Kosto verwerpt generaal pardon voor asielzoekers

AMSTERDAM, 17 sept. Staatssecretaris Kosto (justitie) is tegen een generaal pardon voor ongeveer 3.500 'gedoogde' asielzoekers. De bewindsman zei vanochtend dat een dergelijke maatregel zich niet verdraagt met het huidige asielbeleid van het kabinet, dat individuele behandeling van asielzoekers voorstaat.

Het gaat om vluchtelingen die voor januari 1988 naar Nederland zijn gekomen en van wie niet duidelijk is of ze mogen blijven of niet. De vereniging VluchtelingenWerk Nederland en de Raad van Kerken hadden de staatssecretaris gisteren tijdens een forumdiscussie in Amsterdam om een generaal pardon voor deze groep gevraagd.

Een pardon is volgens de organisaties wenselijk omdat de betreffende groep 'gedoogden' een snelle verwerking belemmert van andere asielaanvragen binnen de Regeling Opvang Asielzoekers. Deze categorie vluchtelingen legt daarnaast beslag op de schaarse huisvesting. Dit jaar worden in Nederland ruim 20.000 asielzoekers verwacht, volgend jaar 40.000. De groep gedoogden bestaat voor het grootste deel uit afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers die wegens de gespannen situatie in hun land van herkomst, zoals Ethiopie en Libanon, niet worden teruggestuurd. Voorzitter J. N. Scholten van VluchtelingenWerk vindt het 'onmenselijk dat sommigen zo lang in onzekerheid worden gelaten'.

Hij haalde het voorbeeld aan van een 'recordhouder' die al acht jaar op uitsluitsel wacht.

Wat betreft het huisvestingsprobleem betoogde Scholten dat de overheid de grote pensioenfondsen op hun verantwoordelijkheid moet aanspreken. 'Het ABP heeft meer dan tweeduizend woningen leegstaan, daarmee moet iets te doen zijn', aldus Scholten. Voorzitter F. M. Hussein van de gezamenlijke vluchtelingenorganisaties pleitte voor een commissie van deskundigen en betrokkenen om asielaanvragen te beoordelen. Nu wordt dat gedaan door contactambtenaren van het ministerie van justitie. 'De stem van de vluchtelingen zelf wordt op die manier niet gehoord', aldus Hussein. Staatssecretaris Kosto wees die aanbeveling van de hand omdat de overheid met zo'n commissie bevoegdheden uit handen zou geven, wat principieel onaanvaardbaar is.

Hussein verweet de overheid het verschil tussen migranten en vluchtelingen niet duidelijk te onderkennen. 'Steeds vaker worden wij bestempeld als economische vluchteling, we krijgen daardoor een slechte naam bij de Nederlandse bevolking', meent Hussein.