Cymbeline vooral een stuk voor lezers

De genres lopen in Cymbeline van Shakespeare kriskras door elkaar. Romance, tragedie, melodrama? Ook de waardering verschilt. Brandhout of een grillig en superieur toneelstuk van de meester, enkele jaren voor zijn dood geschreven. Laten we het houden op een dramatische romance uit dezelfde tijd als The Winter's Tale en The Tempest. Eigenlijk zou boven het toneel de waarschuwing van Shakespeare zelf moeten hangen: 'Ladies and gentleman, this is a trick!' En er is geen toneelauteur die met zoveel vakmanschap en beheersing het idyllische sprookje kan verbinden met een door en door verziekte hofsfeer, die geliefden voor jaren kan scheiden en ze aan het slot weer in elkaars armen drijft, die subtiele symboliek verenigt met spektakel.

Shakespeare vertelt een verhaal over minnaars die elkaar terugvinden tegen de achtergrond van tweekamp tussen Romeinen en Britten, waarbij hij genadeloos vrij met het historische materiaal omspringt. Daar houd ik wel van. Cymbeline was koning van Brittannie zo tegen het begin van onze jaartelling. Het verliefde stel heet Imogena en Posthumus Leonatus. De jonge vrouw, dochter van koning Cymbeline, trouwde tegen de wil van haar ouders met deze on-koninklijke man. En zo begint een relaas waarin tragiek, vaudeville en sentiment elkaar afwisselen. Shakespeare schreef het stuk niet om het verhaal te vertellen, die eis lapte hij aan zijn laars. Hij jongleert briljant met elk middel dat maar naar theater ruikt: de maskerade, de trucage, de vermomming, heel het feestelijke spel van schijn en wezen.

Tot zover Cymbeline als leesstuk. Hans Andreus vertaalde het in 1963 voor regisseur Coen Flinck. Bijna twintig jaar later gaf Jan Decorte er een voorstelling van in Brussel en nu waagt Pol Dehert zich aan deze weinig geliefde Shakespeare voor theaterliefhebbers. Het is een stuk voor lezers, voor dichterlijke lezers. Het wakkert de fantasie aan zonder dat beelden nodig zijn. Daarom is het des te treuriger dat decor en kostuums op het oog van de toeschouwer zo'n desolaat-treurige indruk wekken. Bijna vier uur lang stootte mijn blik op de gekartelde, uit houten palen opgetrokken achterwand die elke esthetiek of betekenis miste. Het toonde als een brok realisme, en daar leent Cymbeline zich niet voor.

De toverij van het stuk moet met toverij gepareerd worden. Een regisseur en ontwerper hebben het lef van Shakespeare nodig om de telkens opzwepende verbeeldingskracht te evenaren. Pol Dehert vertelt het verhaal na, en gaat daarmee voorbij aan de noodzaak om juist deze romance te spelen. De vertoning wemelt van de grollen en vondsten uit de koker van een regisseur die de grote greep op het stuk mist. Daardoor kon een enkele losse scene plots uitblinken, zoals die waarin Iachimo (een lofwaardige rol van Evert de Jager) de slaapkamer van Imogena (Lieke-Rosa Altink) binnensluipt. Of het moment waarop De Jager aan het slot de jaloerse minnaar van Imogena vertelt, hoe hij in haar slaapkamer onbekommerd kon rondkijken. Hier werd de chaos van het stuk tot rust gedwongen door geconcentreerd spel. Helaas: een enkele minuut op een vloed van wrakhout.

De dichter en schrijver Benno Barnard vertaalde de blanke verzen uit Cymbeline met een bewonderenswaardige helderheid en een fraaie, poetische bewogenheid. Grof en zelfs grofst als het grof moest zijn, subtiel als het origineel subtiliteit vereist. Waarom toch de woorden niet veel meer voor zichzelf laten spreken, tegen een rijk belichte achterwand in plaats van met de laars van het realisme door het stuk gebanjerd? Een liefdeloze liefdesverklaring aan een onmiskenbaar mooi toneelstuk, deze regie.

    • Benno Barnard
    • Kester Freriksvoorstelling
    • Lieke-Rosa Altink
    • Mark Verstraete
    • Evert de Jager
    • Pol Dehert
    • Johan Herbosch