Nog eens: de 'have nots'

DE MISLUKKING VAN de conferentie ter toetsing van het verdrag tegen de spreiding van kernwapens, afgelopen zaterdag, behoeft niet tot een verlammend pessimisme te leiden. De meerderheid van de 141 ondertekenaars van het twintig jaar oude verdrag laat zich leiden door goede bedoelingen, ook al staan lidstaten op sommige punten lijnrecht tegenover elkaar. Het moet mogelijk zijn in de komende vijf jaar eenstemmigheid te bereiken over een voortzetting van de verdragsmatige strijd ter voorkoming van een wereld waar een groeiend aantal landen elkaar met wapens ter massale vernietiging bedreigen.

Het conflict dat er toe bijdroeg dat de vijfjaarlijkse toetsing ditmaal geen officieel slotdocument opleverde, is zo oud als het verdrag zelf. Het is de strijd tussen de'have's en de 'have nots', tussen de atoommogendheden en de staten die niet over een dergelijke strijdmacht beschikken. De initiatiefnemers tot het verdrag waren de 'have's' Amerika, Sovjet-Unie en Groot-Brittannie. Zij verplichtten zich geen hulp te verlenen aan andere landen om atoomwapens te verwerven. De andere 138 ondertekenaars verbonden zich geen stappen te doen om die status te bereiken. Maar van het begin af werd uit de groep van ongebonden landen niet opgenomen in de militaire bondgenootschappen van Oost en West de eis gesteld dat de 'have's' op den duur van hun status als atoommogendheid afstand zouden doen.

In de jongste conferentie stond centraal een poging de 'have's' er toe te bewegen binnen een paar jaar te stoppen met het nemen van kernproeven. De Verenigde Staten weigerden een dergelijke verplichting op zich te nemen zij wilden niet verder gaan dan het bevorderen van 'stapsgewijze' onderhandelingen in de richting van dit doel. Het Amerikaanse argument luidt dat men nog volop in onderhandeling is met de Sovjet-Unie over wederzijdse reducties van de atoomstrijdkrachten en dat bovendien twee atoommogendheden, China en Frankrijk, tot dusver hebben geweigerd zich bij het verdrag aan te sluiten. Zolang niet alle 'have's' bereid zijn tot gelijkschakeling moeten de VS hun kernwapens kunnen moderniseren en daartoe dienen de proeven.

DE NIEUW geopperde plannen ter verdere beteugeling van de spreiding van kernwapens hebben geen officiele status gekregen. Dat stelt teleur. Maar het probleem is indringend genoeg om lidstaten er toe te bewegen zich desondanks aan de voorgenomen toespitsing van de leefregels op dit gebied te houden. Een aantal staten, niet de onbelangrijkste, heeft zich hierover publiekelijk uitgesproken, andere hebben aangekondigd dit te zullen doen. Over vijf jaar moet er over worden beslist of het verdrag wordt beeindigd of voor onbepaalde tijd voortgezet. Om dit laatste te bereiken zal bijzondere aandacht moeten worden geschonken aan de gevoelens en verlangens van de 'have nots', vooral van die staten uit deze groep waar het begrip meer dan een nucleaire betekenis heeft. Voor de gehele volkerengemeenschap is het de moeite waard.