Trampoline

DE NEDERLANDSE minister Hirsch Ballin heeft met zijn Arubaanse collega van justitie Croes afgesproken in een samenwerkinsorgaan met vereende krachten de cocainehandel te lijf te gaan. Daar is veel voor te zeggen. Het vlak voor de kust van Colombia en Venezuela gelegen tropisch deel van ons koninkrijk oefent de laatste jaren een verontrustende aantrekkingskracht uit op drugshandelaren die nu in Latijns Amerika de 'War on drugs' in volle hevigheid is losgebarsten op zoek zijn naar nieuwe doorvoerhavens. De Antillen en Aruba zijn een trampoline voor de cocainehandel naar Nederland en Europa geworden, zo blijkt uit de gestaag toenemende hoeveelheid drugs die daar en hier in beslag wordt genomen.

In onze voormalige koninkrijkspartner in de regio, Suriname, is de corrumperende werking van de cocainehandel de laatste jaren steeds nadrukkelijker gebleken. Douaniers, politiemensen en vooral militairen doen goede zaken in de drugshandel. Integere agenten staan in de rij voor onder meer het Nederlandse consulaat om het zinkend schip zo snel mogelijk te verlaten. De betrokkenheid van Surinaamse militairen en met name de veronderstelde banden van legerleider Bouterse met de cocainemafia noopt Nederland de boot van de justitiele samenwerking met Suriname af te blijven houden. Het verdrag dat de uitwisseling van gerechtelijke stukken regelt is kort na de decembermoorden in 1982 door Nederland opgeschort.

De consequenties van de vrijwel volledige afwezigheid van gerechtelijke samenwerking is het afgelopen jaar vooral de Surinaamse Justitie lelijk opgebroken. Verdachten waarvan na vondsten van cocaine in Nederland was gebleken dat ze betrokken waren bij drugshandel moesten worden vrijgelaten omdat Suriname geen bewijsmateriaal uit Nederland ontvangt. Nederland is bang dat dossiers die worden overgedragen aan collega's in Suriname, uiteindelijk in handen kunnen komen van militairen die betrokken zijn bij de cocainehandel.

NIET ALLEEN over Bouterse maar ook over de Arubaanse minister van justitie Croes doen de laatste jaren hardnekkige geruchten de ronde dat hij contacten zou onderhouden met drugskartels. Ze zouden dateren uit zijn tijd als advocaat. In een nog lopend onderzoek van de Haagse politie is door belangrijke cocaine-verdachten opnieuw herhaaldelijk de naam van Croes genoemd. Volgens Hirsch Ballin is er geen reden tot ongerustheid. Het gaat om geruchten en daar is strafrechtelijk niets mee aan te vangen. Voor terughoudende contacten met Justitie op Aruba is volgens hem dan ook geen reden. Integendeel de samenwerking wordt geintensiveerd.

Een ieder dient voor onschuldig te worden gehouden tot het tegendeel langs wettelijke weg is bewezen. En de relatie met de Antillen is natuurlijk een bijzondere. Een en ander kan echter moeilijk betekenen dat de minister van justitie (en Antilliaanse zaken) geheel de ogen sluit voor de donkere wolk die boven de samenwerking hangt. De vergelijking met Suriname is niet geheel weg te poetsen. Over betrokkenheid van Bouterse is nooit hard bewijs op tafel gekomen. Toch waren er voldoende aanwijzingen te besluiten de herhaalde verzoeken van de Surinaamse politie om meer formele samenwerking te negeren. Wellicht wordt Croes in de recente telefoontaps volstrekt ten onrechte belasterd. Justitie kan op zijn minst een serieuze poging doen dit te achterhalen.