'Daadwerkelijk' begin met terugdringen criminaliteit

Het ministerie van justitie gaat het komende jaar 'daadwerkelijk een begin maken' met het terugdringen van alle vormen van criminaliteit. Hoe de plannen er precies gaan uitzien wordt nog in het ongewisse gelaten. Aan het eind van deze maand presenteert het ministerie de al vele maanden vertraagde nota waarin de concrete beleidsvoornemens van het departement voor de jaren negentig staan aangegeven.

Wel wordt duidelijk dat volgens het ministerie de afgelopen jaren in het beleid te eenzijdig de nadruk heeft gelegen op inperking van het overheidsoptreden voor de rechtshandhaving. Dwangmiddelen zoals aanhouding of huiszoeking en sancties dienden met mate te worden toegepast. Hoewel er ook in de toekomst 'op een vluchtende kippendief' niet zal worden geschoten, zal er wel het een en ander veranderen, is de teneur van de boodschap.

Het bieden van bescherming aan de burgers tegen machten en krachten die de vrijheid bedreigen, blijft 'de meest wezenlijke staatstaak. Vooral het optreden tegen criminaliteit in al zijn verschijningsvormen vertoont ernstige achterstanden. Er heeft zich in de loop van enige decennia een handhavingstekort ontwikkeld'.

Het accent komt daarom de komende jaren te gen op uitbreiding van middelen en mensen bij de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. 'Het grote belang van bescherming van persoonlijke levenssfeer' is 'een alibi-functie gaan vervullen die de overheid belemmert bij het verkrijgen van voor haar noodzakelijke gegevens'. Daarom zijn er plannen faxverbindingen af te luisteren, criminele vermogens af te nemen en komen er wettelijke voorzieningen ter bescherming van bedreigde getuigen en wetten 'voor opsporingsonderzoek ten opzichte van conspiratieve bijeenkomsten'. In de begroting wordt ook een voorschotje genomen op een andere dit najaar te verschijnen nota over de kwaliteitsverbetering van de wetgeving. Justitie wil een grotere rol spelen bij het toetsen van de kwaliteit van alle wetten, ook die van andere departementen. Er moet naar worden gestreefd nationale wetgeving zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met internationale, communautaire en grondwettelijke regels. Wetten moeten worden bekeken op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

Het ministerie constateert dat de vraag naar wetenschappelijke informatie het aanbod 'ruimschoots overtreft'.

Het kabinet trekt daarom tien miljoen gulden extra uit voor wetenschappelijk onderzoek dat in hoofdzaak zal worden uitbesteed aan externe wetenschappelijke instituten.

Ook het oude beleidsplan Samenleving en Criminaliteit van de vorige minister van justitie, Korthals Altes, zal niet geheel in de kast verdwijnen. Preventie van criminaliteit blijft een belangrijke doelstelling van Justitie. Meer dan in het verleden zullen maatschappelijke, particuliere organisaties desgevraagd financiele steun krijgen voor 'de uitvoering van programma's die kunnen bijdragen aan de bevestiging van essentiele normen in onze samenleving en aan het activeren van burgers bij de handhaving van het recht'. Het extra geld voor Justitie zal onder andere gaan naar de CRI om de internationale politiele samenwerking te verbeteren. Ruim honderd miljoen gulden is er extra voor rechtspraak en rechtshulp.