Uit met Tante Pos

De opening van het Holland Festival in het Amsterdamse Concertgebouw was eigenlijk alleen voor genodigden, maar kort voor de uitvoering kwamen nog een paar plaatsen van 60 gulden beschikbaar. Een buitenkansje, want op het programma stond een zelden opgevoerde Mozart-opera, met de beroemde Engelse dirigent John Eliot Gardiner.

Een prachtige kennismaking met koor en orkest van Gardiner, zeker na de Britse tegenvaller van vorig jaar. Toen kwamen Roger Norrington en pianist Melvyn Tan op authentieke instrumenten Schubert en Chopin spelen. Ik vond Schubert maar slordig en gehaast, en van Chopin's pianoconcert vond ik niets, want slechts een deel van de noten bereikte het publiek. Tans tinkelpiano was achterin de zaal niet te horen, misschien omdat de moderne concertzaal voor zo'n nagemaakt oud instrument te groot is. Dan liever geluisterd naar Christopher Hogwood of zoals bij dit laatste Holland Festival naar Gardiner.

Het was een mooie avond, ook op onze bescheiden plaatsen achter negenentwintig rijen genodigden van PTT-Telecom, hoofdsponsor van de avond. Alleen in de pauze kwam een pijnlijk moment. Beleefd groetten wij een hooggeplaatste invite van de PTT die vrolijk riep: 'We zien jullie straks toch wel bij het souper?' Wij konden niet anders dan eerlijk bekennen: 'Nee, wij hebben betaald'.

Je schaamt je rot, maar weet u een betere oplossing? Allemaal mogen wij betalen voor postzegels en telefoon, maar niet iedereen kan natuurlijk een genodigde zijn in het Concertgebouw. Zo gaat het ook met de PTT-telecompetitie in het topvoetbal: U en ik dragen via onze telefoonrekening ons steentje bij, maar ir. Dik moet selecteren met de invitaties voor de eretribune. De klant is koning, maar niet elke koning is genodigde.

Wat hier principieel verkeerd is, heeft de jurist prof. Dommering al verwoord in NRC Handelsblad van 14 juli. De Koninklijke PTT heeft een wettelijk monopolie voor haar belangrijkste taken. Zo'n exclusief recht is een belangrijke gift van de gemeenschap aan de monopolist en die mag daar geen misbruik van maken. Bij bedrijven die moeten concurreren speelt het probleem niet. Als daar op te grote voet wordt geleefd, straffen de concurrenten dat wel af. Maar waterschap, nutsbedrijf en PTT zijn voor de meeste taken beschermd tegen concurrentie en voelen dus niet de tucht van de markt. Daarom horen zulke monopolisten minder vrijheid te hebben bij tarieven en besteding van de winst dan 'gewone' bedrijven.

PTT is niet alleen een staatsmonopolie, maar moet bij andere taken (verkoop van apparatuur) commercieel overleven. Dus is er geld voor een 'corporate image', kiest ir. Dik een woordgebruik dat verre van ambtelijk is en gaan grote bedragen naar sponsoring. Maar waarom niet gewoon het telefoontarief iets meer verlaagd? Minder leuk voor de genodigden en hun gastheer, maar misschien nog veel beter voor het 'corporate image'. In ieder geval efficienter voor de Nederlandse economie.

Sponsoring van kunst en sport door staatsmonopolies is ook verkeerd om een principiele bestuurskundige reden. Wij hebben een parlement dat vaststelt hoeveel geld van de gemeenschap beschikbaar is voor kunst en sport. Dat budgetrecht stelt niet veel meer voor als daarna staatsmonopolies extra geld kunnen geven. Stel je voor: de minister staat onder druk van de Kamer om te bezuinigen op het Holland Festival en vraagt heel discreet of PTT misschien kan helpen. Geen probleem voor ir. Dik die toch 1,4 miljard winst maakt bij de huidige telefoontarieven.

Daarom is het zuiver wanneer staatsmonopolies zich geheel onthouden van giften en sponsoring. Als PTT wil sponsoren, laat dan eerst transparant worden dat de giften komen uit winst die bevochten is op concurrenten op de markt, niet uit winst die direkt voortvloeit uit het wettelijk alleenrecht op post en telefoonnet.

Niet alle genodigden van PTT hoefden te weten dat wij maar betalende bezoekers waren. Daarom bracht ik de rest van de pauze door op de stille gang van het Concertgebouw, het hoofd verborgen in de vele folders van komende concerten. Meer dan twintig gratis brochures, maar niet een van het huisorkest. Wel een luxe nummer van 'Preludium', uitgave van de Vrienden van Concertgebouw en Koninklijk Concertgebouworkest. 132 pagina's glansdruk, maar geen informatie over de abonnementsseries van het Concertgebouworkest. Gebeld met het Concertgebouworkest. Hoe krijg ik kaarten voor de prestigieuze serie op donderdagavond? Wat kost een abonnement? 'De serie is uitverkocht, en de huidige abonnementhouders hebben voorrang voor het volgende seizoen. Losse plaatsen moet u een of twee maanden van te voren reserveren. Kans op toewijzing is nihil.' Nu wordt duidelijk waarom er geen folder ligt van het Concertgebouworkest, en waarom de serie van donderdagavond ook niet voorkomt in de Amsterdamse Uitkrant. De insiders verlengen ieder jaar hun abonnement, en de boeren en buitenlui mogen een keer per jaar in de RAI of in de open lucht komen kijken naar het Koninklijk Orkest. Daarin wijkt het Koninklijk Orkest af van alle andere grote gezelschappen in Nederland. Bij Opera, Nationaal Ballet, Danstheater en de andere orkesten zijn de spelregels zodanig dat iedereen kans heeft op een abonnement. Bewust heeft met name de Opera de prijzen verhoogd, zodat het publiek niet beperkt blijft tot een Amsterdamse incrowd, maar liefhebbers uit binnen- en buitenland kans hebben op een plaats. En als men conservatoriumstudenten met weinig geld niet wil uitsluiten, verkoop dan zoals bij voorbeeld in Wenen staanplaatsen op de dag van de voorstelling. Maar geef wel alle belastingbetalers een gelijke kans om een plaats te kopen.

Alle gesubsidieerde kunstgezelschappen in Nederland houden zich daaraan, behalve het Koninklijk Orkest. Daar zijn de abonnementen jaar in jaar uit gereserveerd voor de insiders. De Nederlandse belastingbetaler subsidieert dit besloten schandaal met meer dan duizend gulden per abonnement. Onrechtvaardig, en bovendien slecht voor de internationale standing van Amsterdam vorige week klaagde de muziekrecensent van de Financial Times nog dat het Koninklijk Concertgebouworkest makkelijker in Londen is te horen dan in Amsterdam.

Gelukkig heeft Nederland sinds vorig jaar weer een sociaal-democratische minister van cultuur. Wie zou het verbazen wanneer zij zou ingrijpen en het Koninklijk Orkest voor een keuze zou stellen. Of knus verder spelen voor de bestuursleden, hun vrienden en kennissen, en de erfgenamen van de abonnementhouders, maar dan alleen twee ton subsidie voor het openbare concert in de RAI en het optreden bij de Uitmarkt in september: geen belastinggeld voor besloten clubs. Of een even hoge subsidie als het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar dan ook een open verkoop van de abonnementen.

    • E. J. Bomhoff