WVC zoekt verblijfplaats voor asielzoekers in VVV-gids; Eenmanege als onderdak

De 29-jarige Sala uit Mauretanie lacht zijn tanden bloot en slaat zich op de knieen van de pret. Hij had zich al een paar dagen afgevraagd wat al die paarden toch bij zijn opvangadres deden, maar nu snapt hij het: hij is ondergebracht in een school waar Nederlanders leren paardrijden. Een manege.

De Mauretanier hangt over de hoge afrastering van de buitenmanege, waar zes pony's routineus hun rondjes draaien. De kinderen die op de pony's zitten, doen verwoede pogingen rechtop te blijven. 'Volgens mij bestaat dit bij ons niet eens. Ik heb het nog nooit gezien', zegt hij. 'Moeten die kinderen daar trouwens voor betalen?' Sala behoorde, volgens het ministerie van WVC, tot een groep van zeshonderd asielzoekers die dakloos door Nederland zwierven. 'Zij meldden zich om de zoveel tijd bij de politie, en verder hingen ze op straat rond', vertelt woordvoerster A. Verlind. 'Dat kon natuurlijk niet zo blijven.' Omdat de opvangcentra in Nederland al lange tijd overvol zijn en de stroom van asielaanvragers alleen maar toe lijkt te nemen, moest er volgens haar 'creatief' en vooral pragmatisch worden opgetreden. Het toeristenseizoen was voorbij, dus alle lege bedden in pensions en hotels konden uitstekend dienen als opvang voor de asielzoekers.

Een speciaal telefoonteam van het ministerie ging, met ANWB- en VVV-gidsjes onder handbereik, aan de slag om hoteliers en pensionhouders door het hele land te benaderen. 'Op zich niets nieuws. We hebben dat in vorige jaren ook al gedaan. Alleen doen we het nu op veel grotere schaal.' De zeshonderd dakloze buitenlanders werden door het hele land verspreid. Zo'n veertig kwamen in manege-motel Lisiduna in het Zeeuwse Burgh-Haamstede aan. Eind vorige week druppelden de laatsten binnen. Eigenaar K. Kraaijeveld bevestigt het relaas van WVC. 'Het moest allemaal heel snel worden geregeld. Ze belden, noemden een prijs, vroegen of mijn bedrijf voldeed aan de eisen van brandveiligheid en een paar uur later stonden de eerste asielzoekers op de stoep.' Het ministerie betaalt hem per dag per persoon. 'Eigenlijk is het gunstiger om een vast contract met WVC te hebben, dan betalen ze per periode. Maar ik krijg binnenkort mijn eigen gasten weer, dus kan ik niet te lang gebonden zijn aan de asielzoekers.'

Exacte bedragen wil Kraaijeveld niet noemen, maar de prijs van het ministerie haalt het volgens hem bij lange na niet bij het bedrag dat hij zelf aan reguliere gasten vraagt. 'Toch is het voor mij aardig meegenomen. Mijn bedrijf is een jaar oud. Als je dan in het naseizoen helemaal vol zit, is dat lekker meegenomen.'

Hij heeft overigens nog geen cent van het ministerie gezien. 'Tot nu toe heb ik alles voorgeschoten. Iedereen krijgt twintig gulden zakgeld per week, sommigen moeten naar de dokter en er moet eten worden ingekocht.' De eigenaar van de manege speelt zelf voor kok. Dit keer staat er rijst met hachee op het menu. Terwijl hij behoedzaam in een grote pan met rundvlees roert, bekent hij van rijst koken weinig verstand te hebben. 'In het begin had ik geen idee hoeveel water ik er nou bij moest doen. Maar je leert snel.' Buiten in de septemberzon wacht een dertigjarige Ghanees tot het middageten klaar is. Hij verblijft nog maar een paar dagen in Lisiduna, maar heeft al een vast dagritme. 'Ik slaap, eet, ga naar de winkel in het dorp en wandel soms in de omgeving.' Bezoekers van de manege hebben hem uitgelegd dat Burgh-Haamstede, het plaatsje waar hij tijdelijk woont, in de zomer een van de drukste vakantiegebieden is van Nederland. Hij vindt het bos, het strand en de zee erg mooi. 'Vooral de zandbergen bij de zee.'

'Maar', zegt hij, 'het is jammer dat ik geen toerist ben. Dan zou het allemaal nog mooier zijn.'