Ploegentijdrit Eindhoven nog steeds ter discussie

EINDHOVEN, 17 sept. Een ploegentijdrit is vooralsnog alleen interessant in etappewedstrijden. Dan kan de kopman in samenwerking met zijn ploeggenoten voor het klassement belangrijke tijdwinst boeken op zijn concurrenten. Vooral onder impuls van Peter Post werd dit onderdeel in het laatste decennium ontwikkeld tot een specialiteit, waarin strenge discipline van doorslaggevende betekenis bleek. Jarenlang waren teams onder zijn leiding dank zij de perfectionistische inslag vrijwel onverslaanbaar en dankte Joop Zoetemelk er voor een belangrijk deel in 1980 zijn enige Tour-overwinning aan.

De manier waarop de Post-trein zoals de ploeg vooral in de tijd van Knetemann, Raas en Oosterbosch respectvol werd genoemd reed, hoe en wanneer de renners elkaar aflosten, deed mysterieus aan. Het was alsof het team weken in training was geweest om Het Systeem onder de knie te krijgen. Boeiend waren de analyses van de renners na afloop, als zij volkomen uitgeput na zestig kilometer of meer met holle ogen in de hekken hingen. Concurrerende ploegleiders gingen de noodzaak van een geoliede tijdritmachine inzien, lieten hun renners oefenen op de aflossing of trokken specialisten aan. De collectieve race tegen de klok groeide met name in de Tour de France uit tot een belangrijk en zelfs spectaculair onderdeel.

Traditie

Het is de vraag of een ploegentijdrit buiten een klassementswedstrijd even interessant voor de wielrenners en spectaculair voor de toeschouwers kan worden. Vorig jaar werd deze specialiteit opgenomen in de wedstrijdcyclus om de wereldbeker een twaalftal klassieke eendagskoersen. De uitvinder van de wereldbeker-formule, de voorzitter van de internationale profsectie Hein Verbruggen, gaf de Grote Bevrijdingsprijs te Eindhoven een plaatsje in het circuit. Dat kwam hem op kritiek van met name Belgische organisatoren wier klassiekers niet werden gehonoreerd, te staan omdat zij meenden dat de Nederlandse wedstrijd op geen enkele traditie kon bogen. Anderzijds werd de waarde van een ploegentijdrit als onderdeel van deze cyclus in twijfel getrokken.

Na twee edities is de kritiek geenszins verstomd. Ondanks het wat naieve enthousiasme van het Eindhovense publiek, was de tweede Grote Bevrijdingsprijs allerminst spectaculair. Als schouwspel heeft een ploegentijdrit weinig te bieden als de teams van zes renners in bijna negentig kilometer slechts drie keer dezelfde plaats (inclusief start en finish) passeren. Voor de meeste renners heeft de wedstrijd evenmin veel waarde. Mede daarom lieten de besten van het profpeloton Fignon, Bugno, Mottet, Argentin, LeMond, Delgado, Bauer, Criquielion, Rominger, Chiappucci, Fondriest, Rooks en wereldkampioen Dhaenens (hij had last van een voetblessure, maar reed daags tevoren wel de prestigiueze en lucratieve Italiaanse koppeltijdrit de Trofeo Baracchi) verstek gaan.

Punten

In Eindhoven viel voor het individuele klassement om de wereldbeker geen punt te verdienen. Waarom zou leider Bugno cum suis zich dan uitsloven met aantrekkelijker wedstrijden als de Grote Prijs van de Amerika's in Canada, Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije in het vooruitzicht? Voor die paar punten die voor de FICP-computerranking konden worden verdiend, voor de waardering voor het ploegenklassement om de wereldbeker was de Bevrijdingsprijs nauwelijks interessant. Slechts de teams die bij de eerste vijf van het ploegenklassement stonden, toonden belangstelling en kwamen op oorlogssterkte. Zoals PDM, de ploeg van Eindhovenaar Jan Gisbers die koploper in de rangschikking is.

Het was niet verwonderlijk dat het gezelschap Breukink, Kelly, Jakobs, Raab, Ampler en Alcala de snelste tijd maakte. Het Spaanse team rondom Lejarreta werd enigszins verrassend tweede; hoewel het in de Tour de France en de Vuelta al eerder zijn kwaliteiten op dit onderdeel aantoonde. De ploeg van Raas werd slechts derde. Nijdam mocht van wedstrijdleider Jeremiasse evenals vorige week in de GP Merckx weer gebruik maken van de schijfwiel met drie ronde gaten, maar hij slaagde er niet in dit voordeel uit te buiten door Maassen, Vanderaerden, De Vries, Solleveld en De Vries op sleeptouw te nemen. Ontwerper Van Breemen van het omstreden wiel kon niet de voltallige ploeg van zijn vondst voorzien. Daarvoor ontbreekt het hem aan geld en materiaal en de sponsor van de ploeg-Raas vooralsnog aan interesse.

Rooks

Voor Post en zijn renners was er niet meer dan een tiende plaats weggelegd. Zonder Rooks (die volgens een interview in Nieuwe Revu uit is op een breuk met de ploeg), maar met Ekimov, Freuler, Ludwig, Talen, Peiper en Planckaert bleek het team toch te zwak en onfortuinlijk (lekke banden voor Freuler en Talen) voor met name het goed voorbereide zestal van Gisbers. Maar misschien mist Post tegenwoordig niet alleen het potentieel aan talent, maar ook nog het overwicht om zijn renners als vroeger de noodzakelijke discipline op te leggen.

Gisbers heeft dat overwicht door zijn sociale aard wel. In zijn tijd als amateurploegleider was hij al bezeten van dit onderdeel en loodste hij onder andere in 1978 het viertal Oosterbosch, Van Houwelingen, Van Est en Bierings naar de wereldtitel 100 kilometer ploegentijdrit.

Niet alleen door zijn bemoeienis met de Eindhovense wedstrijd, maar ook door zijn liefde voor de ploegentijdrit ziet Gisbers voor de Bevrijdingsprijs een toekomst weggelegd. 'Als je volgend jaar elke renner van de winnende ploeg 150 computer-punten geeft, zijn de grote renners wel aan zichzelf verplicht mee te rijden.'

Nu kregen de winnaars slechts een vierde, 37,5 per persoon. Gisbers gelooft in de ploegentijdrit: 'Het is het laatste pure onderdeel in de wielersport: geen tactiek, geen doorelkaar lopende belangen.'

    • Guus van Holland