Braks belooft Kamer nieuwe maatregelen tegen visfraude

DEN HAAG, 18 sept. Minister Braks (visserij) wil komen tot een gedwongen inkrimping van 20 a 25 procent van de Nederlandse vissersvloot. Op die manier wil hij een eind maken aan de problemen met de controle op de vangstbeperking van zeevis. Ook zal de controle aan de wal worden versterkt en zullen vissers hun vangsten alleen nog via de veiling mogen verkopen.

Braks zei dat gisteren bij de verdediging van zijn door een groot deel van de Tweede Kamer bekritiseerde controlebeleid op illegale visvangsten en vangstoverschrijdingen.

Vooral VVD, D66 en Groen Links hadden ernstige bezwaren tegen de gebrekkige manier waarop CDA-minister Braks, zijn departement en de Algemene inspectiedienst (AID) controle en registratie van de visvangsten organiseerden en tegen de handelwijze van de minister, die de Kamer informatie daarover zou hebben onthouden.

Ook PvdA-Kamerlid J. van Zijl liet zich, zij het vooral vragenderwijs, kritisch uit over de resultaten van het visserijbeleid in de jaren 1987-1990. Zulks vooral omdat de vissers onverkort doorgaan met het overtreden van de quoteringsregelingen.

De CDA-fractie hield haar minister zonder meer de hand boven het hoofd. Volgens haar valt Braks in het geheel niets te verwijten, ook al heeft zijn beleid volgens CDA-Kamerlid J. Nijland niet goed gewerkt. Wel wil het CDA dat justitie harder optreedt tegen vissers die de vangstbeperkingen ontduiken.

Volgens Braks kampt de visserijwereld met hetzelfde tanende normbesef dat minister-president Lubbers onlangs in een rede in Nijmegen in breder verband aan de orde stelde. Het wordt daardoor voor de overheid bijzonder moeilijk, aldus Braks, om het recht 'nog naar haar hand te zetten', ook al is de controle in de visserijsector (een ambtenaar op zes schepen) uiterst intensief.

Braks hield de Kamer voor dat hij haar altijd zeer intensief en veelvuldig over de visserijcontrole heeft ingelicht. Hij ontkende dat hij de Kamer begin dit jaar essentiele informatie over illegale visvangsten zou hebben onthouden. Volgens de minister heeft Nederland een controlesysteem 'dat zijn weerga in de wereld niet kent' en is er 'beslist geen sprake van falend beleid', ook al zijn de resultaten daarvan niet optimaal.

Braks erkende dat hij de Kamer begin dit jaar niet op de hoogte heeft gebracht van de raming over vangstoverschrijdingen van 30 tot 60 procent die hij ontving van het visserijbedrijfsleven. Dat signaal, aldus de minister, was hoogst ernstig, zij het dat hij niet overtuigd was van de juistheid en de hardheid ervan. Daarom vond hij het principieel ongepast daarover in het openbaar te speculeren en er de Kamer van in kennis te stellen.

Een deel van de Kamer voelde zich gisteren onheus behandeld door Braks omdat hij, kort voor het overleg, cijfers van het Landbouw-Economisch Instituut naar buiten bracht waaruit moest blijken dat de totale illegale vangstoverschrijding in 1989 niet meer dan een procent bedroeg. Zonder succes stelden verschillende fracties daarop voor het visserijoverleg met de minister op te schorten. De minister maakte later duidelijk zelf weinig geloof en betekenis aan de LEI-berekening toe te kennen en die niet voor zijn rekening te willen nemen.

Dat de minister de vissersvloot binnen enkele jaren tot een forse inkrimping van zeker 120.000 pk (nu zo'n 525.000 pk) wil dwingen, oogstte veel lof bij VVD-visserijspecialist A. J. te Veldhuis. Volgens hem is dit de enige oplossing voor de visserijproblematiek. Braks zei echter bij zijn aankondiging van de gedwongen vlootsanering, dat nog bestudeerd moet worden hoe die onteigening moet plaatshebben en tegen welke prijs. Bovendien wierp hij zelf de vraag op in hoeverre het EG-recht zoiets toestaat. De VVD heeft geen hoge verwachtingen van de, vroeger door de Tweede Kamer al afgewezen, veilplicht die Braks wil invoeren. Volgens Te Veldhuis zou die verplichting wel eens slechts 'een papieren lapmiddel' kunnen zijn.