel doet oplossen.

Zomervakantie en een boterham met aardbeien, hoe is het mogelijk. Vroeger (toen de borrel nog een duppie was) waren er twee weken lang aardbeien, ergens in juni, niet in de zomervakantie. Later kwamen de doordragers en de kassen. De (aardbeienaanvoertijd) grafiek veranderde: de steile bult kreeg de vorm van een zonnehoed. Aardbeien werden dan ook zomerkoninkjes genoemd. De eerste, in februari, kosten fl.300, - per doosje stond er dan in de krant; voor een duur restaurant en een goed doel. Maar nu zijn we pas echt gelukkig: het hele jaar aardbeien uit de kas, uit emmers, uit Tel Aviv of Bolivia, weet ik veel.

Alleen: ze zijn niet te prakken. Om deze aardbeien te kunnen prakken heb je brood uit de vorige eeuw, een vork uitgevoerd in betonstaal en een goed getraind polsgewricht nodig. De huidige aardbei is het hele jaar door keihard. Keihard, niet te zuur, niet te zoet en volstrekt smakeloos. Trots produkt van de Nederlandse landbouw: bestand tegen vervoer over duizenden kilometers en een vrije val van drie meter hoogte op een vers geboende tegelvloer, houdbaar gedurende drie maanden, met groenkroosjes die, zonder dat de witte aardbeipiel meekomt, verwijderd kunnen worden, fris rode kleur met pitjes op wetenschappelijk verantwoorde afstanden, maar niet te vreten.

Ergens rijdt een doctorale zultkop in een antracietkleurige Mercedes 190D rond, die als wetenschappelijk medewerker van het (K)NAT het Nederlands Aardbei Teeltschap (de aanvraag voor het predikaat Koninklijk is in behandeling) de shockproof, waterdichte, antimagnetische rode vruchtvleesbal heeft ontwikkeld, die ik nu zit te eten. Hij weet niet eens wat antraciet is, laat staan dat deze frieteter de smaak van een aardbei kent.

Straks geef ik weer les. Met frisse moed zal ik de bruingebakken smoeltjes monsteren. Misschien zit er wel een toekomstige fruitbederver in mijn klas, eentje met de doctorandus-staf in zijn ransel, die ten behoeve van de commercie de rest van de etenswaar ook nog om zeep weet te helpen. Ik moet ze de wet van Boyle leren en andere regels die niet helpen tegen slechte aardbeien. Eigenlijk zou ik ze willen leren: jongens, voorzichtig met aardbeien, houdt ze lekker. Maar dat hoort niet bij mijn vak. Dat is ethiek en daar geef ik geen les in.

Ik geef waardevrij onderwijs. Ethiek is schadelijke beinvloeding van de kwetsbare kinderziel, tenzij de godsdienstleraar of de katecheet het uitlegt. Maar die heeft het niet over aardbeien.

    • Rob Knoppert