Daling export naar Indonesie in studie

ROTTERDAM, 18 sept. Het ministerie van economische zaken in Den Haag constateert een opmerkelijke terugval in de Nederlandse export naar Indonesie en laat het Nederlands Economisch Instituut (NEI) nu uitzoeken in hoeverre deze terugval afwijkt van de export van andere landen naar Indonesie.

Dit heeft een woordvoerder van het ministerie vanochtend desgevraagd bekend gemaakt. Indien Nederland zich in negatieve zin onderscheidt van andere landen, zal het ministerie daar 'bepaalde conclusies' uit trekken. Welke eventuele maatregelen Nederland dan zal nemen, kan de zegsman van het departement niet zeggen. Het onderzoek zal over enkele weken worden afgerond.

De afdeling Buitenlandse Economische Betrekkingen heeft opdracht gegeven voor het onderzoek na het bezoek van staatssecretaris Bukman aan Indonesie afgelopen zomer. Dat bezoek werd geplaagd door een gebrek aan belangstelling aan de kant van Nederlandse ondernemers.

Volgens de woordvoerder van Bukman schort het bij het Nederlandse bedrijfleven overigens niet zozeer aan belangstelling voor Indonesie, alswel aan een concrete vertaling van deze belangstelling in export- en importcijfers.

De export naar Indonesie heeft in de jaren 1987 en 1988 'een niet onaanzienlijke terugval' doorgemaakt van 511 miljoen naar iets minder dan 200 miljoen gulden. Daarbij komt dat de samenstelling van het exportpakket nogal fluctueert. Economische zaken hoopt dat het onderzoek van het Nederlands Ecnomisch Instituut duidelijkheid verschaft over deze ontwikkelingen. Het onderzoek betreft een analyse van bestaand statistisch materiaal, waarbij de Nederlandse import- en exportcijfers met die van andere Europese landen worden vergeleken.

De economische betrekkingen tussen Nederland en Indonesie zijn al jaren een punt van zorg. Woordvoerders van de Indonesische ambassade in Den Haag verklaarden in oktober 1988 tegenover deze krant dat de visie van veel Nederlandse ondernemers op Indonesie sterk is achterhaald en uit de tijd stamt van Tempoe Doeloe. Nederlanders zouden onvoldoende voorbereid zijn op het zakendoen in het moderne Indonesie. Mede daarom zouden de economische betrekkingen tussen Nederland en Indonesie zo magertjes zijn, ondanks 350 jaar 'intensieve contacten' tusen beide landen.

De voorzitter van de Nederland Indonesie Associatie (NIA), oud VNO-voorzitter C. van Veen, zegt dat de Indonesische regering veel doet om buitenlandse handel en investeringen aan te trekken. Van Veen spreekt over 'liberalisering' en 'ontbureaucratisering' van de economie van het land en vindt dat het Nederlands bedrijfsleven daar meer op moet inspringen dan nu het geval is.

NIA ontvangt binnenkort in Nederland een grote delegatie van Indonesische zakenlieden en heeft zelf voor november dit jaar weer een missie naar Indonesie op het programma staan.

Amsterdam-Indonesia House (Amindho), een platform voor het Nederlands bedrijfsleven dat zaken doet met Indonesie, meent dat er niet sprake is van een echte achteruitgang van de handel tussen Nederland en Indonesie, maar constateert wel dat de export structureel al jaren op hetzelfde niveau blijft steken van om en nabij de 500 miljoen gulden, en alleen van dit bedrag afwijkt als Nederland bijvoorbeeld schepen of vliegtuigen exporteert. 'Dat is niet bevredigend', aldus de secretaris van Amindho, M. Sanders.

Volgens Sanders is er in zijn algemeenheid een teruggang in belangstelling voor verre markten. De nieuwe mogelijkheden in Oost Europa en het verenigd Europa van 1992 eisen wat dit betreft hun tol.