Poolse adel meldt zich, zij het schuchter

WARSCHAU, 17 sept. Sommige aristocraten laten zich voorrijden in een Fiat Polski, maar de meesten komen noodgedwongen met de bus of de tram naar Polytechnische universiteit van Warschau. De Poolse adel is de afgelopen veertig jaar arm geworden, erg arm vaak, en verguisd door de propaganda van de communisten. Maar hun trots is niet gebroken, in hun harten leeft het verlangen naar eerherstel en een fikse materiele vergoeding voor het afgepakte eigendom.

Poolse edellieden en andere vroegere landeigenaren hebben zich daarom dit weekeinde verenigd om hun voormalige landhuizen en omliggende tuinen terug te vorderen. Een grote schare oude mannen en vrouwen, vergezeld door enkele jonge meisjes en kaarsrecht lopende jongemannen, verdringt zich voor de ingang van de zaal waar de 'Vereniging van voormalige Landeigenaren' haar eerste zitting houdt. De adellijke dames worden begroet met handkussen, sommige mensen omhelzen elkaar of wisselen op de gewelfde trappen hun vaak bittere ervaringen uit. De opkomst is veel groter dan verwacht en voor de tafels waar de vroegere landeigenaren zich moeten inschrijven staan lange rijen. 'Ma vie etait terrible', zegt een oude vrouw. 'Ik heb mijn landgoed verloren, alles werd weggenomen of gewoon afgebroken. Ik ben er nooit meer terug geweest'. De Volksrepubliek Polen heeft de adel hard aangepakt. In het kader van de landhervorming werden direct na de oorlog de landgoederen onteigend. De ex-eigenaren werden verplicht om ten minste dertig kilometer buiten het voormalige landgoed te wonen en hun kinderen werden van bepaalde studies uitgesloten. 'Ik heb me noodgedwongen in Warschau gevestigd', voegt de oude vrouw toe aan haar litanie van klachten over de communistische heersers. 'Verschrikkelijk. Ik moest als secretaresse werken in een elektriciteitsbedrijf.' Van de 20.000 historische gebouwen op voormalige landgoederen van de Poolse adel of 'eigenaren uit de bourgeoisie' zijn de meeste veranderd in een ruine. 'De burgemeester gaf mij onlangs de sleutels om een kijkje te nemen in mijn geboortehuis, ' zegt Ludwik Karnkowski, een van de oprichters van de vereniging. 'Er was geen deur meer om open te doen, er stonden alleen nog kale muren.'

Naar schatting 900 gebouwen zijn nog in relatief goede staat, meestal in gebruik als scholen of als gemeenschapshuizen voor de boeren en hun families die de grond van het voormalige landgoed bewerken. 'De communisten hebben de meeste gebouwen gewoon laten verrotten, ' zegt een man die zich een weg baant naar zijn zitplaats in de zaal die te klein blijkt te zijn voor het grote aantal vroegere landeigenaren. 'Als al deze mensen hun landgoederen terug willen hebben, komt Polen nog land tekort, ' zegt hij spottend. Een groot probleem voor de jonge vereniging is de vraag wie welke landgoederen bezat: het gevaar bestaat dat 'nep-eigenaren' opduiken. De leden van de vereniging moeten daarom een formulier invullen waarop ze aangeven wat hun bezittingen waren. Daarna krijgen ze een blauw stembriefje met het opschrift mandat. Stanislaw Zaluski, medeoprichter van de vereniging en zelf behorende tot de hoge Poolse aristocratie, wil een historisch instituut belasten met een speciaal onderzoek naar de landgoederen in de periode 1939-1956, de 'donkere bladzijden uit onze geschiedenis', zoals hij het zelf onder woorden brengt.

Voor veel van de vroegere landeigenaren is de bijeenkomst in de eerste plaats een reunie. 'Ik kende alleen mijn eigen familie, maar nu zie ik ook de andere geslachten nog eens, ' zegt een vrouw bij de ingang. Veel leden van de adellijke geslachten probeerden hun herkomst tijdens de jaren van het communisme te verbergen uit angst voor discriminatie. 'We werden als uitschot naar de rand van samenleving geduwd.'

De vroegere landeigenaren zijn in een goede stemming want de bijeenkomst is meer dan moreel eerherstel voor een groep die ooit een grote rol speelde in de Poolse geschiedenis. De niet-communistische regering in Warschau heeft onlangs laten weten dat de gebouwen op de vroegere landgoederen moeten worden teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren zodra deze hun eigendomsdocumenten kunnen tonen. De Poolse minister van justitie heeft vorige week gezegd dat de vroegere landeigenaren de gebouwen op het onteigende landgoed eventueel voor het symbolische bedrag van een zloty kunnen terugkopen.

Compensatie

Het land blijft echter in handen van de mensen die het bij de landhervorming hebben gekregen. 'Ik kan begrijpen dat de staat het land niet meer teruggeeft, maar we hebben wel recht op een fikse compensatie, ' zegt Dezydery Chlopowski, een prominent lid van de vereniging in een toespraak. Hij moet zijn toespraak regelmatig onderbreken omdat sommige ouderen opeengepakt in een hete zaal onwel raken door de hitte en de emoties. De meesten luisteren weer geboeid als Chlopowski een open brief voorleest van Mikolaj Radziwill, die behoort tot het beroemdste adellijke geslacht van het land. Radziwills voorouders waren met 150.000 hectaren een van de grootste landeigenaren van Polen, alleen overtroffen door het geslacht Zamoyski dat bijna 200.000 hectare bezat. Na het voorlezen van de brief staan alle leden van de vereniging spontaan op om in gebed de landeigenaren te herdenken die door de communisten zijn vermoord. De vereniging heeft alle steun van de katholieke kerk, ook ex-eigenares van veel gebouwen en land. Kardinaal Glemp heeft het bestuur al in juni ontvangen en toegezegd dat de vroegere landeigenaren volgend jaar mei een pelgrimstocht mogen houden naar de Zwarte Madonna in Czestochowa. De Poolse aristocraten beseffen dat de regering in Warschau geen geld heeft om de landeigenaren te compenseren. 'Wij willen de staat niet ruineren, ' zegt Zaluski, 'de regering kan ons ook compenseren in de vorm van aandelen die worden uitgegeven bij de komende privatisering. Niet allen Polen, ook Duitsland en de Sovjet-Unie moeten ons schadevergoeding betalen. Met de Duitsers en de Russen is de ellende begonnen.'

Het grootste probleem bij de plannen voor teruggave is echter de juridische status van de gebouwen en tuinen. In veel gevallen zijn de gebouwen al diverse keren van eigenaar verwisseld. Anna Branicka-Wolska wilde enkele gebouwen op het voormalige familiebezit Wilanow en Natolin in Warschau laten ombouwen tot een rusthuis voor teruggekeerde oude aristocraten. De huidige eigenaar, het Poolse staatsbedrijf Spolem dat een keten restaurants exploiteert, is van plan een paar gebouwen te verkopen aan een particulier bedrijf dat deze wil inrichten als hotel voor buitenlandse zakenlieden. Volgens de voorstellen van de regering is Branicka-Wolska echter de rechtmatige eigenares. Mevrouw Piasecka-Johnson, een Amerikaanse van Poolse afkomst die al eens een vergeefse poging deed de Lenin-werf in Gdansk te kopen, viste al eerder achter het net. Zij wilde het hotel Europejski in Warschau kopen van Orbis, het staatsagentschap voor toerisme. De verkoop ging niet door omdat een dame van het geslacht Czetwertynski met de eigendomspapieren verscheen. Het Congres van Poolse Amerikanen heeft zijn leden daarom aangeraden alleen land en gebouwen te kopen in het westen en noorden van Polen, gebieden die vroeger Duits waren: de koper wordt daar ten minste niet verrast door een Pool met oude documenten.