Crisis in Golf maakt toelichting achterhaald

De memorie van toelichting bij de begroting Buitenlandse Zaken is door de Golfcrisis op belangrijke punten achterhaald. Men heeft de reeds bij de drukker liggende tekst nog wat kunnen aanpassen, maar de 27 aan het thema Midden-Oosten gewijde regels in de memorie geven nauwelijks weer hoe in regeringskring inmiddels over de gevolgen van de crisis voor het buitenlands beleid wordt gedacht.

Als het departement van buitenlandse zaken dit weekeinde de memorie van toelichting opnieuw had mogen schrijven, zouden er een reeks verdergaande conclusies ten aanzien van het Golfthema zijn getrokken dan in het nu aangeboden stuk. Daar maken ze geen geheim van op het departement. Er zou hebben kunnen staan dat voorstellen van sommige Europese staten (Duitsland bijvoorbeeld) om ten behoeve van een 'Gesamteuropaische Friedensordnung' van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) een soort Verenigde Naties van Europa te maken, compleet met een eigen veiligheidsraad, in een geheel nieuw licht zijn komen te staan. Waarom nog streven naar een Europese veiligheidsraad als de bestaande VN-Veiligheidsraad ineens gaat functioneren, zo kan men bij Buitenlandse Zaken horen.

Een ander thema is de veranderde positie van Turkije. Nu gebleken is dat Europa niet immuun is voor destabiliserende ontwikkelingen in het Midden-Oosten, is Turkije voor de NAVO een belangrijke 'frontlijnstaat' geworden. De EG zal dus minder terughoudend moeten reageren op toenaderingspogingen van Turkije. Niet dat het land ineens lid kan worden, maar het zal niet meer botweg 'nee' te horen krijgen op suggesties in die richting en bovendien zal met voortvarendheid worden gewerkt aan een mooi associatie-akkoord. Griekenland, dat toenadering van de Turken tot nu toe hardnekkig blokkeerde, wordt door de EG-hoofdsteden en vanuit Brussel al flink onder druk gezet om een bereidwilliger houding aan te nemen.

Een derde element dat Buitenlandse Zaken zou hebben opgevoerd, als het de memorie had mogen actualiseren, zou het aspect van de 'burden sharing' zijn geweest: het delen met de Verenigde Staten van de kosten van onze verdediging. Dat thema was even weggevallen door de nieuwe vrede met Moskou, maar het komt in verhevigde mate terug nu de Amerikanen een groot expeditieleger naar de Golf-regio hebben gestuurd, mede ter verdediging van Europese belangen en waarden.

Een vierde aspect, waarover Buitenlandse Zaken graag wat naders had gezegd, is de verhouding tot de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO. De keuze van de PLO voor Irak heeft de politiek van Den Haag om de contacten langzaam uit te breiden ruw afgebroken. Een van de betrokkenen drukte het zo uit: 'De PLO heeft wel de onverstandigste keuze gemaakt die denkbaar is, door de kant van Saddam Hussein te kiezen. Stel je eens voor dat ze het andersom hadden gedaan en daardoor een geeerd gesprekspartner waren geworden van Amerika en Europa. Dat zou Israel in grote moeilijkheden hebben gebracht.' Een laatste aspect dat in een nieuwe memorie een rol zou hebben gespeeld, is de nog grotere noodzaak voor Europese eensgezindheid. Er moet in dat verband, zo vindt men in kringen van het departement, een duidelijker relatie worden gelegd tussen de Europese Politieke Samenwerking (EPS) en het veiligheidsbeleid. De taak van de Westeuropese Unie op veiligeheidsgebied moet langzaam door de EPS worden overgenomen. De Golfcrisis heeft de Nederlandse regering met de neus op het feit gedrukt dat binnen de Twaalf het veiligheidsbeleid een belangrijker thema dient te worden.