VOOR ANC IS KOORDDANS BEGONNEN

De beelden zijn overbekend: president De Klerk en Nelson Mandela die elkaar glimlachend de hand schudden; leden van de Zuidafrikaanse apartheidsregering en leiders van een voormalige 'terroristische' organisatie, broederlijk naast elkaar op de foto, vriendelijk luisterend naar elkaars verklaringen aan de pers. Zuid-Afrika verandert per dag en het is ironisch vast te stellen dat Pretoria nu het meeste baat heeft bij een sterk en zelfverzekerd ANC. Bij de eerste officiele ontmoeting tussen regering en ANC, in mei van dit jaar, was het al meteen raak. Beide partijen roemden na afloop van de besprekingen de uitstekende verstandhouding die was ontstaan. De sfeer was ronduit amicaal te noemen. Leden van de gevreesde veiligheidspolitie die de ANC-delegatie hadden te beschermen(!), waren met de voormalige vijanden op een jij-en-jou-basis geraakt. Een journalist noteerde verbijsterd dat ANC-topman Mbeki met het hoofd van de politie, generaal Smit, grappen stond te maken, vergezeld van jongensachtige porren in de zij.

Het verbaast dan niet meer te vernemen dat nog diezelfde maand in Lusaka een ontmoeting plaatshad tussen een vijftigtal leden van de mililtaire vleugel van het ANC en een kleine dertig leden of ex-leden van het leger van Zuid-Afrika en van de legers van de 'onafhankelijke' thuislanden, met het doel kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken. Op een foto zien we drie werelden verenigd. In het midden zit generaal Wally Black, voormalig chef operatien van het Zuidafrikaanse leger, met links Chris Hani, communistisch voorman en commandant van het guerrillaleger van het ANC en rechts kolonel Ramashwana, hoofd van het leger van het thuisland Venda. Volgens een verslag werden er harde noten gekraakt, maar wie had een half jaar eerder van een dergelijke conferentie zelfs kunnen dromen? (Die Suid-Afrikaan, augustus/ september 1990)Sommige ontmoetingen kennen een hoogst persoonlijke dramatiek. In april 1988 raakte de blanke ANC-voorman Albie Sachs, een joodse advocaat die in Mozambique woonde, ernstig gewond als gevolg van de explosie van een bom die de Zuidafrikaanse geheime dienst in zijn auto had geplaatst. In Business Day verscheen van Ken Owen een venijnig redactioneel commentaar onder de kop: Live by the Sword, Die by the Sword. Vorig jaar december was Owen in Parijs, waar hij Sachs warm de hand schudde, diens linkerhand weliswaar want zijn rechter verloor hij bij de aanslag.

Ik ontmoette tijdens mijn bezoek vrij veel Zuidafrikanen uit allerlei groepen, doorgaans prettige, openhartige en intelligente personen, en verbaasde mij over hun vermogen het verleden te kunnen laten rusten en zich met de toekomst bezig te houden. Op welke noemer vinden al deze mensen elkaar? Is er dan toch zoiets als 'common South Africanness', zoals sommige waarnemers menen? De zwarte journaliste Mathiane, nooit bang voor een stoutmoedige uitspraak, gaat zelfs zover te stellen dat 'blacks and boers' elkaar uiteindelijk beter aanvoelen en begrijpen dan zwarten en 'English liberals'. (Nomavenda Mathiane, Beyound the headlines: Truths of Soweto life, 1990). Hoe het zij, voor mij als buitenstaander bleef het een bijna surrealistisch schouwspel: Nelson Mandela op het tv-scherm zijn zwarte volgelingen te horen vermanen, met naast hem de minister van wet en orde, Adriaan Vlok, een havik uit het Pretoriaanse nest, vriendelijk instemmend knikkend om daarna Mandela's boodschap in eigen woorden te herhalen. Als ik als buitenlander mij ongemakkelijk voel bij zo'n vertoning, hoe moet het dan de Zuidafrikanen te moede zijn?

Fuik

Veel Zuidafrikanen zijn kennelijk niet gesticht en laten dat duidelijk blijken. In Pretoria zag ik verkiezingsaffiches van de Conservatieve Partij: NP loves ANC. Lees: de Nationale Partij pleegt landverraad. Anderzijds komen uit zwarte woongebieden berichten dat radicale jongeren, naar Roemeens voorbeeld, het hoofd van Mandela uit hun ANC-shirt hebben geknipt. Van beide zijden klinkt in de beide talen van het land dezelfde kreet: Uitverkoop/ Sell out.

Het ANC is het meest kwetsbaar. De regering en de Nationale Partij hebben weliswaar een bijzonder scherpe politieke draai gemaakt, maar ze blijven vooralsnog wat ze waren: de regering van Zuid-Afrika en de sterkste blanke politieke partij. Het ANC daarentegen is van de ene op de andere dag van karakter veranderd. In plaats van een ondergrondse revolutionaire beweging die met alle middelen het bewind bestrijdt, is het thans een legale politieke groepering die met de regering aan tafel zit. Nota bene: als enige groepering door de blanke machthebbers als gesprekspartner uitgenodigd.

Deze radicale statusverandering van het ANC ging gepaard met een opmerkelijke gedaanteverandering. De voormalige 'terroristen', uit de gevangenis gehaald of van verbanning teruggekeerd, verschijnen voor het verbaasde publiek als diplomaten. Ze treden beleefd op, spreken een gekuiste taal, steken goed in het pak en verplaatsen zich in dure automobielen, zo nodig met politie-escorte. Het is alsof de regering nu al rekening houdt met wat de ANC-leiders zeggen te ambieren: Leiders te worden van het toekomstige Zuid-Afrika.

Dit alles heeft echter een prijs. Om te beginnen eiste Pretoria dat de gewapende strijd formeel zou worden beeindigd en ze kreeg op 6 augustus, in de tweede ronde van de onderhandelingen met het ANC, haar zin. Temidden van de juichende commentaren stelde The Daily Mail, wat minder naief dan de rest van de media, in een kop over heel de voorpagina een vraag die vele zwarten gesteld zullen hebben: 'Why did the ANC give so much away?'Het antwoord kwam op 10 augustus in de vorm van een open brief aan het Zuidafrikaanse publiek waarin het ANC meedeelde inderdaad de voorkeur te geven aan een vreedzame regeling van de politieke problemen, maar tevens ontkende dat het voor Pretoria had gecapituleerd: de gewapende strijd was opgeschort, niet afgelast; de militaire arm van het ANC was niet ontbonden; het recht op zelfverdediging was niet opgegeven.

Dat deze verklaring grote verontwaardiging wekte in het conservatieve kamp, ligt voor de hand. Toch dient men oog te hebben voor het dilemma waarin de bevrijdingsbeweging momenteel verkeert. Hoewel toegelaten tot de onderhandelingstafel, heeft zij nog weinig substantieels bereikt. Ontbinding van de militaire afdeling en inlevering van de wapenvoorraden zouden het ANC beroven van elk krachtig pressiemiddel. Om het paradoxaal te stellen: om als gesprekspartner serieus te worden genomen, dient het ANC meer te kunnen doen dan spreken.

Misschien liggen de zaken eenvoudiger. De militairen in het ANC hebben hun eigen machtspositie en belangen, en zijn daarom niet van plan op dit moment het spel mee te spelen. Ze vinden hun spiegelbeeld in leger en politie van het blanke bewind; ook daar houdt men, letterlijk, het kruit droog.

Inkatha

In de loop van augustus ging voor het ANC een tweede fuik open. De regering begon steeds meer druk uit te oefenen om de ANC-leiders ertoe te brengen mee te helpen aan de beeindiging van het massale geweld in de zwarte woongebieden. Daar het geweld vooral plaatshad tussen aanhangers en tegenstanders van de Inkatha-beweging, werd Mandela dringend uitgenodigd in overleg te treden met Inkatha-chief Buthelezi. Een belangrijk deel van de media viel de regering hierin bij.

Volgens het officiele ANC-standpunt echter wordt het geweld eenzijdig door Inkatha uitgelokt en ligt het daarom op de weg van de regering om de Inkatha-leiding tot de orde te roepen. Het is echter zonneklaar dat Buthelezi zich niets van Pretoria wenst aan te trekken en in de golf van geweld een bruikbaar middel ziet om het ANC te dwingen tot overleg en daarmee tot erkenning van zijn positie.

Zo werd voor het ANC een levensgroot dilemma zichtbaar. Het had zich vastgebeten in een anti-Inkatha-strategie, mede om de eigen bevoorrechte positie aan de onderhandelingstafel te beschermen, en het kon zich zonder gezichtsverlies tegenover de zeer militante achterban niet veroorloven van die strategie af te wijken. Anderzijds gaf het ANC daarmee de indruk wegens harde politieke belangen ongevoelig te zijn voor het voortgaand geweld tussen zwarte bevolkingsgroepen. Kort samengevat: hetzelfde enge ANC-belang dat erkenning van Inkatha verbood, verhinderde een gebaar dat het ANC boven de partijen zou hebben uitgetild.

Pas toen De Klerk zekerheid had dat de strijdende partijen er op eigen kracht niet uitkwamen, zette hij het leger in en onderdrukte het ergste geweld. Ironisch genoeg werd hij om die stap gekritiseerd door de ongetwijfeld opgeluchte ANC-top. Een moeilijke keuze was immers voor het ogenblik vervallen. Men zal op den duur echter aan moeilijke keuzes niet ontkomen.

Dubbelzinnigheid

De Zuidafrikaanse historica Shula Marks publiceerde enkele jaren geleden een kleine bundel studies onder de intrigerende titel: The ambiguities of dependence in South Africa. De volksleiders die in dit boek centraal staan, blijken stuk voor stuk de gevangenen te zijn geweest van hun maatschappelijke positie, ingeklemd tussen de macht van het blanke apartheidsbewind en de verwachtingen van hun zwarte volgelingen. Ze konden zich en hun zaak slechts redden door de onvermijdelijke dubbelzinnigheid van hun rol te onderkennen en te benutten, dat wil zeggen, door beurtelings op diverse niveaus te opereren. Ze droegen afwisselend verschillende maskers; ze bewogen zich als koorddansers.

Het laatste opstel in de bundel bevat een messcherp portret van Buthelezi. Meer nog dan de volksleiders die hem voorgingen, schrijft Marks, 'he walks a tightrope; indeed, he is a master of the art'.

Aan de ene kant wekte hij de sympathie van het blanke bewind door de gewapende strijd en de buitenlandse economische boycot af te keuren; anderzijds behield hij sympathie in zwarte kringen door de apartheid met kracht te verwerpen en te ijveren voor de legalisering van het ANC en de vrijlating van de politieke gevangenen, Mandela in de eerste plaats.

Inmiddels zijn de bordjes verhangen. Het ANC is herrezen, zoals Buthelezi bepleitte, maar het heeft hem verdrongen van de prominente plaats die hij voor zichzelf in het beslissende politieke proces had ingeruimd. Vandaar de keiharde machtsstrijd die thans is losgebarsten, een strijd die zich niet afspeelt tussen blank en zwart, maar tussen de belangrijkste zwarte groepen.

Het probleem van de ANC-leiders Mandela in de eerste plaats bestaat hierin dat zij door hun aanwijzing als de voornaamste onderhandelingspartners van de regering in dezelfde dubbelzinnige positie zijn gekomen als die welke Buthelezi en de leiders van de thuislanden al veel langer innemen: hoewel anti-Pretoria, praten zij met Pretoria, en pratend met Pretoria legitimeren zij onbedoeld het bewind dat zij bestrijden. Er is geen andere weg.

Het behoort tot de ironie van de geschiedenis dat alleen vergaande concessies van de zijde van de regering de geloofwaardigheid van het ANC in stand kunnen houden. Even ironisch is het vast te stellen dat de regering bij een onaangetaste geloofwaardigheid het allergrootste belang heeft: een sterk en zelfverzekerd ANC is het beste dat Pretoria zich kan wensen.

Dit is het tweede deel van een serie over Zuid-Afrika. De eerste aflevering verscheen 10 september op deze pagina.

    • J. A. A. van Doorn