Soeharto laat populaire dissident Dharsono vrij

JAKARTA, 17 sept. De populairste van Indonesie's dissidenten, luitenant-generaal b.d. Hartono Rekso Dharsono, is gisteren na zes jaar op vrije voeten gesteld. Toen hij zondagmorgen om tien uur door de poorten van de Cipinang-gevangenis in Oost-Jakarta naar buiten kwam, werd hij opgewacht door zo'n duizend geestdriftige bewonderaars, een groep mede-dissidenten en enkele tientallen verslaggevers. 'Ton' Dharsono werd tot gisteren beschouwd als de belangrijkste politieke gevangene van president Soeharto. Hij werd in 1986 tot tien jaar veroordeeld wegens zijn betrokkenheid bij islamitische acties tegen de regering in 1984. Zijn gevangenisstraf werd in hoger beroep teruggebracht tot zeven jaar en is wegens goed gedrag nog eens met een jaar bekort.

Studenten van de Technische Hogeschool in Bandung, de woonplaats van Dharsono, hadden zich al op zaterdagavond voor de gevangenispoort verzameld. Het gerucht ging namelijk dat Dharsono kort na zonsopgang een paar uur eerder dan aangekondigd zou worden vrijgelaten om een al te uitbundige ontmoeting met wachtende sympathisanten en verslaggevers te voorkomen.

Thuis in Bandung vertelde Dharsono dat hij al om half drie 's ochtends door zijn cipiers was gewekt. Hij moest zich gereedmaken, want hij zou om zes uur vertrekken. Hij weigerde en stond erop om op het afgesproken tijdstip de gevangenis te verlaten.

Om tien uur precies gingen de poorten van 'Cipinang', de verblijfplaats van Indonesie's vooraanstaande politieke gevangenen, open. Voordat hij naar buiten liep, werd Dharsono omhelsd door medegevangene Mohammad Sanusi, een voormalige minister van industrie die twintig jaar uitzit wegens subversie. De studenten uit Bandung, gehuld in t-shirts met de beeltenis van Dharsono in generaalsuniform, zongen 'Onbevreesd voorwaarts' en 'Hallo-hallo Bandung', twee liederen die de strijdkreet waren van de islamitische studenten die in 1966 Soekarno ten val brachten. Dharsono werd begroet door vooraanstaande leden van de dissidente groep Petisi 50, onder wie ex-gouverneur van Jakarta Ali Sadikin en mensenrechten-activist H. J. C. 'Poncke' Princen. Hartono Rekso Dharsono werd geboren op 10 juni 1925 in Pekalongan, een stadje in het westen van het eiland Java. Hij studeerde aan de Technische Hogeschool van Bandoeng en vervolgens aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag (1954). Tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) was hij een van de commandanten van de roemruchte Siliwangi Divisie, een Westjavaans keurkorps. Hij wordt beschouwd als een van de architecten van Soeharto's Nieuwe Orde.

Van 1976 tot 1978 was hij secretaris-generaal van ASEAN, de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen. In 1978 kwam hij voor het eerst in aanvaring met het Soeharto-bewind. Tijdens een toespraak voor studenten zei hij toen dat de militaire leiders beter naar het volk moesten luisteren. Dharsono staat bekend als voorstander van een parlementaire democratie naar Westers model. Tot zijn arrestatie in 1984 was hij een van de meest uitgesproken critici van de regering.

Aanleiding tot zijn hechtenis was het beruchte Tanjung Priok-incident. Op 12 september 1984 kwam het in deze havenstad bij Jakarta tot een bloedig treffen tussen het leger en islamitische demonstranten. Die liepen te hoop tegen het voornemen van de regering-Soeharto om van de Pancasila-filosofie het 'Enige Leidende Beginsel' van de Indonesische staat te maken waaraan alle maatschappelijke organisaties, ook de islamitische, zich hadden te onderwerpen. Volgens legerwoordvoerders vielen in Tanjung Priok dertig doden, maar dissidente woordvoerders spraken van enkele honderden slachtoffers. Een aantal leden van de groep Petisi 50 eiste in een open brief dat een onafhankelijke onderzoekscommissie de ware toedracht zou achterhalen. Een van de ondertekenaars was luitenant-generaal Dharsono. Kort daarop nam hij deel aan een bijeenkomst van radicale moslimstudenten, waarvan er enkelen later een bomaanslag pleegden. Dharsono werd ervan beschuldigd tot subversieve activiteiten te hebben aangezet en werd opgepakt. Een van de bommenleggers verklaarde later dat de generaal geweigerd had mee te werken aan sabotage-acties. Na zijn vrijlating gisteren kondigde Dharsono aan de komende tijd geld te willen verdienen voor zijn familie, die het de laatste jaren moest doen met zijn militaire pension van 200 gulden per maand.

    • Dirk Vlasblom