Wereldbank bezorgd om geldstroom Zuid-Noord

DEN HAAG, 17 sept. De ontwikkelingslanden maken steeds grotere bedragen over aan de geindustrialiseerde landen. In 1989 bedroeg de kapitaalstroom uit de arme naar de rijke landen 42,9 miljard dollar, zo blijkt uit het jaarverslag van de Wereldbank, dat vandaag is gepubliceerd.

Sinds 1984 is sprake van een steeds grotere negatieve kapitaalstroom. De oorzaak hiervan is de stagnatie in de ontwikkelingshulp, opdroging van de particuliere bankkredieten sinds het uitbreken van de schuldencrisis in 1982 en de vermindering van buitenlandse investeringen in Afrika en Latijns-Amerika.

De totale langlopende schuld van ontwikkelingslanden bleef in 1989 constant (988 miljard dollar), maar de samenstelling verschoof opnieuw verder van particuliere naar officiele krediteuren. Eind 1989 stond 48 procent van de langlopende schulden van ontwikkelingslanden uit bij westerse overheden en internationale organisaties, vergeleken met 38 procent in 1982 toen de schuldencrisis uitbrak.

De Wereldbank heeft haar positie als de belangrijkste financier van ontwikkelingsprojecten in de afgelopen verslagperiode versterkt. De trend van de afgelopen jaren waarbij de Wereldbank netto een steeds kleiner bedrag overmaakte aan ontwikkelingslanden en zelfs een netto-ontvanger van geld dreigde te worden is van richting veranderd. Het jaarverslag van de Wereldbank heeft betrekking op de periode 1 juli 1989 - 30 juni 1990. In deze periode maakte de Wereldbank netto 2,4 miljard dollar over aan landen in de Derde wereld en Oost-Europa, vergeleken met slechts 200 miljoen dollar in het begrotingsjaar 1989. Deze nettobedragen betreffen nieuwe leningen verminderd met aflossingen en rentebetalingen.

Onder Barber Conable, die in juli 1986 president van de bank werd, is de nadruk van de Wereldbank geleidelijk verschoven van steun voor economische aanpassingsprogramma's naar armoedebestrijding en milieuzorg. In het afgelopen begrotingsjaar bestemde de Wereldbank 19 procent (4 miljard dollar) van haarleningen voor structurele aanpassingsprogramma's, vergeleken met 30 procent in het begrotingsjaar 1989. 'De hoofdopdracht van de Wereldbank is sinds haar oprichting altijd geweest om armoede te verminderen en groei te versterken. In de afgelopen jaren heeft de bank getracht zich meer te richten op armoedevermindering. Dit is de essentie van economische ontwikkeling', aldus het jaarverslag. Elders in het verslag staat dat armoedevermindering en bescherming van het milieu de kern van de opdracht van de Wereldbank zijn.

De komende jaren zal de Wereldbank zich concentreren op de combinatie van armoedevermindering en maatregelen ter versterking van de markteconomie. Dit is een synthese van de twee sporen die de Wereldbank de afgelopen twintig jaar heeft gevolgd: de nadruk op armoedebestrijding in de jaren zeventig en op structurele hervormingen in de jaren tachtig.

In het begin van de jaren tachtig werden ontwikkelingslanden gedwongen tot ingrijpende economische hervormingen. De schuldencrisis in Latijns-Amerika en de voortdurende verpaupering van Afrika maakten aanpassingen onvermijdelijk. De Wereldbank beklemtoont dat armoedebestrijding slechts succesvol kan zijn als sprake is van economische groei en dat deze slechts bereikt kan worden door een marktgericht macro-economisch beleid. Daarbij zouden ontwikkelingslanden veel minder geld aan militaire uitgaven moeten besteden. De militaire uitgaven zijn sinds 1960 meer dan twee keer zo snel toegenomen als het inkomen per hoofd van de bevolking.

Uit evaluaties is gebleken, aldus de Wereldbank, dat de aanpassingsprogramma's 'gematigd succesvol' zijn geweest en dat landen die een aanpassingsprogramma hebben uitgevoerd gemiddeld een beter economisch resultaat hebben geboekt dan landen die dit niet hebben gedaan.

Mede onder invloed van kritiek door milieu-organisaties besteedt de Wereldbank nu grotere aandacht aan de milieu-effecten van projecten die door de bank gefinancierd worden. Alle nieuwe projecten worden sinds dit jaar op hun ecologische gevolgen getoetst. Het percentage projecten dat specifieke milieu-elementen bevat, is opgelopen van 38 procent in 1989 tot 48 procent in 1990. De Wereldbank is bezig een apart fonds voor de financiering van milieuprojecten op te zetten.

Voor het eerst in jaren was in Afrika ten zuiden van de Sahara in 1989 sprake van een positieve economische groei per hoofd van de bevolking. Ondanks de onheilspellende bevolkingsgroei eindelijk ook een aandachtspunt van de Wereldbank was sprake van een lichte verbetering. In Latijns-Amerika, nog altijd geplaagd door de naweeen van de schuldencrisis, nam de groei per hoofd van de bevolking voor het tweede achtereenvolgende jaar af. De groei in de Oost- en Zuid-Aziatische ontwikkelingslanden daalde in vergelijking met de uitzonderlijke groei in 1988, maar was per hoofd van de bevolking nog altijd aanzienlijk.

De nettokredietverlening van de Wereldbank nam in het afgelopen begrotingsjaar toe vergeleken met begrotingsjaar 1989. Dit kwam vooral doordat omvangrijke leningen werden verstrekt aan enkele Oosteuropese landen (781 miljoen dollar voor Polen en 366 miljoen dollar voor Hongarije) en voor steun aan programma's voor schuldvermindering (1,26 miljard dollar voor Mexico). In het afgelopen begrotingsjaar zegde de Wereldbank in totaal 20,7 miljard dollar aan leningen toe en werd 17,6 miljard dollar feitelijk uitgeleend. Hier stonden aflossingen van oude leningen tegenover zodat nett 9,6 miljard dollar werd uitgeleend. Verminderd met ontvangen rentebetalingen bedroeg de nettostroom van de Wereldbank naar ontwikkelingslanden 2,4 miljard dollar. Evenals de zusterorganisatie IMF heeft de Wereldbank te maken met landen die hun leningen niet terugbetalen. Na aflossing van achterstallige betalingen door Guyana en Honduras nam het aantal wanbetalers af tot zeven: Liberia, Nicaragua, Panama, Peru, Sierra Leone, Syrie en Zambia. Hun totale betalingsachterstand bedroeg 1,8 miljard dollar. Kort geleden is Guatemala aan de groep wanbetalers toegevoegd. Deze landen zijn uitgesloten van nieuwe kredietverlening door de Wereldbank.

De Wereldbankgroep bestaat uit vier afdelingen. De Internationale bank voor wederopbouw en ontwikkeling (IBRD, de officiele naam van de Wereldbank) verstrekt leningen op commerciele voorwaarden; de Internationale Ontwikkelingsorganisatie IDA verstrekt concessionele hulp aan landen met een jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking van maximaal 580 dollar. Daarnaast verstrekt de Internationale financieringsmaatschappij (IFC) kredieten aan particuliere ondernemingen in ontwikkelingslanden en verzekert het Multilaterale investeringsagentschap (MIGA) buitenlandse investeerders in ontwikkelingslanden tegen politieke risico's.

Het afgelopen jaar bracht Angola het aantal aangesloten lidstaten op 152 landen. Bulgarije, Tsjechoslowakije, Namibie, Zwitserland en Mongolie hebben een aanvraag voor het lidmaatschap ingediend.

In het begrotingsjaar 1990 maakte de Wereldbank een nettowinst van 1,046 miljard dollar vergeleken met 1,094 miljard in het voorafgaande jaar.