Vakcentrale vreest voor mislukking herfstoverleg

APELDOORN, 17 sept. Voorzitter Stekelenburg van de vakcentrale FNV is pessimistisch over de uitkomst van het Najaarsoverleg op 2 oktober met kabinet en werkgevers over het sociaal-economisch beleid voor volgend jaar. Hij acht de kans klein dat op centraal niveau 'harde afspraken' kunnen worden gemaakt over aanpak van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en scholing in ruil voor loonmatiging.

De FNV-voorzitter zei dit zaterdag op een bijeenkomst van kaderleden van de Bouw- en Houtbond FNV in Apeldoorn. Hij verweet het kabinet een te afwachtende houding aan te nemen bij de oplossing van nijpende maatschappelijke problemen als werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en personeelstekorten in sommige branches.

Minister De Vries van sociale zaken liet de vakcentrale vrijdag weten van plan te zijn in het Najaarsoverleg een krachtige oproep aan werkgevers en werknemers te doen om een deel van de beschikbare loonruimte te reserveren voor scholing, werkervaringsprojecten en de aanpak van werkloosheid onder minderheden en van arbeidsongeschiktheid. Stekelenburg zei van deze oproep weinig heil van te verwachten zolang het kabinet geen concrete handreiking aan de sociale partners doet.

Het opmerking van De Vries, dat de koppeling van uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de inkomens in het bedrijfsleven onbetaalbaar wordt als de lonen in het bedrijfsleven volgend jaar gemiddeld meer dan drie procent stijgen, achtte de FNV-voorzitter misplaatst. Hij rekende voor dat zonder de door de FNV beoogde 'harde afspraken' op centraal niveau de loonstijging volgend jaar in de meeste sectoren ruim boven de drie procent zal uitkomen. Stekelenburg werd hierin bijgevallen door de in Apeldoorn aanwezige voorzitters van de FNV-bonden in industrie, bouw en transport.

De werkgeversorganisatie VNO noemt de mededelingen van minister De Vries geen positieve bijdrage aan een vruchtbaar klimaat voor het Najaarsoverleg. De VNO bespeurt 'centralistische tendenzen' in de opstelling van de bewindsman. De werkgeversorganisatie wil op centraal niveau wel afspraken maken over de aanpak van de arbeidsongeschiktheid, maar verschilt daarover inhoudelijk principieel van mening met de werknemers.