Aanleg meren kan regionale economie mogelijk helpen; Groningse boer legt grond braak

GRONINGEN, 18 sept. Het spookbeeld van het Oost-Groningse platteland heet verpaupering. Binnen enkele maanden zal er 10.000 hectare akkerbouwgrond braak liggen. De 600 graanboeren grijpen de EG-maatregel aan om tenminste nog een deel van hun inkomen veilig te stellen. De werkloosheid in het Oldambt en de Veenkolonien, toch al hoog met achttien procent, zal verder toenemen.

Vijftig werknemers van boerenbedrijven zijn de afgelopen maanden ontslagen omdat hun baas ging 'braken'. 'De dood in de pot', noemde de Groninger gedeputeerde G. Beukema de braaklegregeling, waardoor vele hectares kleigrond een troosteloze aanblik zullen bieden. Ook mechanisatiebedrijven, bestrijdingsmiddelenfirma's en graanoverslagbedrijven krijgen straks te kampen met dalende omzetten.

Om de dreigende verloedering tegen te gaan, opperde Beukema enkele weken geleden het plan van 3000 hectare landbouwgrond gigantische meren te maken. Alleen recreatie zou dit economisch steeds zwakkere gebied erbovenop kunnen helpen. De akkerbouwers, die weinig perspectieven meer zien, staan positief tegenover het merenproject.

Akkerbouwer W. Schillhorn van Veen uit Finsterwolde verbouwt 125 hectare graan tegen de zeedijk. Vanaf zijn 22ste werkt hij op het familiebedrijf. Hij heeft het nog kunnen redden zonder de braaklegpremie, 'door efficient werken'.

Zijn collega's in het Oldambt en de Veenkolonien zien echter geen andere oplossing om de voortdurende daling van de graanprijzen op te vangen dan door een deel van hun land uit produktie te nemen. 'Het is jammer dat het gebeurt', stelt Schillhorn. 'Als je aan de regeling wilt meedoen, moet je je hele machinepark inclusief jezelf vijf jaar lang in de mottenballen doen. Over vijf jaar begin je dan niet zo gemakkelijk meer. Je machines zijn verouderd en wat dan?' 'Braken', meent de Groninger akkerbouwer, lost niets op. 'In Nederland produceren we maar een procent van de Europese graanopbrengst. ' Daarom zou een verplichte braaklegregeling in heel West-Europa volgens Schillhorn meer zoden aan de dijk zetten. Daarnaast pleit hij ervoor om het braakliggende land, dat anders dan de term doet vermoeden, wordt ingezaaid met gras, te gebruiken voor extensieve beweiding. 'Het gaat ook om de stoffering van het landschap. Als je er paarden, schapen of koeien op laat grazen, is het nog altijd beter dan wanneer het land er maar bijligt.'

Wel zou de extensieve beweiding meer moeten opleveren dan 700 gulden per hectare, anders loont het volgens Schillhorn nauwelijks de moeite.

Een andere bestemming van land dat in de braaklegregeling terechtkomt, zou volgens Schillhorn de verbouw van karwei- of koolzaad kunnen zijn. Deze zogeheten braaklegplus-regeling kort boeren overigens voor 40 procent op hun premie van 1853 gulden.

Beukema's recente plan voor de aanleg van kunstmatige meren die Duitse waterrecreanten zouden moeten trekken noemt Schillhorn positief. 'Het is misschien wel de enige manier om het gebied leefbaar te houden', zegt hij. Akkerbouwer T. J. Tijdens uit Nieuw Beerta bezit evenveel land als Schillhorn, maar heeft 45 hectare daarvan aangemeld voor de braaklegregeling. 'Als ik het niet zou doen, zou ik een dief van mijn eigen portemonnaie worden', zegt de Groninger boer. Hij doet het met pijn in zijn hart: 'Je zet je bedrijf toch voor een gedeelte stil.' Tijdens is de zevende generatie die boert op de Dollardklei. Dat maakt het des te moeilijker het bijltje erbij neer te gooien, zegt hij. 'Maar in de twintig jaar dat ik hier boer, is het perspectief nog nooit zo slecht geweest. Dat betekent dat we de bakens moeten verzetten.' Alternatieve gewassen als witlof, wortelen of hennep gedijen niet op de zware Groningse klei. Het kweken van populieren voor de houtproduktie is evenmin aanlokkelijk; de provincie wil het open karakter van het landschap niet aantasten. Tijdens ziet daarom wel heil in de plannen van Beukema.

Minder enthousiast daarover is J. Dijkhuis uit

jham. Vorig jaar werd hij het eerste slachtoffer van de braaklegregeling. Na dertig jaar werken op een boerderji kwam hij op straat te staan, omdat zijn werkgever de helft van zijn 220 hectare akkerbouwgrond braaklegde. 'Dat plan van Beukema is weinig zinvol. Ik denk niet dat de werkgelegenheid toeneemt als hier al die meren komen.' Dijkhuis, actief in de Voedingsbond FNV en lid van de Gewestelijke Raad van het Landbouwschap in Groningen, hekelt vooral de afwikkeling van de ontslagprocedures. Werknemers tussen de 25 en 55 jaar kunnen weliswaar rekenen op een uitkering uit het Ontwikkelings Saneringsfonds voor uittredende landbouwers 22.000 tot 44.000 gulden maar volgens Dijkhuis is de belasting op het bedrag veel te hoog. 'Vijfendertig procent gaat naar de fiscus. Ik heb nu een WW-uitkering, waardoor ik al 500 gulden in de maand inlever. Jongeren kunnen nog omscholen, maar ik ben 53 en op die leeftijd begin je niet zo snel meer aan iets anders.' Hij pleit daarom voor een betere regeling voor ontslagen werknemers tussen de 45 en 50 jaar. Omdat een werkgever vijf jaar lang de periode dat zijn land braak moet liggen geld beurt, zou de ontslagen werknemer diezelfde periode in elk geval 90 procent van zijn laatst verdiende loon moeten krijgen, vindt Dijkhuis. 'Wie het betaalt, zal me een zorg zijn.'

    • Karin de Mik